Wel en wee van weleer: De korte glorietijd van burgemeester Adolf De Visscher: 1891-1896

De familie Devisscher Foto: Archief Eric Bekaert

Dentergem - Eric Bekaert schetst de Dentergemse politiek rond de negentiende eeuwwisseling. De 437 stemgerechtigden kozen toen voor een volledig nieuw bewind. Je leest er op deze hoogdag meer over in ‘Wel en wee van weleer’.

De korte glorietijd van burgemeester Adolf De Visscher: 1891-1896

Op 22.08.1891 overleed op 78-jarige leeftijd Jozef-August Opsomer, nauwelijks 10 maanden na zijn laatste herverkiezing. Hij was 30 jaar burgemeester geweest en met hem verloor Dentergem ongetwijfeld haar meest gezaghebbende politieke persoonlijkheid uit de 19de eeuw. Er werd beslist - en dit voor de derde maal in de Dentergemse geschiedenis na 1832 en 1853 - een buitengewone verkiezing te houden ter aanvulling van de vrijgekomen raadszetel.

Op 18.10.1891 hadden de 148 kiezers de keuze tussen de schoonzoon van wijlen burgemeester Opsomer, notaris Adolf De Visscher (°Oostakker 04.02.1854 - †Dentergem 03.11.1920), en brouwer Constant Planckaert. Het werd een riante overwinning voor De Visscher, die 103 naamstemmen kreeg. Het mocht een troost wezen voor opponent Planckaert dat hij met zijn 42 stemmen toch duidelijk beter scoorde dan in 1869, 1872 en 1875. Toen had hij respectievelijk 1, 6 en 2 Dentergemnaren van zijn politieke capaciteiten weten te overtuigen… Op 07.11.1891 legde De Visscher de eed af als gemeenteraadslid en – was het anders te verwachten? – een maand later droeg hij reeds de burgemeesterssjerp.

Adolf De Visscher is altijd een erg controversiële figuur geweest in de Dentergemse gemeentepolitiek. Hij straalde absoluut niet het charisma uit van wijlen zijn schoonvader, wiens notariaat hij in Dentergem had overgenomen. Hij lag permanent overhoop met brouwer Planckaert, die de burgemeester, voor al wie het wilde horen, regelmatig uitschold voor al wat schoon en lelijk was. In een verkiezingspamflet voor de deelverkiezingen van 1903 werden De Visscher en zijn aanhangers afgeschilderd als dezen die, om onnoozele beuzelarijen burgers tergde…

Op 17.11.1895 vonden er opnieuw verkiezingen plaats, nu ter vervanging van de voltallige raad. Door een grondwetswijziging in september 1893 was het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd, waardoor nu voor het eerst alle mannelijke inwoners vanaf 30 jaar hun lokale mandatarissen moesten (voor het eerst stemplicht!) kiezen. Wie een minimum aan belastingen betaalde, eigenaar, familiehoofd of gediplomeerd was, kon zelfs een 2de, 3de of 4de stem uitbrengen. Het resultaat van deze hervorming was dat er in 1895 nu 437 stemplichtigen opgeroepen werden, of bijna 300 meer dan het aantal stelgerechtigden in 1891.

Voor het eerst in de Dentergemse geschiedenis waren er 2 volledige lijsten ingediend. Van de lijst waarmee De Visscher sinds 1891 de gemeente bestuurde, steunden hem nog 3 getrouwen: schepen Henri Desplenter (stichter van de gekende brouwerij), dokter Achiel Cadet en Jan-Baptist Roose. De 5 anderen waren nieuwelingen in de politiek: Camiel Vandecasteele, Cyriel Vanhuffel, Felix Vanquaethem, Francies Debrabandere en Leonard Vandevyver. De tegenpartij stond o.l.v. de 31-jarige herenboer Gustaaf Coucke, de overlopers Camiel Minne (schepen tijdens de vorige legislatuur), Constant Vanderougstraete en Eugeen Minne, aangevuld met de neofieten Basiel Vermeersch, Jan Coucke, Pieter-Jozef Depré, August Vandenheede (stichter van de firma Abbeloos) en… Constant Planckaert.

Het werd een overweldigende overwinning voor de lijst Coucke, die maar liefst 8 van de 9 zetels in de wacht sleepte en hiermee een einde stelde aan 35 jaar bewind van de clan Opsomer-De Visscher. Adolf De Visscher werd compleet weggestemd en de enige van zijn lijst die stand had gehouden in deze electorale tornado was Henri Desplenter. Dit ten nadele van Jan Coucke, die blijkbaar niet had kunnen profiteren van de populariteit van zijn naamgenoot. Merkwaardig detail: de stemmenkampioen (ex aequo met Basiel Vermeersch) was… Constant Planckaert, met maar liefst 349 voorkeurstemmen.

Niet Gustaaf Coucke, maar de 69-jarige landbouwer Camiel Minne (°Dentergem 02.11.1826 - †Dentergem 29.04.1917) werd vanaf maart 1896 de nieuwe burgemeester. Hij zat toen al 34 jaar in de gemeenteraad, waarvan de laatste 8 jaar als schepen. Hij zou de sjerp blijven dragen tot november 1907. Toen was het eindelijk de beurt aan Gustaaf Coucke die oud en wijs genoeg bevonden werd om het roer over te nemen. Camiel Minne “degradeerde” toen opnieuw tot schepen, tot hij er in januari 1912 definitief de brui aan gaf. Hij had exact 50 jaar, 11 maanden en 5 dagen het gemeentelijk beleid in Dentergem kleur gegeven. Een absoluut record…

ERIC BEKAERT

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio