‘Ik hou hier graag een litteken aan over'

Arnold Willems (77) geeft alles wat hij heeft als meneer Leonard in ‘Oud België'

‘Kijk,' zegt hij met de vinger op het voorhoofd. ‘Dit litteken heb ik te danken aan deze serie.' En óf Arnold Willems (77) zich gesmeten heeft in ‘Oud België'. Een gesprek met meneer Leonard, de man met de sigaar. Tom de Leur

Dat was nogal iets, met dat litteken. Nog geen week stond Arnold Willems op de set van de serie Oud België. Gekleed en geschminkt stak hij de straat over, richting het bureau van zijn personage meneer Leonard. ‘De rest stond al op de set, ik was dus gehaast. Vergeet ik bij het binnengaan toch wel dat opstapje zeker? Ik struikel en word als een fusée door het café gekatapulteerd. Recht met mijn hoofd tegen zo'n kast om taarten te koelen. Terwijl ik door de lucht vloog dacht ik: hier eindigt voor mij de rol van meneer Leonard in Oud België. Gelukkig was het zo erg niet. Ze hebben die hoofdwonde op de spoedgevallen geplakt, niet genaaid. Wat schmink erop en een uur later stond ik terug op de set.'

Als iemand nog een middel tegen de vergrijzing zoekt: deze 77-jarige is beschikbaar. Hij had al vijf keer met pensioen kunnen gaan, maar het is er nooit van gekomen. En nu, in de late herfst van zijn carrière: een grote rol in Oud België, de fictiereeks van Stany Crets en Peter Van den Begin over het Antwerpse revuetheater Ancienne Belgique. Daarin speelt Willems met véél overtuiging meneer Leonard, de zwijgzame directeur van het theater. Prachtige man, met gelakt zwart haar, snor, bril en Cubaanse sigaren. ‘Vooral dat zwijgzame valt mensen op,' zegt Willems. ‘Die Leonard zegt niet veel, hoor ik dan. Waarmee ze bedoelen: hadden ze u niet wat meer tekst moeten geven?'

Zijn er ook mensen die u met die bril en die snor niet herkend hadden?

Arnold Willems: ‘Absoluut. Een aantal mensen had niet meteen door dat ik het was. Dat zwartgeverfde haar, daar had ik het eerst wat moeilijk mee. Omdat ik zoiets nooit zou doen. Ik heb vijf maanden met die kop rondgelopen. Dan zie je de mensen toch een beetje schuin naar je kijken. Ik met mijn Eddy Wally-look. Ik ging er zelfs mee op vakantie in Nice. Op de Promenade des Anglais viel ik minder uit de toon. Maar dat zwarte haar klopt wel. Het ís meneer Leonard.'

Meneer Leonard rookt ook Cubaanse sigaren. Hoeveel heeft u er gerookt, gelet op het onmetelijke aantal korte beelden in ‘Oud België'?

‘Veel te veel. Ze moesten die sigaar vanuit alle hoeken en kanten filmen. En ondertussen moest de lengte van de sigaar wel kloppen, natuurlijk. In het ene shot kan de sigaar niet langer zijn dan in het volgende. Ik ben geen roker, nee. Wel geweest. Ik ben tien jaar geleden gestopt. Ik rookte een pakje per dag.'

Hoe vroeg bent u begonnen met roken?

‘Dat heeft iets met de bevrijding van België te maken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een Amerikaanse of Canadese soldaat heeft me mijn eerste sigaret gegeven. Ik was zestien, denk ik. Of iets jonger.' (lacht)

Mist u de sigaret? ‘Ik ben gestopt na herhaaldelijke pogingen. Het was niet lekker meer, het was om van te kotsen. Ik mis het alleen bij buitenopnames, tussen twee opnames door. Buiten ruikt zo'n vers opgestoken sigaret nog lekker.'

Zes jaar geleden zei u: ‘ik blijft acteren zolang ik mijn tekst kan onthouden'. Dat lukt blijkbaar nog aardig.

‘Probleemloos. Met dank aan de serie Wittekerke, denk ik: ik heb er veertien jaar in gespeeld en elke dag veel tekst moeten leren. Fysiek ben ik natuurlijk wél 77. Ik zag onlangs nog een fragment uit de jeugdreeks De Kat waarin ik gezwind over een haag wipte. Dat zie ik mezelf niet meer doen. De Kat, dat was nogal iets. Als acteur kón je er niet blij mee zijn. Het sloeg in als een bom, die Batman-achtige kerel die een milieuvervuilend bedrijf aanpakte. Maar het verhaal rammelde langs alle kanten. Het was zó stroef. Maar wél veel gelachen. Bovendien mocht ik met mijn gezin drie à vier maanden in de Provence toeven voor de opnames. Dat zou nu ook niet meer kunnen. Die reeks dateert uit 1973 en nóg zijn er mensen die roepen: hé, daar loopt Max uit De Kat. Ik speelde Max, de rechterhand van de snode fabrieksbaas. Ik mocht altijd het leger in het oranje geklede sukkels op de Kat afsturen.' (lacht)

Mooie leeftijd, 77. Maar u moet wel almaar vaker afscheid nemen van leeftijdsgenoten.

‘Dat is waar. Ik geniet het voorrecht dat ik nog constant in actie ben. Dan heb je weinig tijd om daaraan te denken. Maar het is onafwendbaar en ik leg me daarbij neer. Dan is de vraag: hoe doe je dat, zo goed blijven? Er is geen geheim. Iets genetisch? Mijn vader is 76 geworden, mijn moeder 92. Misschien is het geheim niet zeuren of kankeren. Maar ik heb makkelijk praten: ik héb niks om over te zeuren.'

Uw vader was ambtenaar, maar ook semi-professioneel acteur. Uw moeder had professioneel actrice kunnen worden als ze u niet had gekregen. Heeft u hen veel zien spelen?

‘Mijn vader wel. Een goeie acteur, mag ik wel zeggen. Wat ik van hem geleerd heb? Het was eerder andersom. Ik heb hém geregisseerd in zijn laatste rol. Dat was in Groenten uit Balen. Als een kleine jongen stond hij naar mij te luisteren. Een imposante man die aan mijn lippen hing. Mooi om te zien. Uiteraard heb ik ook van hém geleerd. Discipline, vooral. Zelf heb ik drie zonen en een dochter. Ik was geen meneer Leonard als vader, absoluut niet. Al heb ik wel geleefd om te werken. En Leonard is een heel koppige mens, dat ben ik ook.'

Wat vindt u van die andere meneer Leonard, de opvolger van kardinaal Danneels?

‘Blij dat ik geen familie ben. Die man met zijn ideeën: dat is toch een enorme stap achteruit? Eén keer heb ik een priester gespeeld, in mijn eerste rol aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Luc Philips was de paus, ik was zijn assistent. Iedere Vlaamse acteur met een beetje naam speelde mee in dat stuk omdat er een leger kardinalen in meedeed. Aan het einde van het stuk moest dat leger achter de paus aan de trap op, richting een grote poort die op een doek werd geprojecteerd. Eenmaal boven op de trap moest het licht uitgaan; einde van het stuk. Alleen: het licht ging die ene keer niet uit. En wij stonden onderaan de trap met onze mond vol tanden, want we kenden alleen de eerste zin van dat lied uit het hoofd. Lachen geblazen, achteraf. Zeker toen al die kardinalen achter de schermen de French Cancan dansten.'

Kunt u na al die rollen zeggen of er één rol is waarvoor u net iets te vaak gevraagd werd?

‘Te vaak is een groot woord, maar ik ben nogal vaak de politieman geweest. In de serie Langs de kade, dan in Wittekerke.'

Als commissaris met het drankprobleem.

‘Met een drankprobleem dat achter de rug was. Waardoor ik dertien jaar lang water en koffie heb mogen drinken in Wittekerke. Die rol was helemaal leeg. Ik had echt niets meer om te spelen. Een beetje pijnlijk, eigenlijk. Maar wel een rol waar ik fier op ben. Dat is eenderde van mijn carrière geweest. Of net iets minder dan eenderde, zoals ik nu bezig blijf.' (lacht)

Het thema van ‘Oud België' is ook: ‘the show must go on', blijven lachen ondanks de miserie. Heeft u dat ook meegemaakt?

‘Ik had een aanbieding om vast in dienst te treden bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Ik wandelde naar mijn eerste lezing van mijn eerste toneelstuk en mijn mond voelde aan alsof ik van de tandarts kwam. Die eerste dag probeerde ik dat wat weg te moffelen, maar de tweede dag werd het erger. De derde dag ben ik in elkaar gezakt. Bleek dat ik het Syndroom van Guillain-Barré had, een zeldzame ontsteking van de zenuwen die tot permanente verlamming kan leiden als ze er niet op tijd bij zijn. Even dacht ik: dit is het einde van mijn carrière. Maar nee, ik ben gewoon drie maanden buiten strijd geweest.'

En zie u nu zitten: waar moet dat eindigen?'Geen idee. Het mag nog even duren, ik ben ter beschikking. Eén voordeel heb ik met mijn leeftijd wel: als ze een oude man zoeken is de kans groot dat ik prijs heb, bij gebrek aan collega's met dezelfde leeftijd. Zo hebben ze mij gevraagd om de stem van die oude man in te spreken in de tekenfilm Up. Weet je wie dat in de Franse versie heeft gedaan? Charles Aznavour. Ik mag nu collega Charles zeggen.' (lacht)

‘Oud België', zondag om 21.25 uur op Eén. Dit weekend zijn er ook ‘Oud België' marathons in de bioscoopzalen van Kinepolis. Info op www.kinepolis.be.

Corrigeer

Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.