Griepepidemie in 1918: "Ze verdween zoals ze was gekomen"

Griepepidemie in 1918: "Ze verdween zoals ze was gekomen"

Wijlen Bertha Kempeneers in de boektrailer 'De allerlaatste getuigen van WO1'. Foto: Philip Vanoutrive

Tienen - Laurine Hendrickx verwees in haar eindwerk in 2017 (Universiteit Antwerpen) naar de Spaanse griep in Tienen en elders. Auteur Philip Vanoutrive liet eerder een Tiense getuige aan het woord.

In corona-tijden wordt herinnerd aan een vorige virusepidemie. Vanaf juli 1918 wordt melding gemaakt van de Spaanse griep in Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent, Aalst en Tienen. Het virus was tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog opgedoken, sedert de aankomst van Amerikaanse soldaten aan het front. Er is sprake van Spaanse griep omdat Spaanse media er het eerst over schreven. Laurine Hendrickx: "In acht tot negen maanden verspreidde de griep zich over de hele wereld, waar ze naar schatting dertig tot zestig miljoen doden maakte."

"Kranten meldden dat de artsen voor een raadsel stonden. De ‘pre-wetenschappelijke’ verklaringen en adviezen van zogenaamde charlatans floreerden namelijk in kranten. Zo las de Belgische bevolking dat haar oorsprong lag in de droge lucht en de wervelwind in de atmosfeer of dat rokers van de ziekte gevrijwaard bleven. (...) De capaciteit van de veldhospitalen was al snel was overschreden. De bedden werden er bijgevolg voorbehouden voor de gecompliceerde gevallen. Bataljonsartsen zonden hygiënische voorschriften rond. Zieken dienden zich af te zonderen, warme dranken te drinken en zich warm te kleden."

Philip Vanoutrive laat in De allerlaatste getuigen van WOI, (Lannoo, 2011) Bertha Kempeneers aan het woord. Zij verloor op enkele dagen vijf zussen en een broer in Bierbeek. Zijzelf ontsnapte omdat ze in de oorlog in Tienen school liep en er bij familie verbleef. Bertha begint op haar vingers te tellen: “Ida 18 jaar, Lydia 16 jaar, Odile 14 jaar, Maria 12 jaar, Valérie 6 jaar en het klein Vitalleke 4 jaar. Alle zes zijn ze gestorven aan de Spaanse griep. Rosalie en Désiré werden ook ziek maar kwamen er, evenals ons moeder, weer bovenop. Enkel vader en ik hebben de griep nooit gekregen.”

"Het onbekende virus nestelde zich na een aantal dagen in de longen. De zieken kregen een longontsteking die niet kon worden behandeld en ze stierven. Er bestond nog een erger verloop van de besmetting, waarbij patiënten binnen de kortste keren doodziek werden, omdat de longen zich onmiddellijk met vocht vulden. Wegens gebrek aan zuurstof gaven de zieken donkerblauw gekleurd bloed over. Het aangezicht en de voeten sloegen donkerblauw tot zwart uit. Ademen lukte niet meer, zodat de slachtoffers stikten in een mengsel van vocht en bloed. Vandaar dat er even aan de pest werd gedacht."

Hendrickx stelt vast de Spaanse griep snel uit de aandacht verdween: "De griep had plaatselijk haar ronde(s) gedaan, maar was eind 1919 grotendeels verdwenen. Intussen waren andere ziekten opgedoken. Na vier jaar onder Duitse bezetting hadden politici hun handen vol met de heropbouw. De griep was even vlug verdwenen als ze was gekomen en dus niet meer relevant." Sommige effecten zie je vandaag weer: de geschiedenis van het Onze-Lieve-Vrouwcollege meldt "De Spaanse griep hield in 1918 huis, een derde van de scholieren bleef thuis."

Ook twee slachtoffers in familie Michel.

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio