Succesverhaal uit 1837: Spoorweg en Suikerfabriek versterkten elkaar

Succesverhaal uit 1837: Spoorweg en Suikerfabriek versterkten elkaar

Foto: CAG

Tienen - In opdracht van het Regionaal Landschap Zuid-Hageland onderzocht CAG (Centrum Agrarische Geschiedenis) de relatie tussen de Tiense suikerfabriek en het spoor. Die voorstudie kadert in het ruimer project "Tiense suiker en de IJzerenweg" van het Regionaal Landschap, in samenwerking met de stad Tienen en de Tiense Suikerraffinaderij, met financiële steun van de provincie Vlaams-Brabant.

De aanhef van de nu vrijgegeven tekst: "In september 1837 was de spoorlijn Leuven-Tienen klaar, inclusief de tunnel in Kumtich. Dat het geen sinecure was, bleek uit het feit dat de arbeiders na afloop van de werken een kapel optrokken ter ere van de Heilige Barbara, de beschermheilige van onder andere mijnwerkers en steenhouwers. In 1841 werd een tweede spoor op de lijn in gebruik genomen. Dat vroeg om een tweede tunnel. Dat bleek te complex. De tunnel stortte in." 

In april 1838 werd het traject Tienen-Ans in gebruik genomen, vier jaar later, in mei 1842, Ans-Luik. Het sluitstuk van het traject, Brussel-Leuven, volgde in december 1866. Van een druk gebruikte goederenlijn – voor de Tiense industrie vooral belangrijk voor de aanvoer van steenkool en de export van suiker - evolueerde lijn 36 naar een belangrijke pendellijn. In 1955 werd de dubbelsporige lijn geëlektrificeerd. 

In 1836, toen spoorlijn 36 volop in aanbouw was, kreeg het Tiense stadsbestuur twee aanvragen voor de oprichting van een suikerfabriek. Tienen lag op de grens van het zandlemige Hageland en Haspengouw, waar de bieten bijzonder goed gedijden op de vruchtbare leemplateaus. Het was dus een voor de hand liggende locatie voor bietsuikerfabrieken. 

Zolang Tienen het enige station was in de buurt van de suikerfabrieken – en dat was zo tot 1878 – kwamen tijdens de bieten, maar ook de steenkool en cokes die nodig waren om de stoommachines te laten draaien, aan in het Tiense station. Van daaruit werden ze met paard of os en kar naar de fabrieken gevoerd. In februari 1897 en opnieuw in februari 1899 deed de fabriek een aanvraag om een eigen spoorlijn te mogen exploiteren van aan het station van Grimde tot op het fabrieksterrein. In 1907 kwam er ook de buurtspoorweg (de stoom- of dieseltram) bij.

Het resultaat van het onderzoek is te lezen in het rapport van Greet Draye 'Tiense suiker en de IJzerenweg. Inhoudelijk vooronderzoek'.

Corrigeer

Doe de stemcheck van Het Nieuwsblad en ontdek met welke partij jij het best overeenkomt.

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio