Gentse Roma pendelen tussen pest en cholera

Gentse Roma pendelen tussen pest en cholera

De Gentse Roma hielden vorige week nog een feestje in hun sloppenwijk in de Wondelgemse Meersen. Foto: dodi

Gent - Met de arrestaties van maandag lijken de Roemeense Roma in het Gentse sloppenwijkje hun sowieso al beperkte krediet helemaal kwijt. 'Zie je wel', luidt het her en der. Redacteur Jan Desloover van onze zusterkrant De Standaard ging kijken in Oravita, waar de meeste Gentse gettobewoners vorig jaar vertrokken. Het Roma-probleem blijkt in dit geval niet los te koppelen van het 'Roemenië-probleem'. Klik door en lees zijn relaas.

Vijfhonderd euro wil hij ineens. Geen optie, maak ik duidelijk. 'Met jullie meegaan betekent dat ik vijf dagen niet kan bedelen', klinkt het aan de andere kant van de lijn. Daniël woont sinds augustus in het sloppenwijkje aan het Rabot, samen met zijn vrouw. Volgens de Gentse vrijwilligers halen zij en de andere gettobewoners dagelijks gemiddeld tien euro op. Ik gooi het hem voor de voeten, maar er is geen lievemoederen aan. En waarom wou hij enkele dagen geleden geen geld, en nu plots wel? Geen antwoord.

Oravita

Het is zaterdagavond. De volgende ochtend willen we vertrekken naar Oravita, het Roemeense stadje waar ze bijna allemaal vandaan komen. Eens zien wat voor een helse plek iemand ertoe drijft om 2.000 kilometer westwaarts in de smerigst denkbare omstandigheden te gaan leven, zonder noemenswaardig uitzicht op een job, een behoorlijk leven. Zonder Daniël, een van de enigen die behalve Roemeens en Romanes ook behoorlijk Frans spreekt, kunnen we evengoed thuisblijven.
Maar hij heeft een alternatief: zijn schoonbroer Dorin. We kunnen hem zondagochtend oppikken voor de kerk in de Wondelgemstraat, zegt hij.

Op de plaats van afspraak treffen we behalve Dorin een tiental andere Roma aan, sommigen met behoorlijk wat bagage. Of ze op een lift hopen, is niet duidelijk. Ze vragen er in elk geval niet om.

Krakers

Uit een kraakpand vlakbij komen er nog een paar tevoorschijn. Onder hen ook Daniël en een paar andere sloppenwijkbewoners. 'De meeste Roma in Gent, vooral Tsjechen en Slovaken, leven in kraakpanden', zegt Elias Hemelsoet, een vrijwilliger die als pedagoog verbonden is aan de UGent. 'Belgische krakers hebben er een handeltje rond opgezet. Ze kraken een pand en 'verkopen' het dan door aan Roma voor 500 tot 1.000 euro.' Hemelsoet reist mee om te bekijken hoe het in Oravita zit met de onderwijskansen voor Roma-kinderen en of er projecten opgestart kunnen worden waarin Roma kunnen meedraaien.

Een nieuw probleem. Dorin blijkt pas twee weken in de gevangenis te hebben gezeten, wegens diefstal. Hij is vrij op borgtocht en mag het land niet uit, zegt hij. Dorin vertelt het vrijuit, al klopt zijn verhaal niet helemaal: wettelijk gezien mocht hij op dat moment wel naar Roemenië vertrekken.

Kil afscheid

Er wordt even beraadslaagd binnen de groep. Uiteindelijk stapt Delya (25) naar voor, Dorins vrouw, tevens Daniëls zus. Zij wil mee; ze heeft al bijna een halfjaar haar zoontjes van vier en zes niet gezien. Vel over been is ze. Het afscheid is kil. Geen zoen aan haar man, geen knuffel. Zonder om te kijken stapt ze naar de auto. Haar enige bagage is een wit handtasje.

Een groot deel van de rit naar Roemenië, die loopt via Duitsland, Oostenrijk en Hongarije, brengt Delya slapend door. Eten gaat traag, mechanisch. Vragen beantwoorden doet ze vlot, zonder achterdocht. Over de celstraf van haar man. 'Twee Turken hadden hem gevraagd om ijzer mee te gaan oppikken in Lokeren', zegt ze. 'Maar het bleek om koper te gaan. In Gent zijn ze klem gereden door de politie. De Turken zijn gaan lopen, hij is blijven zitten.' Hij is erin geluisd, vindt ze.

Dorin zat twee weken vast in Dendermonde. 'Het heeft een week geduurd voor we wisten wat er gebeurd was.' De borgtocht bedroeg 2.500 euro. 'Ik heb zijn moeder gebeld in Roemenië, met de vraag om ons huis te verkopen.' Ze hadden dus een eigen huis? 'Ja, maar daar houdt het ook op', zegt ze. Het huis bracht 3.000 euro op. 'Met de resterende 500 betaalde ik de advocaat, iemand uit Antwerpen. Eigenlijk vroeg hij het dubbele, maar hij had op de televisie een reportage over de sloppenwijk gezien, en wist dus wat onze situatie was.'

Appelpluk

In maart vorig jaar zijn Delya, haar man, broer, schoonzus en nog een paar anderen een eerste keer naar België gekomen, met de Eurolines-bus. 'Eerst zouden we naar Brussel gaan. Een Bulgaar had ons in Roemenië gezegd dat we in de appelpluk konden werken. Maar de dame in Brussel die alles zou regelen, liet weten dat we niet de nodige papieren hadden. Daarom zijn we naar Gent gegaan.' Ze werden opgevangen door een armoedebestrijdingsorganisatie. Na een paar maanden trokken ze even naar Duitsland. In augustus keerden ze terug. ‘Een zwarte jongen die in de volkstuintjes woont, zei dat daar barakken waren. Zo zijn we daar terechtgekomen’, zegt Delya.

Sindsdien heeft ze naar eigen zeggen '600 à 700 euro' bedelgeld opgestuurd naar haar familie in Roemenië. 'Met Western Union.' Uit de voedselpakketten die ze van vrijwilligers krijgen, pakken ze het hoogstnodige. De rest sturen ze naar het thuisland. 'Ik heb al twee keer dozen met voedsel meegegeven met een chauffeur van Eurolines', zegt ze. 'Hij krijgt een gsm-nummer van iemand die de pakketten in Roemenië kan afhalen.' Eén keer stelt ze zelf een vraag. Waarom wij zo geïnteresseerd zijn in hun verhaal? Elias geeft een bevlogen antwoord over betere onderwijskansen, integratie. Het gesprek stokt.

Parfum

Zondagavond. We stoppen bij een hotelletje in Passau, vlak voor de Duits-Oostenrijkse grens. Rond elf uur gaan we slapen. Delya zal nog uren wakker liggen, blijkt ’s?anderendaags. 'Ik had nog nooit een hotelkamer gezien.' Om elf uur in bed kruipen was al even uitzonderlijk.

Bij de Oostenrijks-Hongaarse en de Hongaars-Roemeense grens moeten we onze papieren tonen. Geen probleem. Naarmate we Oravita naderen, sijpelt er meer leven in Delya. In Timisoara, zowat honderd kilometer ten noordwesten ervan, begint ze mee te gidsen. Vlak voor we onze bestemming bereiken, haalt ze een bolle parfumflacon boven en spuit, onopvallend, een paar wolkjes. Het is het eerste teken van vrouwelijke ijdelheid.

In Orivata, een stadje van om en bij de 15.000 inwoners, is de duisternis al ingevallen, maar zelfs in het donker is de armoede voelbaar. Het krioelt er van de aftandse Dacia’s 1300, kopieën van de Renault 12, die tussen 1969 en 1980 gebouwd werd in Frankrijk. Dacia, de Roemeense dochter van Renault, is momenteel ‘big’ in West-Europa met zijn goedkope gezinswagens, maar de meeste Roemenen karren hier noodgedwongen nog altijd rond in auto’s die onder Ceaucescu van de band rolden. Om de vijf voeten staat er langs de weg eentje op vier stenen, zonder wielen. Een tafereel dat je associeert met ontwikkelingslanden in Afrika, niet met een lidstaat van de Europese Unie. De hoofdwegen, aangelegd door de Fransen, historisch bevriend met Roemenië, zijn degelijk. Erbuiten is het sukkelen op onverharde wegen.

Getunede BMW

Delya blijkt niet in, maar net buiten Oravita te wonen, in Racasdia, op een goeie vijf minuten rijden. We stoppen voor een huisje met een grote houten poort. De luiken zijn gesloten. Delya klopt er aan. Geen reactie. Ze heeft niemand op de hoogte gebracht van haar komst, zegt ze. Op haar aangeven rijden we een paar honderd meter terug, naar een nagenoeg identiek gebouwtje. In een van de twee ruimtes, zowat twee bij vijf meter groot, zitten haar schoonmoeder, haar ouders, haar twee kinderen en die van haar broer Daniël samen. Van een emotioneel weerzien is geen sprake. Alsof ze nooit weggeweest is.

Luxueus is geen passende omschrijving, maar vergeleken met de barak waaruit Delya twee dagen eerder vertrok, is dit comfortabele huisvesting. Droog en warm. Het roze vloertapijt toont de Taj Mahal. Er wordt koffie en cola uitgeschonken, eten geserveerd, en gigantisch veel gerookt. Er is radio, televisie. Voor de deur staat een Dacia die net niet uit elkaar valt, van haar vader Tudor (48). Achter de poort een getunede, zilvergrijze BMW 3. Delya kan niet zeggen van wie die is. 'Misschien van de eigenares van dit pand. Sinds ik mijn huis verkocht voor de borgtocht, huur ik deze kamers voor 50 euro per maand van een Roemeense. Zij pendelt tussen Roemenië en Italië. Met Roma en met materiaal. Mijn schoonmoeder, Rodika (50), let behalve op mijn kinderen ook op haar twee kinderen.'

Wat verderop huizen nog een paar families, maar van een Roma-wijk is hier geen sprake. Waar de andere bewoners van het Gentse sloppenwijkje vandaan komen, kan Delya niet exact zeggen. Ze wonen wel allemaal binnen een straal van ongeveer vijftien kilometer rond Oravita, zegt ze. Maar het is duidelijk dat het elke familie voor zich is; van een groepsgevoel is weinig sprake.

Delya, die school liep tot haar vijftiende, krijgt een stapel rekeningen toegeschoven. Ze zijn in het Roemeens gesteld. Delya monstert ze aandachtig en vertaalt voor haar schoonmoeder, die kan lezen noch schrijven. Kort daarna beslist ze ook dat ze niet mee terugkeert naar België. 'Rodika is zwaar ziek.' Spondylitis, zegt ze, een ontsteking van de gewrichten van de wervelkolom. Allicht is er veel meer aan de hand. De vrouw oogt totaal uitgeput, grauw. Delya zal de zorgen voor de kinderen een tijdje overnemen, zegt ze. Rodika zwijgt de hele tijd. Eén keer vraagt ze of ze niet meekan naar België, voor een spoedopname.

Bejaardentehuis

De tv zal de hele nacht opstaan, hoofdzakelijk als achtergrondlawaai. Maar tijdens het nieuws zijn alle ogen op het scherm gericht. In Boekarest is een seriemoordenaar opgepakt. Tijdens graafwerken in zijn tuin zijn betonblokken gevonden waarin alles samen tien lijken zaten. Er wordt even gediscussieerd. Rond drie uur ’s nachts worden de zetels uitgeplooid tot bedden. De kinderen trekken een truitje uit en kruipen onder de wol, de volwassenen doen hetzelfde.

’s Ochtends verkast iedereen naar het andere huis, dat eigendom is van Delya’s ouders. Onderweg belanden we in de 19de eeuw. Een boer met paard en kar. Was die hangt te vriesdrogen over een scheefgetrokken muurtje. Een stokoud mannetje in traditioneel schoeisel recht zijn rug als hij de fotograaf ziet.

Bejaarden

In de dorpen rond Oravita zien we bijna uitsluitend bejaarden. En verroeste pikdorsers langs de weg, landbouwmateriaal dat sinds het einde van het communisme stof staat te vergaren. De leegstand is enorm. ‘Roemenië wordt een bejaardentehuis’, zegt de fotograaf. Het land loopt leeg. De actieve bevolking trekt westwaarts, op zoek naar een beter leven. De oudjes blijven achter. Roma of Roemeen, bijna iedereen is hier arm. Hallucinant dat dit land straks drie jaar EU-lid zal zijn.

Delya’s vader, Tudor, heeft lang in een staatslandbouwbedrijf gewerkt. 'Tot een maand na de dood van Ceaucescu, in 1989', zegt hij. 'Dan zijn de Spanjaarden en de Denen gekomen, en die stellen hun eigen volk tewerk.' Hij is nu twintig jaar werkloos. Maandelijks krijgt hij ongeveer vijftig euro uitkering. Ouders van schoolgaande kinderen, zoals Delya, ontvangen ook tien euro per kind. 'Maar daarmee stopt het ook', zegt ze. 'Er zijn geen andere inkomsten.' Bedelen is hier geen optie. In het centrum van Oravita worden we wel aangeklampt door kinderen in aardedonkere lompen. 'Dat zijn kinderen van gitanes,' zegt Delya. Ze maakt een duidelijk onderscheid met haar eigen groep. 'Ze leven in appartementsblokken in de stad. Ze drinken veel, gebruiken drugs, doen aan zelfverminking.' Het laagste van het laagste dus, en Delya en haar familie hebben er niks mee te maken. Ook binnen de Roma is er een sociale stratificatie.

A piece of...

'Sinds het einde van het communisme is er vrede in Roemenië, maar er is niks anders', zegt Jumanca Traian (33). Hij werkt in Oravita voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. 'In deze regio is er geen industrie, geen landbouw meer. De uraniummijn, waar onder Ceaucescu 2.000 mensen aan de slag waren, wordt nu draaiende gehouden door veertien man. Alleen de administratie verschaft wat werk.' Hij verdient 400 euro per maand, zijn vrouw 200. Ze hebben twee kinderen en komen net rond.

Hij herpakt zich, alsof hij geschrokken is van zijn eigen woorden. 'Maar ik blijf hier omdat ik van mijn land houd, en het zal beter worden.' Zijn collega Camelia (29) is harder. 'Ik wil hier weg', zegt ze. 'Er is hier niks. This place is a piece of… Ik wil hier weg.' Ze kotst de woorden uit, terwijl ze op automatische piloot nietjes in stapeltjes papieren slaat.

Is het dan niet begrijpelijk dat de Roma elders hun heil gaan zoeken? Jumanca houdt zich op de vlakte. 'Ze hebben geen nationaal gevoel, dus zijn ze niet aan landsgrenzen gebonden.' Hij geeft ons nog een overzicht van de bevolkingssamenstelling van Oravita mee. Opvallend is dat het onderscheid dat Delya maakt tussen de verschillende Roma, ook hier terug te vinden is. Delya en haar familie, die identiteitspapieren hebben, vallen onder de 'Roemenen'. De gitanes, die geen papieren hebben, zijn een aparte groep, 'Tigani'.

Camelia is opnieuw strenger, en maakt geen onderscheid. 'Ze willen allebei niet werken en ze willen niet studeren, dus moeten ze elders gaan bedelen en stelen.' Ze foetert nog even door.

Drinken

In de buurt van het enige hotel in de stad lopen we Yasmina (22) tegen het lijf. Ze werkt er als boekhouder en woont wat verderop, in de gitanesbuurt. Gitanes, andere Roma, voor haar is het één pot nat. ‘Echt waar: ze weten letterlijk niet hoeveel 1 + 1 is. Overdag blijven ze binnen. ‘s Nachts komen ze buiten, om te drinken en keet te schoppen, met hun kleine kinderen erbij. Vaak kerven ze in hun armen en gezicht. Het nachtlawaai is verschrikkelijk. En als de manier waarop je kijkt hen niet aanstaat of je maakt per ongeluk lichamelijk contact, kunnen er klappen vallen. Als de politie komt, krijgen ze boetes voor ordeverstoring, maar die betalen ze natuurlijk niet.' Ze zwijgt even. 'Het is gewoon hopeloos.'

De volgende dag botsen we weer op Jumanca. Of we alstublieft geen foto van hem willen publiceren en heel voorzichtig willen zijn met citaten. 'Ik heb nu problemen door wat ik gisteren zei. Alstublieft, ik heb een vrouw en twee kinderen.' Het communisme is dood, de apparatsjik-cultuur nog springlevend.

Onderwijs

Het bureau van Josif Velcota (54), gelegen naast dat van Jumanca, is sprekend in al zijn knulligheid en armtierigheid. Aan de muur hangt een vlag van de Europese Unie. Een blauw doek waarop ze zelf sterren hebben gestikt. Josif, een Roma, is bevoegd voor zijn bevolkingsgroep in Oravita. Neen, de toestand is niet hopeloos, zegt hij via zijn medewerkster, die Engels spreekt. 'Er zijn allerlei onderwijsinitiatieven, op hogescholen en universiteiten worden Roma zelfs positief gediscrimineerd. Het zal veel tijd en energie vragen, want ze moeten geresponsabiliseerd worden, leren beseffen dat ze een rol te vervullen hebben in de maatschappij.' Dat ze 'overal in Europa mensen met een groot hart vinden', vindt Josif begrijpelijk, maar problematisch. 'Zolang ze de klik niet maken naar een actieve deelname aan het sociale leven, is het water naar de zee dragen.'

Zijn tolk doet meer dan vertalen alleen. Een paar keer spreekt ze in eigen naam. Over de vragen waarmee Roma bij Josif komen aankloppen. 'Ze willen alles gewoon krijgen. Ze komen hier om een huis vragen, een kachel, een auto.'

Voortvluchtig

Dinsdagavond. Telefoon van onze chef. De politie is maandagochtend met tachtig man binnengevallen in de Gentse sloppenwijk. Twee mensen zijn gearresteerd, er zijn duizenden euro’s in beslag genomen. Vier Roma zijn op de vlucht. Eén van hen is Dorin, de echtgenoot van Delya. We beslissen om niks te zeggen. Veel nieuwe vragen. Delya heeft tijdens de rit naar Oravita niet gebeld in ons bijzijn. Wel is ze een paar keer in de weer geweest met haar gsm. Onmogelijk te zeggen of ze op de hoogte is van de nieuwe feiten. De Gentse vrijwilligersorganisaties verspreiden kort daarna een persmededeling waarin ze het harde politieoptreden aanklagen. Lieven De Pril van de Welzijnsschakels blijft erbij dat er hooguit een paar kwalijke elementen in het getto zitten en dat de anderen absoluut niet met hen geassocieerd willen worden. 'Het is toch ook niet omdat er in België één seriemoordenaar opgepakt is, dat alle Belgen seriemoordenaars zijn.' Hij wijst de stad Gent met de vinger. 'Men heeft de zaken daar veel te lang laten betijen. Dan moet men niet verbaasd zijn dat er een paar mensen met kwade bedoelingen zijn die er een veilige haven komen zoeken.'

Woensdagochtend. We nemen afscheid van Delya en haar familie. De jonge vrouw bedankt ons meermaals voor de voorbije dagen. Ze lijkt heel oprecht. In opperste verwarring karren we terug naar België. 
 

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio