Wel en wee van weleer: Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 2)

Wel en wee van weleer: Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 2)

Foto: Edith Van Wuytswinkel

Dentergem - In het tweede deel van de mini-serie over Jozef-August Opsomer heeft Eric Bekaert het over het charisma en de realisaties van deze burgemeester in de 19de eeuw.

Jozef-August Opsomer (1813-1891): Dentergems grootste burgemeester (deel 2)


Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 30.10.1860 werd Opsomer verkozen tot burgemeester in opvolging van de 76-jarige landbouwer-brouwer Francies-Xavier Vandenheede, die zich na 12 jaar (1848-1860) geen kandidaat meer had gesteld. De nieuwe burgervader zou tot zijn dood op een onaantastbare wijze de touwtjes in handen houden: hij maakte 6 (deel)verkiezingen mee, die telkens uitdraaiden op een eclatante overwinning voor hem of (vanaf 1878) zijn lijst.

De burgemeester-notaris was niet alleen immens geliefd, hij was ook een man met een duidelijke politieke visie, die er alles voor over had om het 19de-eeuwse Dentergem uit haar “middeleeuwse” isolement te halen, wars van het ingebakken traditionalisme van heel wat inwoners. Zo uitte hij als jonge snaak reeds zijn ongenoegen, toen in de jaren 1830-1836 pastoor Ignace Vercruysse (1823-1853) het leven van onderwijzer Karel-Lodewijk Ternest tot een hel maakte, alleen maar omdat hij les gaf in de door de Hollanders gesubsidieerde school in de Dreve (gebouwd in 1829). De uiterst getalenteerde Ternest verliet uiteindelijk - tot wanhoop van zijn vriend Opsomer - gedegouteerd de gemeente en vestigde zich in Ouwegem, waar hij als hoofdonderwijzer aan de slag kon. Zowel te Ouwegem als te Wetteren (vanaf 1855) zal hij zich manifesteren als een gerenommeerd taalkundige en één der beste onderwijspedagogen van zijn tijd.

Tijdens de verschrikkelijke hongerjaren 1840-1850 zag arm- en gemeentesecretaris Opsomer als één der weinigen in Dentergem in dat de aloude manuele huisnijverheid (spinnen en weven) geen toekomst meer had en legde hij in een schrijven van 19.12.1847 de vinger duidelijk op de wonde: Het is noodig dat de geest van onderneming zich ontwikkele om nieuwe nyverheden in te voeren; want de grootste oorzaek onzer diepe en aenhoudende ellende is de koppigheid of liever de ingeboren gewoonte waeraen de werkende klas in onze streken verkleefd is om zich uitsluitelyk met eene soort van nyverheid bezig te houden.

Eind 1839 telde Dentergem 2997 inwoners, het hoogste bevolkingscijfer dat ooit geregistreerd zou worden. Qua koophandel was onze gemeente echter een achtergebleven lokaliteit en dat had veel te maken met het feit dat er geen enkele buurtweg een rechtstreeks gekasseide verbinding gaf met de grote wegen Tielt-Deinze en Tielt-Wakken. De eerste kasseiwerken buiten het centrum werden pas in juli 1840 aanbesteed: de dorpsweg van Dentergem naar Aarsele (toen nog de Pontbrouckstraat) over een lengte van 246,25 m en een breedte van 3 m…Burgemeester Opsomer maakte er dan ook een prioriteit van zijn gemeente qua wegeninfrastructuur te ontsluiten. De Markegemsesteenweg werd tot 8 m verbreed, genivelleerd en rechtgetrokken (1861-1862). De Wontergemstraat (1867-1868) en de Gottemstraat (1870-1880) werden gekasseid en er kwam een rechtstreekse verbinding naar Meulebeke via een gloednieuwe steenweg (1888-1889).

Niet alleen de neringdoeners kwamen meer aan hun trekken, ook op sociaal-cultureel gebied was Opsomer een zegen voor onze voorouders. Zoals reeds gemeld, hechtte hij veel belang aan degelijk onderwijs. Zo liet hij in de Statiestraat voor het eerst een meisjesschool optrekken (kostprijs 17.039,88 fr.), die in november 1861 haar deuren opende. Twaalf jaar later verrees er op het veld een gloednieuwe school, waar de 39-jarige meester Bonte vanaf januari 1874 nog zowat 35 jaar zijn pedagogische talenten zou etaleren. Ook de oude en kranke parochianen werden niet vergeten. Ondanks heel wat tegenkanting liet de burgemeester, aansluitend bij de meisjesschool, een bejaardentehuis bouwen. De funderingen werden in juni 1875 gedolven en in november 1877 namen de zusters van de congregatie van O.-L.-V. van Zeven Weeën er hun intrek. De totale kostprijs bedroeg 105.381,98 fr.

Burgemeester Jozef-August Opsomer had dan nog het geluk de gemeente te kunnen besturen in vreedzame samenwerking met de geliefde en intelligentste zielenherder die Dentergem gekend heeft: pastoor Norbert Scherpereel (1853-1896), bouwheer van de mooie neogotische kerk (1854-1856). Beide lokale bewindslui hadden het beste voor met gemeente en parochie en regeerden ieder vanuit hun ivoren toren, minzaam neerkijkend op het hen adorerend voetvolk. Scherpereel had het zonder enige twijfel bij het rechte eind toen hij in een brief, d.d. 23.01.1884, aan bisschop Faict schreef: Doch hier is het plaetselyk Bestuur niemand anders als de Heer Burgemeester.


ERIC BEKAERT
 

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio