Klein Rusland, broeihaard van verzuring

Klein Rusland, broeihaard van verzuring
Maandag verschijnt de 34-jarige jarige Chantal Dedobbelaere voor het Oost-Vlaamse assisenhof op beschuldiging van kindermoord. De vrouw zat psychisch en financieel totaal aan de grond toen ze in maart vorig jaar stiekem beviel en haar pasgeboren zoontje twee dagen later in een rioolput dumpte. Plaats van de feiten was Klein Rusland, een verouderde, troosteloze wijk die geprangd ligt tussen de immense gipsberg van de Rhodiafabriek, de stinkende slibput van de Vlaamse Gemeenschap en de N49 Antwerpen-Zeebrugge.
Een verloederde buurt die de jongste jaren wel vaker het nieuws haalde. Is het niet met een stankgolf, dan met een hardnekkige plaag van ratten, miljoenenpoten of ander ongedierte. Of met een sociaal drama.

Is Klein Rusland één groot getto, zoals de rest van Zelzate beweert? Een ongezonde mix van bejaarden, werkschuwe migranten en andere steuntrekkers met sociale, financiële en relationele problemen? Een vieze pot nat die elk moment kan overkoken? ,,Als je sommige mensen mag geloven is dat inderdaad het grootste broeinest van criminaliteit in ons land, maar de waarheid is veel minder spectaculair’’, zegt Freddy DeVilder, die als OCMW-voorzitter en directeur van de Gewestelijke Maatschappij voor Huisvesting van Zelzate, de wijk door en door kent.

,,Ik geeft toe dat Klein Rusland een probleemwijk is, maar de problemen zijn er niet groter dan in veel andere arbeiderswijken in Gent en Zelzate. Ik kan dat met de cijfers bewijzen: we hebben hier niet meer leefloners en mensen met budgetbegeleiding dan elders, maar in dit verzuurde klimaat lezen de mensen blijkbaar liever slecht nieuws dan goed nieuws’’, zegt De Vilder. Twee bevolkingsgroepen

Valt er eigenlijk wel goed nieuws te vertellen over Klein Rusland? ,,Ja’’, zegt De Vilder. ,,We werken aan een plan om de wijk grondig te renoveren, maar dat kunnen we niet alleen en niet van vandaag op morgen.’’ In afwachting daarvan neemt de wrevel onder de zowat 250 bewoners toe. ,, Vooral omdat we hier met twee bevolkingsgroepen zitten die er een totaal andere levensstijl op nahouden ’’, zegt De Vilder.

,,Langs de ene kant heb je de echte ‘Ruslanders’: de mensen die hier geboren zijn en hier altijd graag gewoond hebben. Die zijn nog fier op hun afkomst. Ze onderhouden hun huis, hun tuin en hun stoep en hebben door de jaren heen zelf heel wat verbeteringswerken uitgevoerd. Maar dat is een uitstervend ras. Hun huizen worden een voor een ingenomen door nieuwe bewoners, die veel minder honkvast zijn.’’

,,Onder die nieuwe bewoners zitten nogal wat mensen voor wie de wijk de laatste halte is van een lange lijdensweg. Juist omdat het om kleine verouderde woningen gaat zonder veel comfort is de huurprijs zeer laag – 70 tot 90 euro per maand – en dat trekt natuurlijk vooral mensen aan die geen gewone huurprijs meer kunnen betalen.’’

Het zijn die nieuwkomers die het bij de oudere Ruslanders verkorven hebben. ,,Ze brengen al hun miserie mee naar hier’’, zeggen de aboriginals van Boldersclub Ons Genoegen. Viermaal per week komen ze samen in hun oude, maar kraaknette barak naast het vroegere wijkschooltje. ,,Het laatste café van Klein Rusland gaat straks dicht. Dit is de enige ontmoetingsplaats in de wijk, waar de bewoners nog een glas kunnen drinken en een praatje slaan’’, zeggen ze. ,,De oude ‘Ruslanders’ hangen nog aan elkaar, maar die nieuwe bewoners, dat is los zand’’, zegt zijn vriend André Van Kerckhove. ,,Ik kan hun huizen zo aanwijzen. Waar het proper is, wonen oude mensen, waar de boel verwaarloosd wordt, wonen nieuwe mensen. Vlamingen en vreemden, ja. Als we vroeger met vijf in de straat de stoep veegden en de zesde deed dat niet, dan werd hij door de anderen terechtgewezen. Nu is het de omgekeerde wereld: nu zijn er vijf die hun stoep niet vegen en de zesde is een onnozelaar.’’

Rattenplaag

Freddy De Vilder: ,,Het is vooral de onverschilligheid van die jongere bevolking die me tegen de borst stuit. Een vuile stoep? Mijn probleem niet. Dakgoot verstopt? Mijn probleem niet. Ze bellen zelfs voor een verstopte WC-afvoer. Dat zijn allemaal karweitjes die ten laste van de huurder vallen, maar die ze naar de maatschappij doorschuiven. Als we dat niet oplossen, schelden ze ons de huid vol. Bij een bejaarde van 80 wil ik nog de dakgoot kuisen, maar niet bij een werkloze van dertig.’’

,,Klein-Rusland is altijd een groene wijk geweest, maar sommige bewoners leggen hun voortuintjes vol tegels en klinkers, alleen maar omdat ze te lui zijn om wat gras af te rijden of bladeren te vegen. Sinds het afval per kilo betaald moet worden, kiepen ze hun groenafval op de straat. Die rattenplaag was ook zoiets: de riolering zat vol rottende etensresten van mensen die geen vuilniszak wilden betalen. Dat grapje heeft ons 5.000 euro gekost.’’

,, De sociale controle is verdwenen’’, zegt Freddy Willems, de voorzitter van het feestcomité en het wijkcomité van Klein Rusland. De man is duidelijk geen beste maatjes met Freddy De Vilder. Hij hangt voortdurend aan de bel van de burgemeester, de politie, de OCMW-voorzitter en de directeur van de bouwmaatschappij en laat niet af tot hij zijn zin krijgt. ,,Als het goed is, dan zeg ik het. Als het verkeerd is, dan roep ik het’’, zegt Willems, die vaste klant is in het vragenuurtje van de gemeenteraad.

Woning als kippenhok

,,De Vilder heeft een moeilijke job – iedereen trekt aan zijn oren – en het is niet zijn schuld dat de boel hier verloedert, maar ik verwijt hem wel dat zijn mensen te weinig op straat komen. Er is hier veel kansarmoede, maar zijn diensten weten ze niet eens zitten’’, zegt Willems. ,,De Vilder zegt dat er geen grote problemen zijn in de wijk, maar ik heb vingers te kort om ze te tellen. Ik kan het weten, want de hele wijk komt klagen bij mij. Het OCMW en de Bouwmaatschappij vinden het meestal maar prullen.’’

,,Tot er eens een schot valt of een moord gebeurt. Een paar weken geleden is hier nog een moeder van twee kinderen tegen een muur geknald. Officieel was dat een ongeluk. De wanhoop, hé. Dan valt iedereen uit de lucht. Ik zeg niet dat we dat kunnen voorkomen, maar toch… Waarvoor dienen al die sociale en maatschappelijke assistenten? Waarom doen ze zo weinig huisbezoeken? Akkoord, ik kan lastig doen en al eens tegenwringen, maar ge zoudt voor minder. Ik ben geen boeman, ik wil onmiddellijk stoppen met ruzie stoken, maar dan moeten ze ten minste de moeite doen om naar ons te luisteren. Wij zien en horen veel meer dan heel het OCMW bijeen.’’

,,Ze kunnen bijvoorbeeld eens beginnen met controleren wie hier allemaal woont. Ik ken huizen die officieel bewoond worden door een alleenstaande, maar waar in praktijk twee, drie of vier mensen samenwonen, die allemaal steun trekken. Sommige woningen worden enkel als postbus gebruikt. Er is zelfs een woning die als kippenhok dient door een vrouw die hier wat verder in een villa woont . Een tijdje geleden hokten hier ook druggebruikers samen, maar toen dat te gortig werd heeft de federale politie eens grote kuis gehouden.’’

Freddy De Vilder: ,,Ik ben een overtuigde socialist en mijn partijgenoten zullen het niet graag horen, maar die domiciliefraude en dat profitariaat wordt inderdaad stilaan een pest. Ik sta zo goed als machteloos, want we mogen die huizen niet binnen. Die bewoners kennen meestal heel goed hun rechten, maar niet hun plichten. We hebben het onlangs nog geprobeerd bij een bewoner die zijn woning duidelijk om zeep hielp. Nog een stap verder en ik klaag u aan wegens huisvredebreuk, dreigde hij. Contract of geen contract.’’

Freddy Willems: ,,Vroeger konden we nog in het wijkschooltje terecht. We gaven daar sinterklaasfeesten, kermissen, knutsel- en kaartnamiddagen. Ze hebben ons dat afgenomen. Er moet nu een wijkcentrum van het OCMW komen – ik heb daar niets op tegen –, maar dat sleept al twee jaar aan en dat is zonder veel overleg beslist. Als je iets wil veranderen, klap dan tenminste eerst met de mensen.’’

Gazet van Klein Rusland

,,Ondertussen zitten er nauwelijks nog ramen en deuren in dat gebouw en staan we op straat. Vroeger kwamen hier honderden mensen naar de kermis. Probeer dat maar eens vanaf de grond weer op te bouwen. Wij waren de enigen die nog alle mensen bereikten. De oudere bewoners althans, want de nieuwe leven vaak geïsoleerd en mijden elk contact.’’

Freddy De Vilder: ,,We kennen de noden van de buurt. Dat wijkcentrum komt er precies om aan al die noden tegemoet te komen. Een ontmoetingsruimte, warme maaltijden, taalcursussen, ontspanning, gezondheidszorg… Natuurlijk kan dat niet van vandaag op morgen. Maar waarom altijd die verzuurde reacties? Voor sommige mensen is het ook nooit goed.'’

Gabriëlle Van Mosselvelde heeft anders weinig klagen.

De Gazet van Klein Rusland noemen ze haar in de wijk, maar ze steigert als ze dat hoort. ,,Ik kom amper nog buiten, alleen nog om te winkelen en mijn demente man te bezoeken’’, zegt ze. ,,Nee, ik heb geen klachten over de Bouwmaatschappij. Ze onderhouden de woningen zo goed en zo kwaad als ze dat kunnen en telkens als er oude huurders weggaan, worden de leegstaande huizen opgeknapt.’’

,,Er heerst hier inderdaad veel verdoken armoede’’, zegt Van Mosselvelde. ,,De wijk trekt geen normale gezinnen meer aan. Het is hier voortdurend een komen en gaan van marginalen die elders geen woning meer kunnen betalen. Mensen ook die aan de drank zijn en amper nog naar hun kinderen omkijken. Maar wat wil je. Vroeger werkten hier naast de deur in de Kühlmann meer dan duizend mensen, nu zijn het er nog tweehonderd. De arbeiders geraken nog met moeite aan een interim en na een paar weken liggen ze alweer buiten.’’

Eigen stoep vegen

,,Twintig jaar geleden kende ik hier nog alle bewoners, maar vandaag lukt dat niet meer’’, zegt wijkpriester Petrus De Cock. ,,De jongere generatie is niet geïntegreerd in de wijk. Hun werk, vrienden en uitgaansleven liggen elders. Ze komen hier alleen nog slapen.’’ De 75-jarige pater Jezuïet woont al veertig jaar in de Dimitri Peniakofflaan en hij denkt er niet aan ooit nog te verhuizen. ,,De woningen zijn systematisch verbeterd. Ik betaal hier 150 euro voor een woning met alle comfort. Waar vind je dat nog?’’

Dimitri Peniakoff was een van de oprichters van de wijk: een rijke Wit-Rus die na de oktoberrevolutie in 1917 naar België vluchtte en in Zelzate neerstreek. Hij richtte er samen met enkele sociaalvoelende landgenoten die in de Kühlmannfabriek werkten La Societé Coöperative Locale des Habitations à Bin Marché de Selsaete op, die in 1920 de eerste woningen bouwde. Vandaar de naam Klein Rusland.

,,Ik hoor niet goed meer en ben wat slecht te been, maar vroeger ging ik elke nieuwe bewoner bezoeken’’, zegt Petrus De Cock. ,,Gewoon een babbeltje slaan en hen laten weten dat ik er ben als ze mij nodig hebben. Die nieuwe generatie heeft dat blijkbaar niet meer nodig. Weet ge wat ze antwoorden wanneer ik mij voorstel als hun wijkpriester? Ja, en dan? zeggen ze. Ik kan het ze niet eens verwijten. En toch zit mijn kapel nog elke zaterdagavond vol, maar het is dan ook een kleine kapel.’’

,,Vroeger had je hier een bakker, een beenhouwer, een voedingswinkel en twee cafés. De zaterdagmorgen ging iedereen winkelen of een glas drinken. Nu zijn die zaken allemaal dicht en is het hier stil en doods in het weekend. Niemand kan zijn broek nog ophouden met een café of een winkel, maar dat heb je elders net zo goed. Is dat de schuld van het OCMW of de Bouwmaatschappij? Nee toch. Het is toch zo gemakkelijk om altijd naar de overheid te wijzen.’’

,,De mensen zouden beter eerst hun eigen stoep vegen en hun vuilnisemmer buiten zetten in plaats van op anderen te kankeren. Niet alleen hier, maar ook in de rest van de wereld. Ik krijg hier soms bezoek van de andere kant van Zelzate, van over het kanaal Gent-Terneuzen. Weet je wat die zeggen? Dat hier alleen maar crapuul woont. Ja, antwoord ik dan, maar dat crapuul komt wel van uw kant.’’
Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees