Wel en wee van weleer: Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 1)

Wel en wee van weleer: Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 1)

Foto: Archief Eric Bekaert

Dentergem - Eric Bekaert schetst vandaag in 'Wel en wee van weleer' de roots en beginjaren van Jozef-August Opsomer, oud-burgemeester van Dentergem. Volgende week gaat hij verder in op de politieke carrière van deze grootse burgemeester.

Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 1)

In 1720 verhuisde Dominicus Opsomer (1683-1758) van Aarsele naar Dentergem. Hij engageerde zich na enige tijd in het bestuurlijke leven van zijn nieuwe gemeente: tussen 1747 en 1758 zetelde hij als tweede schepen in de schepenbank van de heerlijkheid en parochie Dentergem. Zijn nakomelingen zullen tot 1964 (overlijden Robert De Visscher) in zijn voetsporen treden en een onuitwisbare stempel drukken op de sociale, maar vooral politieke lokale geschiedenis.

Dominicus’ zoon Jan-Baptist (1724-1800) - vierde van de 10 kinderen uit zijn tweede huwelijk - zetelde in de schepenbank van een vijftal heerlijkheden in Dentergem. Hij vestigde zich in de Dreve, waar hij tussen 1775 en ca. 1795 de herberg “De Leeuw” uitbaatte, toen ook dorpsschepenhuis (gemeentehuis). Het intussen afgebroken gebouw bevond zich op de plaats waar nu Gerry Hillegeer zijn loodgietersmateriaal opslaat (recht tegenover het Sociaal Centrum).

Jacob-Xavier (1783-1860) - de enige erfgenaam van Jan-Baptist - verdiende zijn brood als landbouwer en handelaar in landbouwproducten. In de traditie van zijn voorouders schuwde ook hij geen bestuurlijke verantwoordelijkheid. Integendeel, de kleinzoon van Dominicus was wel een erg bezige bij. Zo was hij secretaris van armbestuur (1820?- 1837) en gemeentebestuur (1820-1836) en secretaris (1810?-1832) en voorzitter van de kerkfabriek (1850-1860). Jacob-Xavier huwde met Josepha-Benedicte Verougstraete die hem 5 zonen en 1 dochter schonk.

De oudste zoon uit dit huwelijk was Jozef-August (°14.05.1813 - †22.08.1891). Pas afgestudeerd als jurist volgde hij zijn vader op als gemeentesecretaris van Dentergem (1836-1861) en Markegem (1836-1864). Hij hield ook nog ongeveer een kwarteeuw de notulen bij van het armbestuur van Dentergem (1837-1861) en Markegem (1838-1864). Tijdens de zwaarste crisisjaren halverwege de 19de eeuw nam hij als secretaris van het armwezen daarenboven nog de weinig gesolliciteerde en immer bekritiseerde taak van ordonnateur op zich (1847-1861): het verdelen van noodhulp aan de behoeftigen.

Intussen was Jozef-August erin geslaagd zijn diploma notariaat te behalen, functie die hij vanaf november 1846 in zijn geboortedorp uitoefende in concurrentie met Frederik Minne (1782-1852). Twee jaar later werd hij verkozen als katholiek provincieraadslid voor het kanton Meulebeke en promoveerde in 1876 tot ondervoorzitter van de West-Vlaamse provincieraad. Hij zou dit eervol mandaat blijven uitoefenen tot zijn overlijden in 1891.

Jozef-August Opsomer huwde op 05.07.1848 in Tielt met Nathalie de Mûelenaere (°Koolskamp 22.02.1821 - †Dentergem 05.02.1856), oudere zus van Eugénie (echtgenote van zijn broer Eugène-Ghislain, notaris te Kortrijk). Zij was een achternicht van Felix Amand, premier van België (1831-1832) en gouverneur van West-Vlaanderen (1830-1849). Het echtpaar kreeg 3 dochters. Marie-Antoinette (°17.06.1852 - †Kortrijk 03.07.1920) huwde met Prudent Priem die in de Ieperstraat in Tielt een artsenpraktijk had. Alice (°02.05.1854 - †Dentergem 23.12.1931) trouwde met Adolf De Visscher, die zijn schoonvader als notaris (1884-1920) en burgemeester (1891-1896) in Dentergem zou opvolgen. Hun dochter Anna zou de moeder worden van Lilian Baels, tweede vrouw van koning Leopold III. Augusta (°31.01.1856 - †Kortrijk 29.07.1929) tenslotte trad in het bootje met Georges Mullie, die in Kortrijk als advocaat de kost verdiende. De geboorte van haar derde kind werd mama Nathalie fataal. Zij overleed 6 dagen later in het kraambed…


Rond 1860 liet Jozef-August Opsomer in de Statiestraat een riante neoclassicistische woning optrekken, omgeven door een indrukwekkende tuin. In 1865 kreeg hij de toelating het weggetje (het zesbunder wegelken) naast zijn eigendom te verbreden en af te boorden met linde- en beukenbomen: de huidige Boulevard. Rond 1876 tenslotte werd in zijn tuin de Sint-Jozefskapel (nomen est omen) gebouwd, waarvan de nu dichtgemetselde deur uitgeeft in de Boulevard.

 

ERIC BEKAERT
 

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio