'Wij zijn uit het scenario geschrapt'

INTERVIEW MET DE ZONEN VAN HUGO CLAUS

INTERVIEW MET DE ZONEN VAN HUGO CLAUS

Thomas Claus (rechts) en Arthur Kristel (links): 'Wij zijn niet uit op geld.'Jimmy Kets Foto: © Jimmy Kets

Het conflict tussen de weduwe en de zonen van Hugo Claus gaat veel dieper dan de ergernis over een postuum boek. Er werd de laatste weken veel gespeculeerd over de vermeende hebzucht van Thomas Claus en Arthur Kristel. Op hun beurt halen ze emotioneel uit naar de weduwe van Claus. Hun behoefte om te vertellen is groot. 'Wij zijn niet welkom.'

Buiten druilt het, maar in de hotelbar waar we afgesproken hebben is weinig van de slappe, moedeloze Belgische zomer te merken. De lucht vonkt van combattiviteit en hoogdringendheid: de zonen van Hugo Claus willen hun verhaal kwijt. 'We kunnen niet anders.'

Ze zijn halfbroers, maar op het eerste gezicht hebben ze weinig gemeen. Niet eens hun naam: Thomas Claus en Arthur Kristel. De eerste is fysiek bijna het evenbeeld van zijn vader, incluis de vastberaden karakterkop. De tweede heeft de zachtmoedige happy-go-lucky uitstraling van zijn moeder, Sylvia Kristel, geërfd.

De afgelopen weken kwamen de broers in het nieuws als de verliezers van het kortgeding rond De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus, het postume boek dat door Veerle De Wit, de weduwe van Claus werd samengesteld op basis van het privéarchief van de schrijver. Dat het boek buiten hun weten en zonder hun goedkeuring uitgebracht werd, zit de zonen Claus hoog. In een persbericht lieten ze weten misnoegd te zijn over de manier waarop ze nu geportretteerd worden in de media: geldgewin was geen drijfveer, ze wilden enkel de privacy van hun vader beschermen. Maar uit hetzelfde persbericht bleek ook dat er in wezen meer aan de hand is. Alles kadert in een slopende en pijnlijke strijd om de erfenis. Een strijd die, zo blijkt al gauw, verder gaat dan onvrede over geld.

U was zelf vragende partij voor dit interview. Waarom?

Thomas Claus: 'Omdat we niet anders kunnen. Laat me eerst en vooral beklemtonen dat Veerle De Wit ervoor gekozen heeft het nieuws over het kortgeding in de pers te brengen. Haar redenen hiervoor kan ik alleen maar vermoeden. Eigenlijk hebben we altijd gevonden dat niemand, op de betrokken partijen na, hier zaken mee heeft. Welk belang zouden we ook hebben bij ruchtbaarheid? Geen enkel.'

Arthur Kristel: 'We hebben op internetfora gelezen welk beeld nu van ons geschetst wordt. Het is weinig fraai, en het maakte de nood om ons verhaal te vertellen alleen maar groter.'

Thomas: 'De insinuaties over hebzucht en dies meer: het is de wereld op zijn kop.'

De ironie wil dat u door dat kortgeding het boek juist extra onder de aandacht gebracht hebt. Dat kan nooit de bedoeling geweest zijn.

Thomas: 'Neen, jammer dat het zo gegaan is. Wij wilden dat boek uit de handel. Niet alleen omdat we vinden dat het de privacy van onze vader schendt, het is ook een bijzonder subjectieve selectie van dagboekfragmenten, bedenkingen en ideetjes, die hem geen recht doet. De willekeur stoort me.'

Arthur: 'Ik heb mijn vader leren kennen als een beminnelijke man, een gentleman pur sang. Daar vind ik in dit boek niets van terug. De manier waarop zijn vroegere minnaressen in een kwaad daglicht worden gesteld…'

Thomas: '… en hoe de zon gaat schijnen op het moment dat Veerle De Wit in zijn leven verschijnt.'

Arthur: 'Ik beweer niet dat hij geen sneren zou hebben gegeven, maar hij zou het met de klasse gedaan hebben die hem eigen was. Maar in dit boek zit niets geraffineerds, niets waarop ik de naam van Hugo Claus zou willen plakken.'

Wat doet het u om te zien dat het boek bijna overal lovend onthaald wordt?

Thomas: 'Hoe het onthaald wordt, interesseert me geen moer. Dat het veel aandacht krijgt, vind ik niet meer dan normaal. Zo werkt de machinerie van de media nu eenmaal. Tenslotte draait het om Hugo Claus, onze grootste schrijver.'

Guido Lauwaert noemde uw kortgeding in Knack 'een schot in eigen voet'. Had u toen geweten wat u vandaag weet, zou u op dezelfde manier tewerk gegaan zijn?

Thomas: 'Absoluut. Niets doen staat gelijk aan akkoord gaan. We worden als halve criminelen afgeschilderd. Maar laten we wel wezen: uiteindelijk is dat boek slechts een detail in dit verhaal. We hebben er nu wel genoeg aandacht aan besteed.'

U vertelde ooit dat u een goede band had met de opeenvolgende geliefden van uw vader. Hoe is het dan zo fout kunnen lopen met zijn laatste geliefde?

Thomas: 'In het prille begin boterde het best wel goed tussen Veerle en mij. Dat is beginnen te veranderen toen ze met mijn vader trouwde. Ze begon Hugo af te schermen. Niet alleen van de pers, maar ook steeds meer van ons. Iedereen die contact wilde met hem, moest langs haar passeren. Ze claimde hem. En ze regelde zijn leven, op bijna elk vlak: sociaal, administratief, financieel.'

Arthur: 'Ik weet nog precies wanneer het échte buitensluiten begon. Dat was nog voor Hugo overleden was. Op een dag werden wij - Thomas, zijn zoon Anwar en ikzelf - door Veerle De Wit uitgenodigd bij hen thuis. We aten samen diepvriespizza, en meteen werd ons verteld over de op til zijnde euthanasie van Hugo, de week daarop. Op de bewuste dag vernamen we dat hij naar het ziekenhuis was gebracht. 'sAvonds zag ik op de televisie hoe de goede vrienden onder het genot van veel oesters en champagne samen Hugo's afscheid hadden besproken. Ik zat alleen thuis op de bank, en dacht: godverdomme, en wij wisten van niets!'

Thomas: 'Het hele gebeuren rond zijn euthanasie mocht gevierd worden met jan en alleman. Maar wij waren niet welkom.'

Arthur: 'En na de dood van mijn vader zijn we gewoon uit het scenario geschrapt.'

Thomas: 'Ik was zelfs niet uitgenodigd op de afscheidsplechtigheid in de Bourlaschouwburg. Daarvoor heb ik zelf moeten rondbellen.'

Arthur: 'De eerste rij was voor de vips. Wij, zijn zonen, zaten op de vijfde rij. En mijn moeder zat op rij acht.'

Thomas: 'De as van mijn vader werd verstrooid voor de kust van Oostende. Ook daarvoor waren we niet uitgenodigd.'

Wist u toen al dat Hugo Claus in 2004 zijn hele nalatenschap aan Veerle De Wit geschonken had?

Thomas: 'Neen. Dat hebben we pas een week na zijn dood vernomen, bij de notaris.'

Hij heeft u in zekere zin onterfd.

Thomas: 'Ja. Maar in welke omstandigheden is dat gebeurd? Dat hij aan de ziekte van Alzheimer leed, was al vier jaar eerder vastgesteld.'

Bent u kwaad op hem?

Thomas: 'Neen, ik geloof dat hij om ons bekommerd was.'

Arthur: 'Ik neem hem niets kwalijk. Hij was de laatste jaren niet meer de man die hij ooit geweest is. Maar het is natuurlijk zeer vaag allemaal. Had hij ons, zoals je in Amerikaanse films weleens ziet, toegesproken in een videoboodschap en ons 'rotjongens' genoemd en gezegd dat we het niet verdienden om iets van hem te erven, dan was het nog enigszins te plaatsen geweest. Maar zo is het niet gegaan. In 2005 heeft hij me als zijn zoon erkend. Dat valt toch niet te rijmen?'

Thomas:'En ik heb datzelfde jaar een schenking van hem ontvangen, om me te steunen bij de aankoop van een huis. Daaruit blijkt toch dat hij wilde dat het ons goed ging, nee?'

In België kun je je kinderen eigenlijk niet onterven. Gaat de echte strijd daarover?

Thomas: 'Onder andere. Maar er is meer. Weet u hoeveel er bij zijn overlijden op de rekening stond? Welk bedrag ons meegedeeld is tijdens dat bezoek aan de notaris? 4.700euro. Dat is het bedrag dat op de enige rekening stond waarvan mijn vader medehouder was. Veerle De Wit eist de helft van dat bedrag op. De andere helft moet dan in de erfenis worden verdeeld. En verder was er nog een openstaande schuld. Hoe kan dat? Voor een man die zo vermogend was?'

Arthur: 'Omdat we zo verbijsterd waren, is ons uiteindelijk een belachelijke minnelijke schikking voorgesteld, die wij al evenzeer onredelijk vonden. We hebben toen om inzage gevraagd, helderheid. Een verklaring voor dat belachelijk lage bedrag. Omdat het niet klopt. Dat is ons geweigerd. Kijk, zulke dingen zijn niet goed voor het vertrouwen. Het is dus niet meer goed gekomen tussen mevrouw De Wit en ons.'

Thomas: 'Dat bedoelde ik toen ik zei dat het de wereld op zijn kop is. Wij zijn niet op geld belust.'

Wat is dan de echte inzet van deze strijd?

Thomas: 'We willen krijgen waar we recht op hebben.'

Thomas vertelde ooit in een interview: 'Ik bijt me vast en ga in de diepte'. Hoe diep bent u bereid te gaan in deze strijd?

Thomas: 'Zo diep als nodig is. Als het moet, zal ik elke steen omdraaien. Er is geen keuze.'

Hoe houdt een mens in zo'n langdurig, slopend gevecht het hoofd boven water?

Arthur: 'We gaan gewoon door met ons leven, wat kunnen we anders? Maar het is een voortdurende nare ruis op de achtergrond. Had ik maar het talent om een leuk liedje te schrijven, denk ik wel eens. Om iets te doen wat dat drukkende gevoel helpt te verdrijven.'

Komt het ooit nog goed met mevrouw De Wit?

Thomas: 'Ik vrees dat er al te veel gebeurd is tussen ons.'

Arthur: 'Nee, ik zie ons niet meer gezellig samen tafelen, om maar iets te noemen. Of het zou diepvriespizza moeten zijn.'

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees