'Waarom zou ik niet nog eens naar het buitenland gaan?'

Ongezouten als altijd geeft Wesley Sonck zijn kijk op het volgens velen krasselende seizoen van Club Brugge. Vergeet vooral niet tussen de lijnen te lezen.

Niet iedereen is bevangen door de folklore van de Brugse burenstrijd. Neem nu Wesley Sonck, onomwonden als altijd: 'Derby's interesseren me niet. Ik ben niet van hier, ik heb er niets mee. Voor mij is het een gewone match, een halve thuismatch dan nog, voor drie punten. De enige derby waar ik soms naar ga kijken is Ninove-Meerbeke, omdat mijn broer Kevin bij Ninove speelt.'

Dat was het dan wat Cercle-Club betreft. De voorgeschiedenis van zondag, het hobbelende parcours van blauw-zwart, levert meer stof op. Sonck, vorige week tegen Roeselare voor het eerst weer in de basiself, is eindelijk verlost van bil -en rugproblemen en lijkt klaar om zijn doelpuntentotaal van negen op te krikken.

Heeft Club je gemist?

'In principe zou Club mij niet mogen missen. Iemand anders kan ook het verschil maken. Maar ik zeg altijd: trap de ballen naast en de keeper heeft geen werk. Dat is mijn kwaliteit, de ballen in het doelkader mikken.'

Ben jij de enige?

'Ik veronderstel dat ik hier in Brugge degene ben die dat het beste kan.'

Club Brugge worstelt met een groot probleem: het creëert te weinig kansen. Hoe komt dat?

'Luister, ik heb vrienden in Ninove die supporteren voor Club, voor Anderlecht en er is er zelfs een voor Standard. En die zeggen over Anderlecht net hetzelfde als over Club. De constatering is dat het niet meer zo makkelijk is om een ploeg van de mat te vegen. Wij hebben tegen Genk goed gespeeld, maar hoeveel kansen hadden we?'

Wat bedoel je met goed? Dat jullie balbezit hadden?

'Dat is toch het begin van alles?'

Maar kansen?

'Da's net het moeilijkste. Is het dan zo evident dat je ploegen naar huis speelt én veel kansen afdwingt én mooi speelt?'

Neen, maar wat je nu ziet is ook onvoldoende. Ben je tevreden over anderhalf jaar Club?

'Wat ik liever zou hebben is dat we veel langer meespelen voor de titel. Dat is het enige. Standard heeft zich, net als Anderlecht, de jongste twee jaar zodanig ontwikkeld dat wij nu de derde ploeg zijn. Maar het blijft beperkt tot dat trio. De kloof tussen ons en die twee andere ploegen is iets te groot.'

Is dat uitsluitend een kwestie van de kwaliteit?

'Beter kwaliteit dan kwantiteit, ja. Zeker in België. Je kan er beter twee goeie spelers kopen dan vier middelmatige spelers.'

Is dat hier dan niet gebeurd?

'Dat weet ik niet. Wat ik bedoel: je hoeft niet veel geld uit te geven om goeie spelers te halen. Je moet geluk hebben én het oog. Jeroen Simaeys en ik zijn voor weinig geld hierheen gekomen (beiden kostten 200.000 euro, red.). Je kan ook veel geld geven aan transfers die nooit spelen.'

Dat klinkt als kritiek op het aankoopbeleid.

'Neen. Daar hoef ik mijn mening niet over te geven. Trouwens, overal gebeurt het dat er spelers worden gehaald die te weinig blijken. Kijk naar Anderlecht waar ze Théréau of Bulykin haalden. Ze doen dat ook.'

Ook, zeg je. Hier dus ook.

'Overal. Het bestaat niet dat je alleen geslaagde transfers doet. Maar je kan beter zekerheid kopen. Neem nu Polak: Anderlecht haalt die als zogenaamde box-to-box-speler en plots wil iedereen zo'n speler. Anderlecht heeft toen een berekend risico genomen. Neem nu gasten die uit Zuid-Amerika komen, ook hier. Ken je die zo goed als spelers die in Duitsland spelen? Ik denk het niet.'

Jij speelde in in 2002 kampioen met Genk? Vergelijk dat elftal eens met dit Club.

'Om te beginnen hadden we een goeie doelman: Jan Moons.'

Hebben jullie die nu niet?

'Jawel, hij is zo fit niet als Moons maar wel beter. (lacht) Moons kon goed voetballen, was een secure doelman. Centraal achterin had je de jonge Zokora, een van de beste spelers met wie ik in België speelde. Dan had je Reini, die vaak geblesseerd was. Of Seyfo stond er, of Hans Leenders die mentaal sterker was. Rechtsback was een probleem: daar kwam uiteindelijk Wamfor terecht. Roumani stond toen links en dat was een heel goede linksback. In het middenveld hadden we vijf spelers voor vier plaatsen: Daerden op links, Skoko en Thijs centraal, Beslija of Chatelle rechts. Voorin stonden Dagano en ik meestal. Die ploeg had meer kwaliteit dan dit Club Brugge. Wij speelden voortdurend met dezelfde ploeg. En wij streden niet op drie fronten: in de beker lagen we er snel uit, Europees speelden we niet. Hier strijd je wel op drie fronten'

Ook dat is voorbij.

'Nu wel. Maar daardoor hadden wij dit seizoen schorsingen en blessures waardoor je moet wisselen. Heel belangrijk: de as bij Genk was altijd dezelfde. Zokora, Thijs, Skoko, Dagano en ik. En wij hadden zoveel automatismen, het klikte ineen. Elke dag trainden wij op hetzelfde. Voetbal is duizend keer herhalen, tot je het moe wordt. Maar als je dan zaterdag met een actie vanop training scoort, dan besef je het waarom.'

Dat zie je hier toch te weinig.

'Dat zijn mijn zaken niet.'

Jij geeft dat toch aan aan de trainer?

'Denk jij dat wij niet trainen op loopvormen en inspelen? Vandaag deden we dat weer. Maar iedereen moet erin willen meedenken. Ik weet ook niet waarom dat toen zo goed liep, en nu niet. Enorm belangrijk is dat iedereen weet wat hij moet doen.'

Stijnen zei na de match in Westerlo dat je niet mag verwachten dat die jonge spelers de boel meteen kapot spelen.

'Wie is hier net? Odjidja en Kruska.'

Akpala, Dirar, Vargas zijn ook jong.

'Maar die zitten hier al acht maanden. Elders krijg je zoveel tijd niet, hoor. Wacht als ze naar het buitenland zullen gaan. Geduld is niet slecht, maar ik vind dat wij daar toch vrij makkelijk in zijn.'

Hoe lang blijf je nog bij Club?

'Zolang mijn contract loopt. Eind deze maand moet Club Brugge beslissen of het de optie licht of niet. Of het loopt af in juni, of het wordt automatisch met een jaar verlengd.'

Vandaar ook dat je nog steeds op een appartement in Ninove woont en wacht om te bouwen tot je zeker bent of je definitief in België blijft?

'Als ik bij wijze van spreken nog vijf jaar in Brugge zou spelen, wil ik geen vijf jaar meer op dat appartement wonen. Maar we kijken nu toch uit om iets te kopen. We hebben drie kinderen, we kunnen niet blijven hokken in dat appartementje.'

Mensen die jou kennen zeggen dat je jezelf nog een keer wil bewijzen in het buitenland.

'Ik denk niet dat ik nog zoveel moet bewijzen. Hier ben ik thuis, ik voel me goed. Misschien komt die kans nooit meer. Ik ga er niet op vooruit lopen. Maar ik sluit het niet uit: als het plaatje volledig klopt, voor mezelf, voor mijn familie en kinderen. Waarom niet?'

Corrigeer

Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.