Druilregen kan Ghost niet klein krijgen

Muziek brengen op plaatsen waar je het niet meteen verwacht. En toch veel groepen en acts programmeren, zonder dat het publiek moet wachten omdat dat ene podium moet omgebouwd worden. De dames en heren van Ghost zijn er ondertussen specialist in geworden: ze zoeken locaties waar ze zonder al te veel gedoe kleine podia op wandelafstand kunnen installeren en improviseren. Het Citadelpark leek hen wel wat. Vrijdagavond bleek dat ook te lukken. Zelfs de druilregen kreeg Ghost niet klein: gewoon op zeker spelen en een paar acts snel van buiten naar binnen verplaatsen.

En niemand die de weg verliest, want Stefan Bracke van Ghost was de gids van dienst. Met een kleine mobiele speakersinstallatie en voorafgegaan door een man met een brandende fakkel, gidste hij het publiek van performance naar performance. Nog een groot voordeel aan Ghost is dat ze niet zozeer mikken op gvestigde grote namen, maar kiezen voor talent dat uit de ondergrond komt gekropen. En de concerten duren amper een kwartuur. Valt het tegen: geen drama, over naar hetvolgende. Valt het mee: spitjig dat het zo kort was, maar je houdt dan maar in de gaten waar die artiest nog eens optreedt. Zo leerden wij tijdens één van de eerste (het kan ook de allereerste geweest zijn) ene Charlotte Adigéry kennen. Die stond op het terras van de Afsnis met haar groepje WWWATER. We waren niet alleen geïntrigeerd door het feit dat ze er in een echt wel felle kou buiten stond te performen, maar ook door haar set. En dan blijft een mens die naam in de gaten houden. En zie, waar Charlotte ondertussen staat.

Bolt Ruin mocht deze editie van Ghost openen: midden de Floraliënhal: één man achter een tafel: de naar Gent uitgeweken Limburger Brecht Linden bracht er als Bolt Ruin een mix van verknipte beats en noise. Volgens de programmabrochure komt de man uit de punk- en noisescene en zijn kraakpanden en jeugdhuizen hem niet vreemd. In die immense kale Floraliënhal voelde de man zich blijkbaar snel thuis. 

Bracke gaf daarna het podium aan het Babylon Trio. Drie Irakeze vluchtelingen die al sinds 2016 in Gent verblijven en musiceren. Stonden vorig jaar in het Baudelohof tijdens de Gentse Feesten en ook al op een vorige editie van Ghost: "toen moesten we hen wegens regenweer in een camionette programmeren, en we beloofden hen een beter en groter podium. De Floraliënhal dus. De drie waren dankbaar en speelden enthousiast hun rootsmuziek. "Volgende keer krijgen jullie een soundsystem dat beter werkt" beloofde Bracke, en de drie waren daar heel tevreden mee.

Over naar Dolly Bing Bing. Artiestennaam die kunstenares Elisabeth Van Dam gebruikt voor haar muziek- en dansproject. Van Dam verloor haar partner aan ALS en begon haar set, geflankeerd door twee dansers die net als zijzelf enkel in zwarte lingerie met een groot doorkijkgehalte gekleed waren, met een intiem liefdesnummer dat wij als een ode aan haar partner aanvoelden. Om daarna over te schakelen naar een veel heftiger en meer ritmisch nummer waarin ze met woorden als Pleasure Station nogal expliciet verwijst naar liefde, sex en lust. Een heel fysieke act, met een zeer goed gevoel voor timing. Gedurfd, maar voor Van Dam blijkt het een manier om de heftige periode die ze achter de rug heeft, te verwerken. Binnenkort komt haar debuutEP op de markt, de nummers worden momenteel in de studio gemasterd en een clip is in de maak.

Waar we ook nog niet echt van gehoord hadden is het duo Brik Tu-Tok. Dat is onze eigen fout, want ze stonden op 21 maart al in de Charlatan, als voorprogramma van MDC III, de groep van Mattias De Craene. Hadden we maar wat vroeger moeten komen dus. Het was alvast heel fijn en verrassend om kennis te maken met het duo dat bestaat uit twee theatermakers Maxim Storms en Linde Carrijn, beiden afgestudeerd aan het KASK, die een muzikale act samenstelden met grotesk overdreven costumering, met 'instrumenten' die ze zelf maken, en met teksten die een beetje gek klinken maar toch boodschappen en statements bevatten. Niet afgeborsteld, maar het duo neemt je wel mee naar binnen in hun vreemd wereldje.

Wat zagen we nog allemaal? De korte performance Boys bring brooms to the yard, waarbij een aantal vrouwen een 'make over' doen van een foto uit 1918 waarbij Vlaamse vrouwen met veegborstels de straat op gingen om die straat opnieuw proper te vegen. Performance-kunstenares Esther Schelfhout doet dat nu opnieuw: samen met vrouwen die wel eens het slachtoffer waren van dominant gedrag omwille van hun sexe, vegen ze, symbolisch, 'vuile' plekken schoon. Ze doen dat kort en verduidelijken hun statement door herhaaldelijk drie zinnen te zeggen: "Deze ruimte was vervuild. Ze moest gekuist worden. Wij bieden u een schone lei'. 

MDC III is op zich al het zogenaamde 'soloproject' van saxofonist Mattias De Craene van Nordmann. Al is MDC III een trio, dat met Dreamhatcher een prachtige plaat afleverde die we meteen na het afwerken van dit stukje nog eens over ons laten komen. Mattias stond op Ghost echt solo, met zijn sax(en) en een nieuw stuk tuinslang waarop hij het mondstuk van een saxofoon op monteert om er op die manier ook een instrument van te maken.. Een betere locatie dan die grijze grot in het Citadelpark konden ze voor Mattias niet gevonden hebben. Fotograaf Steven Hendrix vat het in één foto samen. Als u wil weten hoe het klinkt: gewoon Dreamhatcher kopen. Zorg dat u de eerste versie van de cd koopt, dan heeft u een exemplaar waar de naam van de plaat op de zijkant fout gedrukt staat als Dreamheatcher. 't Is maar een detail. 

Raveyard, de undergroundgroep die in 2019 nogal wat nieuw materiaal brengt, speelde ook in een grot, maar daar kwamen we iets te laat aan, en klein als we zijn, konden we niet over de hoofden meekijken. Maar het klonk alvast heel Raveyard.

 

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio