Ooidonk, een echt gebeurd oorlogsverhaal

Ooidonk, een echt gebeurd oorlogsverhaal

Foto: Eddy Lefevre

Deinze - Wij kregen een reactie toegestuurd op het artikel '70 jaar geleden werden de eerste Schotse infanteristen stormachtig toegejuicht door de Deinzenaars' van Stefaan De Groote, dat op deze plaats maandag verscheen. Louis Duffeler uit Ledeberg was één van de kinderen die bij het einde van de tweede wereldoorlog op Ooidonk verbleef voor een 'veiligheidsvakantie'. Hieronder zijn verhaal.

'Bij de bevrijding van Deinze waren er op het kasteel van Ooidonk een dertigtal kinderen tussen de tien en veertien jaar uit Ledeberg bij Gent op  veiligheidsvakantie voor de oorlog, en vooral voor de bombardementen op Merelbeke en Ledeberg. Ook ik was er één van.

De eerste soldaat heb ik ontmoet als tienjarige bij het mee helpen blussen van de brug over de Leie die getroffen was door een obus, door in de rij water te scheppen en hand tot hand door te geven naar hogerop.

Bij de bevrijding van Deinze, de eerste dagen, heeft de toenmalige graaf en gravin een  kampvuuravond gehouden op het middenplein van het kasteel,  voor deze Schotse soldaten en alle kinderen die dan op het kasteel woonden.  Er werd een Engels welkomstwoord gehouden door de graaf en daarna hebben we gezongen en gefeest samen met deze soldaten. Als laatste liedje hebben wij dan allen samen met de soldaten, rechtstaand en arm in arm met de Schotten, het wel bekende liedje gezongen, wij in het Vlaams en de soldaten in het Engels: ‘Ik zeg je geen vaarwel mijn broer, wij zien elkander weer, in vreugd en in jolijt mijn broer … Een avond die ik nooit zal vergeten zolang ik leef.

Zo ook was er het huwelijk van de barones tijdens ons verblijf, de dochter van de graaf, waarbij wij in stoet mochten marcheren voorbij de barones, haar gemaal, de graaf en de hele familie van de edele genodigden van de graaf en de gravin. Wij kregen ook een speciaal middagmaal ter ere van het huwelijk.

De jongste zoon van de graaf, de baron, sliep ook in ons klein kasteeltje rechts van het middenplein, in een aparte kamer, rechtover onze kamer van drie. Een van onze kamergenoten, wiens ouders tijdens de bombardementen waren verdwenen in de kwelm van hun huis, toen er een bom midden op het dak van hun melkwinkel was terecht gekomen, werd als kind aangenomen door de graaf en gravin. Hij werd op het kasteel uitgehuwd, wat een teken was van hun edelmoedigheid en goede geaardheid.

Zo hebben wij weken lang kunnen genieten van de omgeving van de bossen waarin wij speelden, de vijver waarin wij mochten zwemmen en varen, de gezamenlijke zondagsmis in de kerk van Ooidonk, samen met de graaf en gravin. Nadien deden wij een bezoek aan de boswachter thuis in de Ooidonkdreef, en gezamenlijke wandelingen en gesprekken met de gravin en de baron in het grote bureau van het kasteel.

Zo ook kregen wij bij het einde van deze vakantie, bij het naar huis terugkeren, een zakje mee met voedingswaren, zoals een blikje tonijn, sardienen, koeken, enz.  waar onze ouders natuurlijk zeer blij mee waren tijdens de oorlog.

Wij hadden allemaal een groot respect gekregen voor de familie 't Kint de Roodenbeke en dat is ook zo gebleven en zal ook mijn leven lang blijven. Dit is nu voor mij ook al zeventig jaren geleden en ik heb nog steeds veel respect dat ik dit heb mogen meemaken gedurende Wereldoorlog II.' (Louis Duffeler)

Corrigeer

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio