Verdwenen beroep in mei: bieten hakken en dunnen

Verdwenen beroep in mei: bieten hakken en dunnen

Kappen en uitdunnen. Foto: Suikermuseum Tienen/foto nu bij VILT

Hoegaarden - Half mei trokken honderden streekgenoten naar de bietenhak in Haspengouw. De mechanisatie en de introductie van eenkiemig zaad maakten vijftig jaar geleden het beroep overbodig.

De latere minister Gaston Geens schrijft in 1959: "Het bietenhakken begint omstreeks 15 mei en duurt tot einde juni. V'o'or de hak is een groot gedeelte van de mannen werkloos. Een deel van de landbouwseizoenarbeiders is voor en na de campagnes werkzaam in de bouwsector. (...) In 1955 werkten 1.306 mannen en 332 vrouwen uit het arrondissement Leuven in de bietenhak. Andere seizoenstewerkstelling waren de bietenrooi (1.778 personen) en de graanoogst (339 personen)." De cijfers slaan op officiële tewerkstelling, los nog van de landbouwfamilies op eigen veld.

Zestig jaar geleden kondigde Gaston Geens al de teloorgang van deze landbouwarbeid aan: "Wat het hakken van de bieten betreft, is de uitschakeling van het aantal handarbeiders afhankelijk van de resultaten die bereikt worden door het aanwenden van éénkiemig zaad en chemische middelen ter verdelging can het onrkuid." De voorjaarsbewerking op de bietenvelden bestond immers uit het weghakken van zowel onkruid als overtollige bietenplantjes. Na de hak moest een tweede man of vrouw de rij verder uitdunnen zodat slechts één plant per 15 à 20 centimeter tot volle wasdom zou komen.

In 1955 woonde dertig procent van alle bietenhakkers in België in het arrondissement Leuven. De hakkers, vaak weg voor een week, waren vooral aan de slag in Waals Haspengouw, tot Namen en Luik. Emiel Vliebergh schrijft in 1921: "Gewoonlijk gaan de Hagelanders drie keren per jaar naar de Walen. Eerste vier tot vijf weken om de bieten te kuisen, daarna voor de graanoogst, zes tot acht weken, en een derde maal eveneens zes tot zeven weken voor het uitdoen van de suikerbieten. (...) Ze werken op de Walenhoeves zeer dikwijls op een bovenmenselijke wijze. Men tracht het zo gauw mogelijk klaar te spelen, om zoveel mogelijk te verdienen."

Het Vlaams Infocentrum Land- en Tuinbouw (VILT) repte zich naar Tienen, toen het Suikermuseum vorig jaar de deuren sloot. Het noteerde daar nog enkele bevindingen: "Meerkiemig zaad vergde veel van de bietentelers. Decennialang is daar veel handenarbeid aan vooraf gegaan. Het meest arbeidsintensief waren de manuele oogst en het ‘kappen’ van de bieten. Meerkiemig zaad gaf een rij kleine bietenplantjes die nog ‘op één’ gezet moesten worden. De introductie van éénkiemige variëteiten was de grote verdienste van de Russisch-Amerikaanse wetenschapper Savitzky (1902-1965). Het zou duren tot na de jaren ’60 voordat eenkiemig zaad beschikbaar werd in onze contreien."

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio