Geluidskunstenaar Steven De bruyn en co bezorgen Handelsbeurs een heel mooie maandagavond

Wat als het concert beter is dan de plaat? En als die plaat zelf al meerdere viersterrenrecensies kreeg? Dan kunnen zowel publiek als artiest en organisator alleen maar tevreden zijn toch? Zo was het maandagavond in de Handelsbeurs, waar Steven De bruyn zijn soloplaat The Eternal Perhaps voorstelde. En omdat het voor Steven De bruyn een thuisconcert was, kreeg het Gents publiek er een extraatje bij: bovenop Jasper Hautekiet, die Steven op plaat en live begeleidt op contrabas, kwam ook zangeres Annelies Van Dinter een drietal nummers meezingen. Kortom, het was een heel mooie maandagavond, daar in de Handelsbeurs.

Het concert waarmee Steven De bruyn zijn soloplaat The Eternal Perhaps maandagavond voorstelde, was voorzien om plaats te vinden in de foyer van de Handelsbeurs. Maar de vraag naar tickets was zo groot dat de Handelsbeurs besloot het zogenaamde Foyer Soiree concert te verplaatsen naar de grote concertzaal. Maar Wim Wabbes, artistiek directeur en bij de Handelsbeurs ook verantwoordelijk voor de muzikale programmering, stond er op dat de sfeer van de Foyer Soireeconcerten behouden werd. Dus werd het specifieke decor van gestapelde  fruitbakken met een peerlampje in mee verhuisd, en werd de zaal gevuld met stoelen, met hier en daar een tafeltje tussen.

Dat kwam goed uit, want de muziek die op The Eternal Perhaps staat is geen stomende blues of rock die je omverblaast of aan het dansen zet. Het is veeleer een opeenvolging van muziekwolken waarop je je laat meedrijven. Bij tijd en wijlen ook zeer filmisch, beetje donker. Achterover leunen en luisteren en de rest van de wereld buiten sluiten en even opschrikken als je buurman zijn glas iets te hard op het tafeltje terugzet.

"Ik heb ergens opgepikt dat je in je groep altijd minstens één muzikant moet hebben die beter is dan jezelf", zei Steven De bruyn, vrij vroeg in de set, "en daarom heb ik Jasper Hautekiet gebeld." Daarmee was die dan ook voorgesteld.

Steven De bruyn en Jasper Hautekiet speelden uiteraard vooral werk uit de nieuwe plaat, maar ze lieten het daar niet bij. Er passeerde ook werk van The Rhythm Junks, waaronder het titelnummer van de plaat It takes a while. 

Vaak maakt het op een rock- of bluesconcert niet zoveel uit waar je ergens in de zaal zit, maar wie maandag op de eerste rijen zat kreeg wel meer waar voor zijn geld dan wie achteraan zat. De belichting mikte op intimiteit en neigde dus naar donker, af en toe opgevuld met rood licht. Daar was niets mis mee, inregendeel. Maar wie helemaal vooraan zat kon goed zien dat De bruyn tijdens het eerste nummer alleen al minstens drie verschillende mondharmonica's gebruikte, en ondertussen de effectenpedaaltjes zowel met handen als voeten bediende. In It takes a while haalde hij er ook een piepklein instrumentje bij dat hij eerst bediende met zijn vingers (een kalimba of duimpiano, leerde hij ons achteraf), om daarna met een strijkstok van een contrabas over het instrument te gaan. 

Op dat moment van het concert overviel ons de bedenking dat Steven De bruyn niet alleen een muzikant, componist en zanger is, maar dat hij ook de term geluidskunstenaar op zijn naamkaartje mag schrijven. Wat die man, schijnbaar heel rustig en gecontroleerd, allemaal uit zijn  mondmuziekjes en pedaaltjes haalt is onvoorstelbaar: van dreunend kerkorgel tot het subtiele gestjilp van een klein vogeltje. Gewoon heel schoon. Klein en schoon. Een concert waarbij  je bij het buitengaan van de zaal elkaar aankeek, knikte en zei: "dat was wel de moeite hé." En een instemmende knik terugkreeg. En dat voor een maandagavond in januari.

Een interview met Steven De bruyn kan u hier lezen.

 

 

 

 

 

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio