Zo fiets je sneller zonder extra moeite

15 tips om sneller te fietsen

15 tips om sneller te fietsen

Foto: photonews

Wie rekening houdt met een aantal zaken kan met een gewone fiets vrij eenvoudig sneller fietsen zonder extra inspanning, of even snel met minder zweet. Efficiënter fietsen betekent dat je als fietspendelaar vaker, langer, verder, meer ontspannen of via een mooiere, maar langere, route kunt fietsen.

Efficiënter fietsen is een kwestie van weerstand overwinnen: afkomstig van je eigen fiets, de lucht en het parcours. Hieronder een lijstje van ingrepen om die weerstanden – waar je zo vaak op moet vloeken – te verminderen.

  1. Onderhoud je fiets
  2. Met een slecht onderhouden stadsfiets - de gemiddelde studentenfiets – haal je op een vlakke weg en zonder tegenwind met een lichte inspanning (100 Watt) ongeveer vijftien kilometer per uur. Dezelfde fiets in goed onderhouden toestand gaat zonder extra moeite vijf kilometer per uur sneller.

  3. Pomp je banden op
  4. De meeste fietsers rijden met te zachte banden. Gevolg: meer wrijving met de weg, en meer energie die in het opveren van je band verloren gaat. Een harde band ‘plakt’ minder aan de weg, veert ook minder, en verliest daardoor minder energie. Bovendien verslijt een band die correct is opgepompt minder snel. Op de zijkant van je banden staat vermeld hoe hard hij moet opgepompt worden.

  5. Kies snelle banden
  6. Ook het profiel van een band bepaalt mee hoe vlot hij bolt. Fietsen met een mountainbikeband kost je bijvoorbeeld meer energie dan met een raceband.

  7. Smeer je ketting
  8. Door wrijving gaat in alle draaiende onderdelen van je fiets, zoals de ketting, trap- en wielas, energie verloren. Het verlies kan je beperken door alle draaiende onderdelen regelmatig goed te smeren.

  9. Kies een snelle fiets
  10. Sommige fietsen, zoals een typische stadsfiets, zijn ontworpen om vooral comfortabel te fietsen, maar door de rechtop zittende positie vang je wel meer wind. Andere fietsen, zoals de racefiets, zijn dan weer gemaakt om snel mee te rijden. Dat komt gedeeltelijk door het (vaak) lagere gewicht van de racefiets, maar vooral door de meer aerodynamische, horizontale positie van de fietser (gezicht naar beneden).

  11. Zet je stuur lager
  12. Waardoor je automatisch meer voorover gebogen gaat fietsen, en dus minder wind 'vangt'.

  13. Zet je zadel hoger
  14. Veel fietsers zitten te laag op hun fiets. Daardoor gaan ze onnodig meer energie verbruiken. Uit een steekproef met een 38-jarige matig sportieve man blijkt bijvoorbeeld dat een te laag zadel – tien centimeter lager dan volgens de hieronder vermelde berekening – al voor een vrij dramatische reductie van het uithoudingsvermogen met maar liefst tachtig procent zorgt.

  15. Maak je smal
  16. Plaats je handen in het midden, niet aan de uiteinden, van het stuur om je frontaal oppervlak – het ‘zeil’ waarmee je wind vangt – te versmallen. Hou de ellebogen en knieën goed naar binnen. Een triatlonstuur kan daarbij helpen.

  17. Gebruik klikpedalen of riempjes
  18. Met klikpedalen of pedaalriempjes zitten je voeten vast aan de trappers waardoor je bij de omhooggaande beweging van de pedalen nog een extra trekkracht kan leveren. Deze is klein, maar werkt mee en niet tegen zoals wanneer je voeten gewoon passief (los) op de pedalen staan.

  19. Zuig wieltjes
  20. In het wiel heeft een fietser tot 34 procent minder energie nodig dan wie op kop fietst. Ook op kop haal je trouwens voordeel wanneer iemand in je achterwiel zit te zuigen. Een achtervolger zorgt voor een verlaging van de onderdruk achter de rijder op kop, waardoor de lucht minder hard aan de voorganger ‘zuigt’. Het effect is wel eerder klein: 2,5 procent afname in luchtweerstand voor de man op kop.

  21. Verlies gewicht
  22. Een kilogram minder fiets levert alleen voordeel op wanneer er tegen een kracht gewerkt moet worden. Bergop dus, of bij het versnellen. Op Vlaamse wegen fietsen we meestal vlak en tegen een constant tempo. Dan maakt een kilogram minder fiets je amper sneller. Dat is anders wanneer je zelf die kilogram zou verliezen. Het lichaam heeft minder koelingsproblemen (minder isolerend lichaamsvet) en als je de kilo’s er zelf hebt afgetrapt betekent dat hoogstwaarschijnlijk ook een betere conditie.

  23. Kleed je strakker
  24. Draag geen losse kledij die flappert – vooral het geval met regenjasjes – en beperk de omvang van fietstassen. Losse kledij kan de luchtweerstand tot wel dertig procent doen toenemen – lees: met losse fietskledij kan je het fietsen voor jezelf tot dertig procent lastiger maken. Strakkere fietskledij kan overigens best mooi zijn.

  25. Anticipeer op putten en bulten
  26. Als fietser kan je het energieverlies door hobbels actief beperken door het lichaam heel even te ontspannen, en zo de schok op te vangen, of zelfs even uit het zadel te komen om de fiets zelfstandig de schok te laten verwerken. Een andere tactiek is net een extra pedaaltrap bijgeven bij het overschrijden van het bultje – al vraagt dat een precieze timing die je alleen bezit na wat fietservaring. Nog een andere manier om het energieverlies te beperken is gewoon over het bultje te springen.

  27. Vraag betere fietsinfrastructuur aan je stadsbestuur
  28. Nog vertragingen door je parcours: slecht afgestelde stoplichten, te smalle fietspaden (waar je moeilijker een andere fietser inhaalt) of kruisend autoverkeer op het fietspad. Om deze fietsremmers aan te pakken, zijn fietsers afhankelijk van beleidsbeslissingen.

  29. Fiets assertief en anticipeer
  30. Toch kan je in huidige – afremmende – verkeerssituaties sneller gaan door je fietstactiek op het verkeer af te stellen. Voorspel het verkeer en je parcours – kijk verder dan net voor je wiel – en anticipeer, waardoor je minder vaak in de remmen moet. Om een auto heen fietsen is bijvoorbeeld sneller dan te wachten tot hij voorbij is geschoven.

Lees meer over sneller fietsen op De Velotariër.

Lees meer over sneller fietsen op De Velotariër


Evalueer hier de veiligheid van de fietspaden in uw gemeente

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S