‘Koekoekskind' Gerlinda Swillen doorbreekt het laatste taboe van de Tweede Wereldoorlog

Kind van de vijand

Ze zijn naar schatting met zo'n 40.000 in België: kinderen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verwekt door een Duitse soldaat. Toch praat niemand over hen. Kinderen van de vijand zijn het laatste taboe van '40-'45. Gerlinda Swillen, zelf een oorlogskind, schreef er het pakkende boek ‘Koekoekskind' over.

Na jaren van hardnekkig stilzwijgen, gaf de bejaarde moeder van Gerlinda Swillen (67) twee jaar geleden dan toch de naam van Gerlinda's vader vrij: Karl Weigert. Meteen startte Swillen de speurtocht naar haar Duitse vader en daarbij deed ze een schokkende vaststelling: in België bleek geen letter te vinden over oorlogskinderen. Geen archiefstuk, geen artikel, geen getuigenis. Dus besloot ze zelf hun verhaal te schrijven en daarvoor ging ze op zoek naar oorlogskinderen die bereid waren hun verhaal te doen. Een oproep via de media leverde uiteindelijk een zeventigtal getuigenissen op die nu verwerkt zijn in het boek Koekoekskind.

‘Ondertussen zit ik al aan tachtig getuigenissen, mensen die achteraf nog naar me toe zijn gekomen met hun verhaal. Vaak valt het praten hen zwaar. Soms verstrijken er maanden tussen het moment dat mensen me contacteren en het eigenlijke gesprek. Maar ik laat hen rustig de tijd. Het taboe is nog groot, maar het doet deugd te merken dat velen opgelucht zijn als ze eenmaal hun verhaal hebben kunnen doen.'

Waarom is het zo lastig om erover te praten? Het kind treft toch geen enkele schuld?

‘In eerste instantie omdat niemand erover praat. Vaak speelt ook een schuld- en verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de moeder mee. Als kind voel je dat je op iets bent gestoten waarover niet mag worden gepraat en dus leer je erover te zwijgen. Bovendien voelen veel kinderen zich verantwoordelijk voor wat hun moeders na hun geboorte hebben meegemaakt. Veel vrouwen zijn verlaten door hun Duitse minnaar en hebben zich in een nieuw, dikwijls ongelukkig huwelijk gestort. Bovendien schamen nogal wat oorlogskinderen zich voor hun afkomst.'

Hoe komt het dat veel moeders van oorlogskinderen nadien slecht zijn getrouwd?

‘Een huwelijk aangaan met een Belgische man die het kind erkende, was een handige manier om het ongelukje te camoufleren. Nogal wat vrouwen hebben zich daardoor overhaast in een huwelijk gestort, niet meteen de beste basis voor een stabiele relatie. Soms liep het zwaar uit de hand, zowel voor de vrouw als het kind. Ik heb verschrikkelijke verhalen over mishandeling gehoord. Zoals dat van het kind dat is verkracht door zijn eigen Duitse vader. Maar ook stiefvaders vergrepen zich weleens aan hun aangenomen dochter.'

Voor alle duidelijkheid: de oorlogskinderen over wie het in uw boek gaat, zijn niet het gevolg van verkrachtingen?

‘Nee, het ging om gewone liefdesgeschiedenissen. Slechts in één geval was er volgens mij sprake van verkrachting. Het gaat om een meisje van 17 wier vader bij het spoor werkte. De man zat in de zwarte handel en ik heb de indruk dat hij zijn dochter aan een Duitse officier cadeau heeft gedaan om iets met hem te regelen. In alle geval, die officier heeft het meisje naar een hotel meegenomen, dronken gevoerd en dan seks met haar gehad. Haar zoon ziet daar geen verkrachting in, maar volgens mij is het dat wel. Kinderen kunnen nu eenmaal moeilijk aanvaarden het product van een verkrachting te zijn.'

Waar ontmoetten Belgische vrouwen de Duitse soldaten?

‘De cafés waren populaire plekken. Brandstof was schaars en mensen gingen zich in de cafés verwarmen. De kroegen zagen jonge vrouwen altijd graag komen, het maakte hun zaak alleen maar aantrekkelijker. Ook bij de Duitse soldaten, want die zagen ook graag schoon volk. Vergeet niet dat Vlaanderen bezet gebied en geen oorlogszone was. Veel Duitse soldaten verveelden zich en zochten vertier in cafés.'

Wat trok Belgische meisjes aan in de Duitse soldaten?

‘Veel vrouwen vinden een uniform aantrekkelijk, maar er was meer. De Duitse soldaten waren doorgaans welopgevoed en hadden het bevel gekregen zich keurig te gedragen tegenover de bevolking. Dat had alles te maken met de kwalijke herinnering van geweldpleging na de Eerste Wereldoorlog. Duitse soldaten hadden ook veel meer aandacht voor hygiëne dan de doorsnee Vlaamse of Waalse boerenjongen. En als je kunt kiezen tussen iemand in een piekfijn uniform die naar zeep ruikt en een naar zweet stinkende boerenknecht...'

En ze verwenden de meisjes allicht ook met chocola en cadeautjes.

‘Chocolade was niet eens nodig. In België waren de voedselrantsoenen de laagste van heel Europa. Er werd hier honger geleden en dan kon een gewone boterham al wonderen doen. Verschillende vrouwen hebben het toegegeven: het was bruin en korrelig brood, maar je had er veel voor over om zo'n sneetje te bemachtigen.'

Waren het dan vooral arme meisjes die vielen voor de Duitse bezetter?

‘De moeders van de kinderen in mijn boek komen meestal uit de lagere klasse, kroostrijke gezinnen die het niet breed hadden. Maar de economische collaboratie was veel sterker bij de hogere burgerij en de aristocratie. Daar moeten kinderen van zijn gekomen, maar het taboe is daar blijkbaar nog altijd een stuk sterker.'

Waarom zagen de Duitse soldaten de Belgische vrouwen zitten?

‘Omdat ze knap waren! Bovendien waren onze vrouwen slank, mede door de honger. Hun slanke elegantie was eens iets anders dan het atletische Hitler-model van de vrouw à la Leni Riefenstahl.'

Wat vond de Duitse legerleiding van al dat gefriemel met Belgische vrouwen?

‘Onder de nazi's heeft Duitsland een bevolkingsbeleid gevoerd dat gericht was op meer geboorten, maar het moesten wel raciaal zuivere zijn. Wilde een Duitse soldaat met een Vlaamse trouwen, dan moest worden bewezen dat de bruid tot in zevende graad jodenvrij was. Vandaar natuurlijk dat er weinig huwelijken werden gesloten.'

U had het daarnet over de Eerste Wereldoorlog. Zijn er toen ook oorlogskinderen verwekt?

‘Ja, maar toen ging het doorgaans om verkrachtingen. Oorlogskinderen zijn van alle oorlogen. Vandaar dat alle Europese verenigingen der Oorlogskinderen streven naar een statuut. Oorlogskinderen moeten in de eerste plaats beschermd worden en ze moeten toegang krijgen tot de archieven zodat ze hun vader kunnen traceren.'

Willen alle oorlogskinderen weten wie hun vader is?

‘Allemaal! Velen slagen niet in hun opzet omdat ze over te weinig informatie beschikken. Alleen maar een voornaam of een flard van een naam, bijvoorbeeld. Duitsland is bijzonder behulpzaam als het over het terugvinden van soldatenvaders gaat. De Deutsche Dienststelle beschikt over achttien miljoen dossiers van Wehrmachtsoldaten en daarmee verrichten ze fantastisch werk. Ze hanteren trouwens de regel dat een kind dat op zoek is naar zijn vader voorrang krijgt. Stel dat de vader niets van zijn kind af weet, dan nog krijgt het kind zijn naam en adres.'

U heeft nu tachtig Belgische oorlogskinderen gesproken, maar met hoeveel zijn ze in totaal, denkt u?

‘Als je gaat extrapoleren, kom je op zo'n 40.000. Voorzichtigheidshalve delen we dat cijfer door twee. Anderzijds leert het voorbeeld van Frankrijk dat we uiteindelijk misschien toch weer naar die 40.000 zullen moeten.'

Wie zelf een getuigenis wil afleggen kan via mail contact nemen met Gerlinda Swillen. Mail naar het SOMA (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij): cegesoma@cegesoma.be, ter attentie van Gerlinda Swillen. www.cegesoma.be ‘Koekoekskind' is een uitgave van Meulenhoff/Manteau en ligt vanaf volgende week in de boekhandel.

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S