'Elke nacht word ik wakker van de kou'

Daniel Schoeters is al twee maanden dakloos

Daniel Schoeters (52) leefde ongeveer de helft van zijn leven in gevangenissen en instellingen. In november keerde hij niet terug naar de strafinrichting van Merksplas. Hij leeft nu al twee maanden op straat. 'Ik word vaak wakker van de kou', vertelt hij. 'Ik slaap in metrostations en in leegstaande gebouwen. Soms wacht ik aan een appartementsgebouw tot er iemand buiten of binnen gaat. Dan glip ik de traphal binnen en slaap ik in de kelder, de zolder of de liftruimte.'

Als psychiatrisch patiënt doorzwom Daniel al heel wat watertjes. Zo verbleef hij een tijdje in de beruchte Brasschaatse instelling Vrij en Vrolijk. 'Ik kreeg er slaag. Maar het was er niet zo erg als ze zeggen.'

Hij woonde ook een tijdje zelfstandig en kreeg een invaliditeitsuitkering. Maar hij kon zijn geld niet goed beheren en belandde twee jaar geleden in de strafinrichting van Merksplas voor winkeldiefstal. Hij leefde er in een gemeenschappelijke kamer en had problemen met zijn kamergenoten. 'Ik werd gepest en er werd over mij geroddeld. Een aparte kamer kreeg ik niet.'

Zelfverminking leek toen de enige oplossing voor hem. 'Ik was ongelukkig en sneed met een scheermesje in mijn polsen. Ik slikte ook delen van vorken en lepels in.' Maar dat ligt nu achter hem. Het personeel van de instelling was ervan overtuigd dat hij stilaan klaar was om zelfstandig te gaan wonen. Daarom mocht hij een dag per week naar buiten om een appartement te zoeken. Maar op 12 november keerde hij niet meer terug.

Daniel wil nu alleen gaan wonen. Hij komt in aanmerking voor een sociale woning, maar moet nog enkele maanden wachten op antwoord.

Ondertussen moet hij zien te overleven. Dus bezoekt hij buurthuizen en doet hij vrijwilligerswerk in ruil voor eten. Hij struint ook elke maand de Antwerpse voedselbanken af. Een keer per week gaat hij naar het daklozenrestaurant Kamiano voor een warme maaltijd. 'Bedelen kan ik niet. Ik steel nog wel af en toe ook, maar daar moet ik dringend mee stoppen.'

Het ergste aan op straat leven vindt hij de verveling en de eenzaamheid. 'Overdag kan ik terecht in de buurthuizen, maar 'savonds zit ik alleen. Dan verveel ik mij dood.'

Het is nu erg koud 's nachts. Maar in 'zijn' metrostation ligt hij tenminste uit de wind. 'We liggen daar altijd met dezelfde mensen, ook een paar drugsverslaafden. Ook als de politie ons niet wegjaagt, slaap ik maar een paar uur per nacht. De metro's beginnen al vroeg te rijden en ik word elke nacht een paar keer wakker van de kou.'

'Ik heb al wel eens in de gevangenis en de instelling Kerstmis gevierd. Het eten is dan wat beter en ze geven wat minder straffen. Maar ik ben blij dat ik op kerstavond bij Kamiano terecht kan. We krijgen er lekker en warm eten. Kerst onder de blote hemel zou maar droevig zijn. Mijn droom voor 2007? Ontslagen worden uit de internering. Ik heb nu 25 jaar binnen gezeten. Ik moet dringend iets van mijn leven maken. Buitenkomen zou een mooi kerstcadeautje zijn.'