'De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en de Nederlandse literatuur'

Lucien Buysse in Wontergem Foto: Ive Steyaert

Deinze - Morgen wordt in het Wielermuseum, Polenplein 15 in Roeselare de dichtbundel ‘De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en de Nederlandse literatuur' voorgesteld. Eén van die honderd gedichten in de bloemlezing is van Martin Carrette, de vroegere stadsdichter van Deinze.

100 fiets- en wielergedichten, van vroeger tot vandaag, van jongensdroom tot laatste finish, van voorjaarsklassiekers en de Tour tot veldrit- en zesdaagseseizoen, werden voor het eerst verzameld in een bloemlezing. De samenstelling is van Patrick Cornillie, zelf ook dichter, schrijver en journalist, uit Lichtervelde.

100 fiets- en wielergedichten, van Martin Carrette, Miel Vanstreels, Willie Verhegghe, Paul Rigolle en Jan Kal natuurlijk. Maar ook dankzij Levi Weemoedt, Tom Lanoye, Gerrit Komrij, Rick de Leeuw, Luuk Grewez, Victor Vroomkoning, Freek de Jonge, Sylvie Marie, Roel Richelieu, Van Londersele en vele anderen fiets je in dit boek over 'les voies sacrees' en langs de 'bedevaartsoorden' van de wielersport.

Vooral de bijdrage van de Deinse dichter Martin Carrette valt ons op. Hij schreef een gedicht over de Wontergemse wielerheld Lucien Buysse.

De bloemlezing beslaat 144 pagina’s en is geïllustreerd met uniek fotomateriaal.

Onder andere Bert Bevers, Dirk Nachtergaele, Paul Rigolle, Guy van Hoof, Philip Hoorne, Albert Megens, Miel Vanstreels en Achilles M. Surinx lezen voor op de voorstelling, Pieter Bakker en Karel Declercq zullen het wondere wereldje van de fiets bezingen. Het wordt beslist een schone wielerdag, daar in Roeselare.

VI DE RENNER
Wontergem, standbeeld Lucien Buysse


De renner is een beeldhouwer, als Michelangelo
op zoek naar de ultieme vorm in het dooraderde
beenharde materiaal van zijn lijf. Ook is de renner
een dichter, vergroeid met zijn pen of klavier

als met een frame. Zonder roadbook draait hij
vierkant over de hobbelige dwaalwegen, die jubel
beloven, op weg naar de zege, de roem, de steen,
als trofee. De finale lendenruk perst de laatste jus

uit de woorden, in taal cru en gespierd als zijn dijen.
Bebloemd en gebeiteld staat hij op de hoogste trap
van het ereschavot. Toch wint hij maar half, nooit

haalt hij het helemaal van de woorden, de stenen,
zichzelf. Er is altijd de andere helft. Dat eeuwige,
onverbiddelijke blok loodzwaar aan het been.


 

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio