Pieter Colpaert (27) gaat zelfs op 'cactusvakantie'

'Als ik een meisje ontmoet, zwijg ik over mijn cactussen'

'Als ik een meisje ontmoet, zwijg ik over mijn cactussen'

Pieter Colpaert heeft 700 cactussen, een serre vol. Dikke en dunne, lange en korte, sommige gekromd en gebocheld, andere fier rechtop. Om bijzondere exemplaren te bewonderen, reist Pieter zelfs naar Peru (tweede foto links).
Foto: © david stockman

KERKHOVE - 'Ik kan makkelijk een uur lang naar mijn 700 cactussen zitten te kijken', zegt Pieter Colpaert (27) uit Kerkhove. Hij praat vol tederheid over elk exemplaar. Van de peniscactus tot de schoonmoedersstoel, van de kale cactus tot die met het dode vogeltje.

Het begon op zijn veertiende. Pieter moest van de juf een bloempotje metselen, maar hij bakte er niet zoveel van. Gevolg: het potje was niet waterdicht. 'Plaats er een cactus in, die heeft niet veel water nodig. Dan kan je het toch nog gebruiken', zei de juf. En zo geschiedde. Pieter ging naar het tuincentrum en kocht zijn eerste cactus. Niets bijzonders, iedereen had ooit wel een cactus op zijn vensterbank. Tot Pieter in de bibliotheek belandde en daar een boek over cactussen zag. 'Ik zag er een paar mooie soorten en wou die ook wel hebben', zegt Pieter nu. Eén cactus werden er twee en twee werden er zes, zeker toen hij op een dag een beetje verderop stond te kijken naar een paar cactussen op een vensterbank. 'Moet ge een stekske hebben', vroeg de oude dame toen ze Pieter zag kijken. En hop, weer een 'stekske' erbij.

Het hek was helemaal van de dam toen hij op de universiteit zat. Hij ontdekte er het internet en koopt sindsdien heel vaak plantjes via eBay. 'Ach, zwijg', zegt zijn moeder. 'Er komen hier vaak postpakjes aan, zelfs uit Japan.'

Bloempje

Pieter neemt ons mee in de tuin van zijn ouders. Helemaal achteraan staat de serre met zijn verzameling. 'Ik woon hier niet meer hoor, maar mijn tuintje in de stad is veel te klein om daar mijn cactussen kwijt te kunnen.'

Dus mogen moeder- en vaderlief er voor opdraaien? 'Nee hoor, ik keer geregeld terug om ze te verzorgen. En als ik zie dat er binnenkort een bloempje uit een cactus zal groeien, bel ik mijn ma om te weten hoe ver het bloempje al gevorderd is.' Pieters ma knikt. 'Als hij op reis is, maakt hij ook een briefje met een overzicht van welke planten wanneer water moeten krijgen.'

Moeten cactussen dan water krijgen? 'Ja hoor, sommige elke week, andere dan weer niet. Denk dus niet dat je een cactus gewoon moet laten staan en er niet meer naar moet omkijken. Wist je trouwens dat je cactussen om de drie jaar moet verpotten? Daar heb ik best veel werk aan, hoor. Ik maak zelf de potgrond.'

Prikken die cactussen dan niet te veel als hij ze moet verpotten? 'Handschoenen gebruik ik niet. Ik wil de cactus voelen. Dat het prikt, voel ik al lang niet meer. Als een stekel blijft zitten, scheur ik liever mijn vel af dan dat ik die stekel afbreek. Vel groeit weer terug, een stekel niet.'

Horror in de serre

Pieter straalt als hij ons zijn verzameling toont. Honderden piepkleine potjes, allemaal naast elkaar. Dikke en dunne cactussen, lange en korte, sommige echt gekromd en gebocheld, andere fier rechtop. Allemaal broederlijk naast elkaar.

'Dit zijn de oude mannetjescactussen.' Hij wijst naar twee witte bolvormige cactussen. 'De stekels zijn zodanig fijn dat ze eruitzien als wol. De cactussen heten officieel 'oude mannen van de Andes'. Ze lijken op oude, voorovergebogen mannetjes met een witte lange baard.' Hij wijst alweer naar een andere. 'Dat is de kale cactus. Voel maar, hij prikt niet.' En nog een andere. 'Zie je die lange, smalle lichtgroene? Dat is een peniscactus. Hij lijkt op een penis.' We lachen. Maar niet voor lang. Pieter toont ons nu pure horror: ergens in een cactus, de mammilaria yaquensis, zit het lijkje van een klein winterkoninkje. Je ziet nog de veren en het bekje. 'Vorig jaar is het beestje in deze plant verzeild geraakt. Het was niet sterk genoeg om de cactus met de haakdoorntjes kapot te maken en het is erin gestorven.'

Wie dacht dat cactussen verzamelen saai was, heeft het dus mis. Maar toch, zo heel erg boeiend zijn een stelletje stekelplanten nu ook weer niet? 'Toch wel hoor, je kan ook plantjes met elkaar kruisen', zegt Pieter. Een soort manipulatie? 'Eigenlijk wel, ja. Neem het topje van de ene cactus en plaats dat op de stengel van een andere, hou die vervolgens samen met een elastiekje en je krijgt een nieuwe', zegt Pieter enthousiast.

GPS voor cactussen

Maar moet een jonge man zich niet bezighouden met 'hippere' zaken? 'Soms lachen ze wel eens als ik zeg dat ik cactussen verzamel. Maar dat deert me niet. En oké, ik geef het toe: als ik een meisje ontmoet, zeg ik niet vanaf de eerste dag dat ik cactussen verzamel.' En stel dat hij moet kiezen tussen een geliefde en zijn cactussen? 'Tja, dat zou moeilijk zijn. Ik ken mijn cactussen al langer dan mijn toekomstige vriendin, hé. Als een van de mooie of zeldzame cactussen sterft, treur ik daar ook wel om.'

Pieter houdt zoveel van cactussen dat hij zelfs op reis gaat om ze te bewonderen. 'Ik ben net terug uit Peru. Ik heb er wondermooie cactussen gezien. Die exemplaren ontdekte ik via een soort gps-systeem met allerlei info en coördinaten waar de cactussen zich precies bevinden. Dat systeem is gemaakt door andere cactusliefhebbers. Zo weet je dat je in een bepaalde vallei naar rechts moet, dan aan de hoge berg naar links en vervolgens drie stappen achteruit. En het werkt hoor, op de beschreven plaats vind je wel degelijk een cactus.'

Een exemplaartje meesmokkelen doet hij niet. 'Nee, een cactus in je rugzak is niet zo handig. Het is niet goed voor de plant en ook niet voor je verse onderbroek die je de volgende dag moet aantrekken. Trouwens, het is verboden.'

Niet verboden, maar wel ten huize Colpaert te vinden: de schoonmoedersstoel. Een ontzettend grote, donkergroene en bolle cactus met venijnige stekels. 'Daar moet je schoonmoeder op gaan zitten', lacht Pieter. Zijn moeder glimlacht. 'Dit is de enige cactus hier in huis, al de andere staan in de serre. Soms denk ik toch: jongen, stop er mee, maar hij houdt van die planten. Ik ben blij dat het zomer is, nu staan ze in de serre, maar zodra de winter komt, moeten al die plantjes naar binnen worden gebracht', zucht ze. Pieter lacht. 'Dan moet ik heel vaak heen en weer lopen.' Waarop zijn moeder: 'Ze staan in één kamer en ik mag er niet aankomen. Hij ziet het nu eenmaal onmiddellijk als ik ergens wat stof heb afgedaan.'

Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees