11 juli - officiële feestdag van de Vlaamse Gemeenschap

11 juli - officiële feestdag van de Vlaamse Gemeenschap

Foto: ludo vervloet

Laakdal - 11 juli 1302 versloegen de milities van de Vlaamse steden en gemeenten, die voornamelijk bestonden uit voetvolk van ambachtslieden en boeren, een leger van Franse ridders te paard, aan de Groeningekouter bij Kortrijk.

 Op het slagveld werden na afloop honderden gouden sporen teruggevonden, maar de naam Guldensporenslag wordt pas in de loop van de negentiende eeuw algemeen gebruikt.
Deze veldslag moet worden gezien als een episode in de strijd van het voormalige graafschap Vlaanderen tegen de politiek van de Franse koningen om het graafschap aan te hechten bij het Franse kroondomein.
 

 Los van de sociaal-economische factoren die mee oorzaak waren van het verzet en de opstand tegen de Franse koning, en van het democratiserende effect van deze overwinning op de samenstelling van de stedelijke bestuursorganen, heeft deze veldslag een definitieve annexatie van het historische graafschap Vlaanderen bij het Franse kroondomein kunnen verhinderen.
 

 De Guldensporenslag bood alle elementen voor een romantische visie op het eigen verleden, die in de loop van de negentiende eeuw en kort na de Belgische onafhankelijkheid opgang maakte. Deze veldslag gold als een voorbeeld van verzet tegen vreemde overheersing en van drang naar zelfstandigheid en autonomie.
 

 Het ontluikende Vlaamse ontvoogdingsstreven binnen België vond daarin het ideale symbool en voorbeeld voor de verdere ontwikkeling van de eigenheid en het zelfbehoud van Vlaanderen.
 

 In een niet geringe mate heeft ook de geromantiseerde versie van deze veldslag door Hendrik Conscience in het boek De Leeuw van Vlaenderen (1838),daartoe bijgedragen.
De gebeurtenissen van 1302 zijn tot het collectieve bewustzijn van de Vlamingen gaan behoren en liggen vandaar mee ten grondslag aan de officiële symbolen van de Vlaamse Gemeenschap.

 

De Vlaamse Leeuw

 De tekst van De Vlaamse Leeuw, strijdlied en later algemeen erkend als nationaal lied van de Vlamingen, werd gedicht door de toneelschrijver Hippoliet Van Peene (1811 - 1864), en getoonzet door de componist Karel Miry (1823 - 1899). Beiden waren actief in de Gentse amateurtoneelmaatschappij Broedermin en Taelyver.
 

De tekst en het lied ontstonden in juli 1847, blijkbaar naar aanleiding van een discussie onder de leden van Broedermin en Taelyver over volks - en nationale liederen. Ook Hippoliet Van Peene was daarbij aanwezig en het was voor hem de aanleiding om De Vlaamse Leeuw te dichten.

 Daarbij heeft hij zich duidelijk laten inspireren door het ook in Vlaanderen populaire strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Beckers "Der deutschen Rhein (Sie sollen ihn nicht haben…)". Muzikaal is er beïnvloeding van de melodie van Robert Schumans "Sonntags am Rhein".
 

 De historische context heeft ook een rol gespeeld, met name de politieke omwenteling van februari 1848 in Frankrijk, die de Tweede Republiek in het leven riep, en de vrees in België deed aanwakkeren voor een mogelijke annexatie. Dat schiep een klimaat waarin de bevolking psychologisch behoefte had aan een strijdlied. Rond 1900 was De Vlaamse Leeuw reeds algemeen als nationaal lied van de Vlamingen ingeburgerd.
 

 Bij het decreet van 6 juli 1973 van de voormalige Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap werden de eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw uitgeroepen tot eigen volkslied.
 De tekst en de notatie van de muziek werden officieel vastgesteld zoals aangegeven op de bijlage bij het ministerieel besluit van 11 juli 1985 (BS 11 juli 1985), nu als volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.
 

De tekst van De Vlaamse Leeuw

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
 Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
 zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
 

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan.
De legerbenden sneven: een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar!
 Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
 zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft,
 zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
 

-ludo vervloet-

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio