Klavertje drie

“Ik kan het niet meer, ik kan het niet meer Janne.” “Zwijg Saar, zwijg gewoon. Het is te laat, Jonas kan je niet meer helpen.” “Janne, als je dit doet, zal je er spijt van krijgen. Niemand zal je ooit geloven omdat…”

 

“Kalm, je bent er bijna. Wat zie je nu?” “Ze had me eens een klavertje drie gegeven. Vertelde me dat altijd alles zo zou blijven.” Ik richtte mij naar haar zonder mijn ogen te openen. “Maar zelfs toen loog ze al.” Toen mijn ogen langzaam opengingen, zag de kamer er anders uit dan ervoor, donkerder. Had ik zo hard mijn ogen dicht geknepen? Had ze het gemerkt? Ze zuchtte. Opnieuw was ik hierdoor teleurgesteld. Niet dat ik het erg vond. Ik zag het eerder als een overwinning. Waarom zou ik me iets moeten herinneren als ik het niet wil. Haar pen kraste op het blokje papier dat trouw naast haar lag. Ik kon niet opkijken. Ze zat er zo voldaan bij, ik haatte haar. Ik stond recht, nog steeds omlaag kijkend. De pen stopte. Met grote stappen eindigde ik aan de deur, ik stopte. “Saar, ga maar naar de bezoekkamer. Er is hier iemand voor jou.” Mijn hart stopte. Het was Jonas, het moest wel. Hij miste me. Ze hadden geprobeerd ons uit elkaar te houden. Maakten mij verschrikkelijke leugens wijs. Maar het zal ze niet lukken, ze zullen mij niet breken.

 

Niet veel verder ging een andere deur open.

“Heeft ze iets gezegd, waar is mijn dochter?” Het wanhopige gezicht van de moeder verscheurde de inspecteur wiens hoopvolle kijk op de zaak ver te zoeken was. “Het spijt me”, zei hij, zijn stem trilde enigszins. De vrouw stortte zich op de ineengezakte schouders van haar man toen nogmaals de deur openging. De psychiater stapte naar de vrouw toe. “Het spijt me, mevrouw, maar ik beloof u dat alles snel voorbij zal zijn.” Hoewel deze woorden de moeder er weer bovenop hielpen, werd de vader er alleen maar razend van. “Tijd is iets wat onze dochter niet heeft. Snapt u dat dan niet? Men vertelde ons dat u één van de beste bent in uw vak, en zelfs u kan dit meisje niet doorgronden.” “Ik geloof dat we nog een kans hebben”, onderbrak de inspecteur hem, “als de jongen het maar aankan.” Vragend keek hij naar de psychiater. “Ik denk het wel.”, zei ze hoopvol, “Hij weet wat er van afhangt.” “Laten we dan maar beginnen.” Terwijl de ouders in de wachtkamer bleven, gingen zij naar een aparte kamer waar een tv stond die verbonden was met een camera.

 

Nerveus zat Jonas al twee uur op haar te wachten. Hij was bang, bang om alles te verpesten, om alles te verliezen. De laatste vijf dagen leek alles rondom hem zo onecht. Maar dat zou nu veranderen. De deur vloog open. “Eindelijk.” Hij snakte naar lucht. Ze vloog hem in de armen alsof er niets gebeurd was, alsof deze voorbije dagen enkel en alleen maar een nare droom waren geweest. “Ik miste je zo, ze hebben ons zo veel aangedaan.” Tranen rolden van Jonas’ wang toen hij maar al te goed besefte dat dit geen droom was. “Het is okay, je hoeft niets te zeggen. We moeten nog niet praten over wat Janne ons aangedaan heeft.” Ze sloot haar ogen en omknelde hem nogmaals. Hij staarde verstomd voor zich uit, niet snappend dat dit ooit zijn allerbeste hartsvriendin was geweest. “We moeten er wel over praten, je moet mij alles vertellen wat er gebeurd is.” Dit had de psychiater hem opgelegd om te vragen. Ze keek hem wantrouwig aan, liep een rondje omheen de tafel en observeerde hem. “Wat is er mis, Jonas?” “Niets.” “Jawel, ik weet beter, wil je weten hoe ik dat weet?” Hij knikte. “Je ademhaling is zo onrustig dat het je verraadt.” Ze glimlachte. “Ik wil hier weg. Laten we vertrekken naar ons plekje. Ik wil naar ons plekje.” “Ik zal het vragen.” Hij stond op, stapte rustig naar de deur en viel dan al snikkend in de armen van Lien de psychiater. “Je hebt het goed gedaan.” suste ze hem.

“Als ze nog leeft dan hebben we maar weinig tijd en de patiënte is mentaal noch fysisch in staat om te vluchten. Ik vind dat we het moeten proberen.” De inspecteur knikte en keerde zich toen naar Jonas: “Als je denkt het aan te kunnen…Ik zal nooit veraf zijn, dat beloof ik”, probeerde de inspecteur hem te overhalen, alhoewel hij zelf niet helemaal overtuigd was van dit idee. “Wat moet ik doen?” Hij keek naar Lien, hopend dat ze zou zeggen dat het niet meer nodig was, dat ze haar gevonden hadden. Maar dat deed ze niet, integendeel. “Je moet heel voorzichtig zijn, Jonas. Hier zit zij nog steeds veilig in haar fantasiewereldje, maar dat kan wel eens flink verstoord worden in de buitenwereld. Ik kan onmogelijk inschatten wat haar reactie hierop zal zijn. Ze kan langzaamaan weer besef krijgen van de realiteit en misschien hierdoor zelfs agressief of wanhopig worden zoals vroeger of ze kan haar komedie op een hoger niveau nemen. Hoe dan ook moet je het haar zelf laten beseffen. Als ze geconfronteerd wordt met de waarheid kan dit serieuze gevolgen hebben. “Snap je dat?” Hij knikte. Dat had ze hem al eerder verteld, maar hij had er zich toen nog geen beeld van kunnen vormen. Hij durfde niet goed, maar hij moest dit doen. Hij voelde zich nog steeds schuldig omdat hij het uitgemaakt had met Saar.

 

“Waaauw, ik vind het fantastisch dat je me daar weg hebt gekregen.” Ze had pretlichtjes in haar ogen. “Je bent mijn held, Jonas”, en ze gaf hem een dikke smakkerd op zijn wang. Hij trok zich in een reflex van haar weg. Ze keek hem zo droevig aan dat het hem verwarde, draaide zich om en plukte een klavertje drie. Stilaan kwam ze weer naar hem toe. Ze trok één blaadje van het klavertje drie en stak het in haar zak. De andere twee stak ze in zijn hand. Dan nam ze zijn andere hand beet, trok hem mee en zei nonchalant: “Kom, we zijn er bijna.” Enkele meters verder kwam de gestreste inspecteur weer tevoorschijn. Voorzichtig volgde hij hen, zonder zich te verraden want dat, dat zou op een catastrofe kunnen uitmonden.

 

Vermoeid kwam ze aan bij een oude afgelegen schuur. Jonas had moeite om zichzelf te beheersen. Hij hoopte dat er niets meer zou liggen dat haar zou afleiden, want Lien had gezegd dat zelfs het kleinste detail haar voor altijd zou kunnen laten ontsporen. Ze nam het blaadje van het klavertje uit haar zak, stapte naar een redelijk onstabiele trap waar de letters s.j. FOREVER in stonden gegraveerd en besloot om het daar te begraven. Begraven? Was het dat wat ze gedaan had? Nee, dat kon niet, nee, dat niet. Voor hij het besefte, stonden ze allebei boven, net naast de plaats waar hij verschrikkelijke angsten had uitgestaan. Ze merkte dat hij ernaar keek en glimlachte naar hem. Was dat nu echt, of nog steeds één van haar spelletjes. Hij voelde zich kwaad worden. Maar hoe kon zij dat weten, wat daar gebeurd was? Ze had zichzelf helemaal onder controle toen ze vroeg: “Waarom heb je hem meegebracht?” Hem? Had ze de inspecteur gezien? Alsof ze zijn gedachten kon lezen, zei ze, terwijl ze naar het raam stapte: “Zijn ademhaling is zo onrustig. Ik vraag me af waarom.” Hij keek omlaag en durfde niet te antwoorden. Na een tijdje merkte hij dat het juist haar ademhaling was die wild tekeer ging. Toen merkte hij het, ze had zichzelf in het raam gezien en daar kon ze niet omheen. Hier werd ze geconfronteerd met de waarheid. Maar ook hem zag ze in de weerspiegeling. Toen verliep alles in een waas van wanhoop: ze sloeg het raam stuk, nam een glasscherf en kwam tierend op hem af. “Janne was slecht. Ik haat haar. Zij heeft mij dit aangedaan. Zij heeft je willen afpakken van mij.” In paniek probeerde hij haar te kalmeren. “Je kan dit niet doen, Janne, je moet, …” Hier maakte hij een grote fout. Die naam wou ze niet meer zijn. Ze stortte zich op hem. “Janne is dood, Janne is dood.” Ze haalde naar hem uit. Hij kon haar nog net op het nippertje ontwijken waardoor ze met een ijzige gil naar beneden stortte. Toen hij beneden kwam, had de inspecteur al een ambulance gebeld. Hij zag haar naar adem snakken en angstig kijken naar de grote glasscherf die uit haar buik stak. Machteloos zakte hij naast haar neer. “Janne, waar is Saar? Je moet het me zeggen.” Ze begon te huilen en greep zijn arm. “Saar is dood. En het is mijn schuld, maar misschien zal ze nu weer mijn vriendin zijn.”

 

Niemand zal je ooit geloven omdat jij Jonas wil. Denk je dat ik het niet doorheb? Iedereen ziet het. Iedereen zal denken dat jij me geduwd hebt. Dus je kan niet weggaan. Jij bent de freak en ik ben de lieve meid die zo naïef is om je mijn vriendin te noemen. Snap je het dan niet? Ik heb mijn rol perfect gespeeld, Janne. Ik kan doen wat ik wil. Komaan, wil je ze niet bewijzen dat we gelijk zijn, dat we allebei, samen sterk genoeg zijn om dit te doen? Kom, laten we samen springen. Ze bukte zich om een klavertje drie te plukken, nam mijn hand en begroef het ene blaadje onderaan de trap. Eenmaal boven vertelde ze dat Jonas het daar had uitgemaakt en dat ik nu haar allerbeste vriendin was en dat Jonas niet meer meetelde. Dat had ze hem ook duidelijk gemaakt, glimlachte Saar vreemd. Ze deed het raam open:

“Kom je nog?” “Ik zie je daar wel.” Tien minuten lang heb ik getwijfeld of ik het zou doen, maar ik moest steeds aan Jonas denken. Dit kon ik hem niet aandoen. Toen ik beneden was, hoorde ik haar nog ademen. Ik was verbaasd toen ik vaststelde dat ik teleurgesteld was. Ik panikeerde, begon te huilen en rende weg, gewoon doelloos. Het bleef maar in me rondspoken, haar stem. “Niemand zal je ooit geloven…iedereen zal denken dat je me geduwd hebt…”

Wij zijn gelijk…allebei…samen.

 

Alles wat erna kwam, wil ik me niet meer herinneren. Niemand zal ooit weten dat we inderdaad gelijk waren, maar nu weet ik het. We waren slecht, en nu zijn we dood. S.J. FOREVER.

 

Samely Demeyer – Beste Junior Journalist 2005 – Reeks 4 (derde graad secundair onderwijs) – Davidsfonds Wingene

 

Jurylid Gerda van Erkel vond Klavertje drie ‘een intrigerend verhaal met een goede spanningsopbouw. Er is ook een evenwichtige combinatie van feitelijke en psychologische spanning. De stijl is sober, gebald en de taal overwegend verzorgd. Het slot stemt tot nadenken.’ 

 

Jurylid Rik van Cauwelaert over Klavertje drie: ‘De schrijfster van dit verhaal heeft het zich zeker niet gemakkelijk gemaakt. Uit de zorgvuldige opbouw blijkt duidelijk dat de laureaat haar thrillerverhalen goed gelezen heeft; alle tics en truken die de echte thrillerschrijvers aanwenden, zitten er vaak in.’




 

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S