Op 12 juni om 20 uur

Willem Vermandere geeft een extra concert in De Kring in Balegem.

Willem Vermandere geeft een extra concert in De Kring in Balegem.

Willem Vermandere op 12 juni om 20 uur in De Kring in Balegem Foto: Foto: website Willem Vermandere

Oosterzele - Terwijl Willem Vermandere in Nederland al sinds de jaren zeventig au sérieux werd genomen, duurde het in Vlaanderen tot 1992 voor de algeme­ne muziekkritiek hem niet langer afschilderde als een zingend boertje uit de Westhoek. Het lied 'Bange blanke man' deed zoveel stof opwaaien in een Vlaanderen dat toen in de ban was van de niet te stuiten opmars van het toemalige Vlaams Blok (nu Vlaams Belang), dat iedereen wel verplicht was om echt te luisteren naar de tekst.

Wie Vermandere al langer volgde, wist dat hij al zijn hele zangcarrière lang niet de reactionaire, provincialistische dialectbard was waarvoor hij door velen in Vlaanderen werd versleten. Bange blanke man was geen frontale aanval tegen het Blok, zelfs geen pleidooi voor multiculturalisme, het lied stelde alleen vast dat onze samenleving multicultureel was en het deed dat op een erg energieke en enthousiaste manier. Vermandere bezong gewoon wat hij zag: Turken in Antwerpen, Marokkanen in Gent, Algerijnen in Brussel en Congolese zwarten in zijn stamcafé en dat maakte hem hoorbaar blij. Meer hield het liedje niet in, drie strofen lang. Alleen op het einde was er de coda:

Al de kinders van moeder eerde,
Op charango en met gamelan,
Ze zingen en roepen aan onz' deure,
Doet open bange blankeman.

Wie zich daardoor aangevallen, of geviseerd voelde, deelde blijkbaar Vermanderes vreugde en enthousiasme om zoveel menselijke diversiteit niet. Het was de verontwaardiging van het Vlaams Blok zelf, waarmee het zijn schrik voor de verkleuring van onze blanke cultuur bevestigde, waardoor het liedje mythische proporties aan ging nemen.

Vermandere ontving dreigbrieven, kreeg projectielen naar het hoofd geslingerd toen hij het lied zong tijdens de 11-juliviering 1992 op de Grote Markt in Brussel en werd tot persona non grata verklaard in culturele milieus die inmiddels bezweken waren voor het Eigen Volk Eerst-adagium (het Algemeen Nederlands Zangverbond, om er maar één te noemen). Tezelfdertijd kon de gevestigde muziek-journalist niet langer de andere kant opkijken als die zonderling uit de uithoek van West-Vlaanderen weer een nieuwe plaat maakte of in de Brusselse Ancienne Belgique, toen onder leiding van Jari Demeulemeester het mekka voor het Vlaamse chanson, mocht optreden. Ze beseften niet dat Willem Vermandere in 1971 al liederen zong die het opnamen voor verschoppelingen en onaangepasten. Ze kunnen het sinds kort nalezen in een eerste bundeling van zijn liedteksten: Van Blanche tot Blankeman.

En de mensen zeien, ja ze zeggen zo vele,
Waar of geen waar, mar ze zeggen 't algelijk,
Ze zeien, 'dag Piere' en peinsden 'de beeste'
Zo trekken ze een mens zijne name deur 't slijk...
Maar als ik nu peize aan Piere de beeste,
Dan schiet 'r in mijne kop nog altijd die wens,
D'r moesten d'r meer zijn g'lijk Piere de beeste,
Want dat was ne kerel, dat was nog ne mens.

Het is een van de allereerste liedjes die Vermandere zelf schreef en typerend voor een groot deel van zijn werk. Tot op vandaag schrijft hij liederen die ingegeven zijn door een soort mededogen voor de mensheid, meestal teruggebracht tot het verhaal van één mens.

Wijlen Jackie Huys, tegendraads muziekjournalist bij Humo en De Morgen, noemde Vermandere 'de zanger van de compassie'. De verhalen gaan dan ook nooit over succesvolle of heldhaftige mensen maar over mensen voor wie enig mededogen op zijn plaats is. Piere de Beeste was een man uit Vermanderes geboortedorp die onbeholpen en onbegrepen door het leven ging, omdat hij in een marginaal milieu was opgegroeid waar goede manieren niet van tel waren. Zo kreeg hij geen toegang tot de samenleving van het dorp en bleef hij gedoemd tot de marge. Het is maar een van de vele gebroken levensverhalen die Willem bezong.

'Les gens heureux n'ont pas d'histoire', zegt het Franse spreekwoord en Vermandere beaamt het volmondig. Fredo en Marcello zijn landlopers met twee linkerhanden die nergens welkom zijn (tenzij na hun dood in de hemel), La Belle Rosselle is een vrouwtje dat uit het verwoeste leper moest vluchten tijdens de Eerste Wereldoorlog en een hard en familiaal ongelukkig leven leidde in Frankrijk, Reintje is een gehandicapte jonge vrouw die de dag doorbrengt voor het raam terwijl ze onverstaanbare zinnen brabbelt. Maar het meest treffende portret dat hij ooit zong, is dat van Daniël. Daniël was een beeldhouwer in de jaren '20 die in de leer ging bij Constant Permeke en ook bij Cyriel Verschaeve, een priester, schrijver, beeldend kunstenaar, maar vooral ook een actieve collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog, die Vlaamse jongens ronselde voor het Oostfront. Door Verschaeve belandde Daniël in het atelier van Arno Breker, de beeldhouwer van het Derde Rijk. Daniël wilde beeldhouwen, meer niet.

Ach ik wiste niets van Dachau
En van Auschwitz al evenmin,
Maar dan is mijn herte gebroken,
Ben ik gestorven diep binnenin,
Achter tralies hè'k dan gezeten,
Met mijnen honger en mijn groot verdriet,
Naar Argentinië uitgeweken,
Mijn vrouw en mijn hope, met meer niet.
Pottenbakker is ie geworden,
In een nederig werkmanskleed,
Om zijn ziele te doen genezen,
Dag en nacht de klei gekneed,
Daniëls huis stond wagenwijd open,
Met arme luizen zijn brood gedeeld
En zo is ook daar den tijd verstreken,
Den tijd die alle wonden heelt.
 

Datum: 12 juni 2009 om 20u00. Plaats: De Kring Balegem.

Tickets kosten 15 euro in voorverkoop en kunnen verkregen worden via e-mail: info@letithappen.be of tel. 0474/92 01 52.

Bron: Website Willem Vermandere.

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio