OPEN BRIEF: Hematocriet of hypocriet

De open brief "Hematocriet of Hypocriet" kwam tot stand met de medewerking en goedkeuring van:

Stefan Kesenne - professor economie Universiteit Antwerpen en K.U. Leuven

Josiane Van der Elst - hoofd lab proefbuisbaby's Universiteit Gent

Yvan Vanmol - dokter wielerploeg Quick Step van renners Tom Boonen en Paolo Bettini)

Guy Declerck - chirurg - gewezen bondsarts judo

Robert Van De Walle - Olympisch kampioen judo

Armand Lams - gewezen directeur - generaal Bloso

Eddy Vinckier - trainer oud-judoka Gella Vandecaveye

Herman Schueremans - Vlaams Parlementslid - concertorganisator en oud-sponsor wielerploeg

Paul De Geyter - manager renners Tom Boonen, Frank Vandenbroucke en Peter Van Petegem

Wilfried Meert - organisator atletiekwedstrijd Memoria Ivo Van Damme

Jean-Marie Dedecker - Senator en oud-bondscoach judo

Doping is een complex fenomeen dat benaderd wordt in een sfeer van en met termen uit het strafrecht. Dat is vaak het gevolg van sensatiezucht in de media en van profileringdrang van bondsmensen, dokters, onderzoekers en magistraten. Doping is verboden, vervalst de competitie en wie slikt is een crimineel, een bedrieger en een lepralijder die met alle mogelijke middelen van zijn sokkel moet worden gehaald. Dat is bijna altijd de teneur. Het debat mag en kan niet sereen gevoerd worden omwille van de taboesfeer die er rond de hele thematiek wordt opgehangen. Wie voor enige nuance pleit, wie niet alleen met uitroeptekens maar ook met vraagtekens spreekt, wordt nog net niet van medeplichtigheid beschuldigd. Nochtans zijn er voldoende rationele argumenten om rustig maar beslist de huidige benadering en concrete aanpak van de dopingproblematiek in vraag te stellen. Het algemeen uitgangspunt hierbij moet zijn dat geen enkele doelstelling van de sportsector kan rechtvaardigen dat de meer fundamentele maatschappelijke waarden en rechten van de sporter worden geschonden. Ook de belangen van de sportwereld blijven ondergeschikt aan de wetten van hogere orde. Dat blijkt de sportwereld, die zich graag verheven ziet boven de rest van de samenleving, nog al eens te vergeten.

De sporters zelf worden in het dopingdebat niet gehoord. Zij zijn slechts de gladiatoren. De regels van het spel worden bepaald door anderen volgens een ethische code die in de ‘gewone’ beroepswereld niet geldt en die daar evenmin haalbaar is.

De sporter als enkeling durft zich niet opdringen in het dopingdebat uit schrik dat hij gestigmatiseerd zou worden. Het doorbreken van de ‘omerta’ heeft sociale uitsluiting tot gevolg. Voor de maatschappij is hij een valsspeler, voor de collega’s een gevaarlijke nestbevuiler. Dit zorgt er voor dat het dopingdebat op een eenzijdige wijze gevoerd wordt door bobo’s en politici die eerst jarenlang de ogen hebben gesloten voor elke vorm van dopinggebruik, maar die tegenwoordig alle recht op verdediging en privacy schenden om een bekend sporter te kunnen "pakken" en penaliseren.

Door het verwijzen naar ethische normen en wereldvreemde idealen van een elitaire 19de eeuwse nomenclatura met de Coubertin op kop (de man vond vrouwensport zelfs onethisch) is dopingbestrijding een morele kruistocht geworden, een soort heksenjacht met grote symbolische waarde. De schandpaal inbegrepen. Sportminister Marino Keulen had zelfs een website ingevoerd waarop alle zondaars te schande werden gezet. Terecht heeft het arbitragehof Keulens privé-zender verboden. Waals sportminister Claude Eerdekens maakte ons land onlangs nog internationaal hopeloos belachelijk door te beweren dat de hoestsiroop van tennisster Kuznetsova een positief plasje had opgeleverd. Weer eens: méér profileringdrang dan dossierkennis. Het recht op privacy geldt blijkbaar niet meer voor de topsporter. Frank Vandenbroucke wordt geboeid opgevoerd om de profileringshonger van de rechters te stillen. De getipte journalisten stonden de speurders ’s morgens al op te wachten aan de deur van Museeuw. Door de achtervolgingswaanzin van de media, geldt zelfs het vermoeden van onschuld niet meer. Uittreksels uit onderzoeksdossiers liggen vlugger op de redacties van de kranten dan op de griffie bij de rechtbank.

De tijd van de enkelband en het huisarrest voor de topsporter is niet meer ver af. Wanneer wordt de oorchip ingeplant? Internationale topsporters moeten vooraf bij hun sportfederatie melden waar ze de volgende drie maanden elke dag en nacht zullen vertoeven om blitzbezoeken van de controleurs mogelijk te maken. Machiavelli in de praktijk: het doel wettigt de middelen. Het recht op privacy is ook voor sporters een grondrecht. Is het bereikbaar zijn "on shortest notice" bijvoorbeeld binnen de 24 uur niet efficiënt genoeg?

Volgens de WADA (World Anti Doping Agency) moet doping als volgt begrepen worden : de substanties of methodes die aan minstens twee van de volgende criteria voldoen 1) verbeteren van de sportprestaties 2) een potentieel risico voor de gezondheid inhouden en 3) in strijd zijn met de "spirit of sport". Dit laatste begrip is zo vaag en breed interpreteerbaar dat het leidt tot willekeur. Deze lijst is zeer uitgebreid en niet alle producten hebben een bewezen prestatieverhogend effect of houden een gezondheidsrisico in. Zo fungeert cannabis ridicuul genoeg op deze lijst. Toen een Vlaams Sportminister naar aanleiding van een wijziging aan het Decreet betreffende Medische Verantwoorde Sportbeoefening geïnterpelleerd werd over het prestatieverhogend effect van cannabis, antwoordde hij dat cannabis de angst kan wegnemen bij renners die stoned van een col naar beneden zouden rijden.

Dergelijke ‘sportvreemde’ uitspraken zijn hilarisch, ware het niet dat in bijna 1 op 2 van de dopinggevallen vastgesteld door de Franse Gemeenschap, cannabis het dopingproduct is. En bij de Vlaamse gemeenschap 1 op 3. Haal cannabis uit de dopinglijst van 2004 en gras- en ijshockey, korfbal, motorcross, waterpolo en zwemmen zouden zelfs volledig clean en dopingvrij zijn. Het roken van een jointje is wekenlang opspoorbaar omdat het zich vastzet in het vetmetabolisme van het lichaam. Onze sportminister pleit voor een gedoogbeleid voor de vrijetijds cannabisrokers en een hypocriet strafbeleid voor de sportieve gebruiker. Jockeys zijn nu Vlaanderens dopingkampioenen wegens het gebruik van diuretica. Vochtafdrijvers om hun gewichtsgrens van 47 Kg in stand te houden. Plaspillen zijn geen doping "as such", maar staan op de lijst omdat ze de urine zo kunnen verdunnen dat ze het opsporen van andere producten maskeren. Dopinglijsten per sportdiscipline zouden correcter zijn. Jockeys op anabolen doen hun paarden niet rapper lopen en ze moeten dus niets maskeren met diuretica, behalve vermageren. De beschavingsziekte van alle dames tot dopingnorm verheven.

Als dopingmiddelen worden gevonden in om het even welke concentratie, moeten het schadelijk effect en de intentie om te frauderen niet eens meer worden bewezen.

Een Nederlands onderzoek heeft uitgewezen dat sommige voedingssupplementen naast vitamines en veel suiker ook Nandrolon bevatten zonder dat dit op de verpakking is vermeld, al is het uit onzorgvuldigheid. Ook bij sommige homeopathische middelen is dit het geval. De reglementen voorzien echter dat de sporter zelf verantwoordelijk is voor wat er in zijn urine wordt gevonden. Gevolg: schorsing. Ook al wordt in een medisch rapport aangetoond dat ofwel de concentratie van de verboden substantie te laag is, ofwel dat de sporter zelf geen fout heeft begaan.

Een dergelijke ‘recht’spraak is ondenkbaar in de gewone hoven en rechtbanken. Van de vervolgende partij zou minstens mogen verwacht worden dat zij het prestatieverhogend effect van de gevonden dosissen onweerlegbaar aantonen en dat ze bovendien de intentie om te frauderen bewijzen.

Dit laatste morele element wordt in het strafwetboek voor bijna alle misdrijven vereist. Niet zo voor het ‘misdrijf’ dopinggebruik. De huidige dopingreglementering ontneemt de sporter elke verdediging wanneer hij positief heeft getest.

Een belangrijk argument in de strijd tegen dopinggebruik, is de bescherming van de gezondheid van de sportbeoefenaar. Primum non nocere. Het lijkt dan tegenstrijdig de normale medische zorgen te ontzeggen aan de sportbeoefenaar die aan extreme inspanningen bloot staat. De zware belasting in extreme omstandigheden van spieren en gewrichten rechtvaardigen zelfs een meer doorgedreven medische begeleiding. Het verbieden van infusen met vocht, suikers en zout aan sporters op de rand van uitdroging is ethisch en medisch onverantwoord.

Wat betreft de bescherming van de gezondheid van de sportbeoefenaar is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de organisatoren. Waarom beperkt men dan de Tour niet tot 10 dagen? Onmogelijk! De financiële belangen van de organisatoren zijn te groot en ook de sponsor wil zijn truitje zoveel mogelijk aan de aankomst zien. Sporters zitten vast in een socio-economisch model dat van hen het onmogelijke vergt en hen dan op ethische bezwaren veroordeelt. Na een zware bergetappe in de Tour werden illo tempore soms drie rustdagen na elkaar ingelast. Nu is de Tour een miljardenbusiness waarin tourdirecteur Leblanc zoveel mogelijk start- en aankomstplaatsen wil aandoen (kassa!) en de renners nog moeten aankomen binnen een tijdslimiet. De nieuwe Pro Tour verhoogt het aantal koersdagen van de renners en vooral de bankrekening van de organisatoren. Op de Olympische Spelen worden bepaalde uithoudingsnummers op het heetst van de dag georganiseerd. De enige "ethiek" die dit motiveert, zijn de centen van TV – zenders die aan de andere kant van de wereld op prime-time zitten. Ethiek is blijkbaar éénrichtingsverkeer.

Straffen worden pas als rechtvaardig ervaren als ze in evenredigheid staan met de ernst van het misdrijf. Twee jaar beroepsverbod bij een eerste inbreuk en levenslang bij een tweede, zoals het WADA oplegt, is geen disciplinaire maar een criminele straf. Dergelijke sancties zijn buiten elke proportie. Berufsverbot bestaat alleen in de topsport bij een eerste overtreding. Twee jaar schorsing op een sportcarrière van tien jaar is hetzelfde als acht jaar in de loopbaan van elke andere beroepscategorie.

Zes maand tot een jaar schorsing bij een eerste inbreuk samen met een boete gekoppeld aan de grootte van het contract is eerder maatschappelijk aanvaardbaar. Hetzelfde voor strafverdubbeling bij recidive.

Wielrenner Andy C krijgt twee jaar beroepsverbod aan zijn koersbroek wegens het gebruik van een corticoïde zalf tegen zadelpijn waarvoor hij geen medisch attest had, ofschoon de gevonden hoeveelheid te gering was om prestatieverhogend effect te sorteren. Voor hetzelfde vergrijp ging onlangs nog F V van Excelsior Moeskroen vrijuit. Twee maten, twee gewichten. Elke Vlaamse sporter kan beroep aantekenen bij de Disciplinaire Raad van de Vlaamse Gemeenschap. Wielrenners niet. Wil een wielrenner beroep aantekenen, dan moet hij naar het Internationaal Sportarbitrage Tribunaal (TAS) in Lausanne. Hij moet dan zelf de kosten van zijn advocaat dragen (eerder normaal) maar ook die voor een tolk en voor de vertaling van zijn strafdossier (vlug 90 cent per regel). Klassenjustitie! De eerste de beste Albanese maffialeider krijgt in ons land een gratis tolk, vertaling van zijn dossier op kosten van de belastingbetaler en een prodeo advocaat. Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens legt elk rechtscollege de verplichting op de beklaagde kosteloos een tolk toe te wijzen. Het verdrag is blijkbaar niet van toepassing op wielrenners.

Dat sportbeoefenaars naar extra middelen grijpen om hun sportprestaties te verbeteren is begrijpelijk. De topsporter is een professional wiens levensstandaard - en dat van zijn gezin - afhankelijk is van zijn wekelijkse prestatie in de sportarena. Daarbovenop leidt succes in de sport ook tot publieke eer en roem. De verleiding om naar extra middelen te grijpen, is dus bijzonder groot. Zeker wanneer men ervan uitgaat dat de concurrentie minder ethische bezwaren heeft bij het gebruik van een verboden product en het verschil tussen winst en verlies een cheque is van duizenden euro’s.

Internationaal en tussen de sporten zijn de strafvergelijkingen schrijnend. In het professionele tenniswereldje van de ATP heb je meer kans op een belasting- dan op een dopingcontrole. Amerikaanse voetballers worden een eerste keer vijf wedstrijden geschorst bij betrapping op steroïden en één jaar voor een vierde inbreuk. Het dreamteam van de Olympische winterspelen is het Amerikaanse ijshockey … daar wordt niet gecontroleerd. In het Amerikaanse basketbal worden de spelers bij een derde vergrijp aan steroïden voor ongeveer 3 maanden op de bank gezet. Amerikaanse basketters onderhandelen over dopingcontroles in hun CAO. Een "Veteran" (speler van het tweede jaar) mag bijvoorbeeld maar één keer per jaar gecontroleerd worden. "Out of competition" controles zijn verboden en het WADA mag de stadions niet binnen. Toch is hun Dream Team het uithangbord van de Olympische Zomerspelen. Het Amerikaans Olympisch Comité krijgt om de vier jaar de helft van de winst van de Spelen, evenveel als alle 200 andere landen samen. Aan centen voor controles, geen gebrek, aan hypocrisie evenmin. Het IOC sluit de ogen.

De gebruikte terminologie rond doping krijgt meer en meer een maffieuze connotatie. Er worden camera’s en afluisterapparatuur geplaatst bij medici. Zo ook de roep om "pentiti" Maar hoe geloofwaardig zijn verklaringen van spijtoptanten als ze hun persoonlijke winst (zoals strafvermindering) opleveren? Het worden dan Stasi-methoden van verklikken in een stijl van de communistenjacht van Mac Carthy in Amerika. Gaat het dan over verklikken van collega’s of van dealers? Het tweede kan nog verrechtvaardigd worden. Het wordt tijd dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen en de nodige moed opbrengen om het debat op een open en eerlijke manier te voeren. Het is tijd om het cynisme te stoppen. Laat de wetenschap uitdiepen tot waar biomedische vooruitgang veilig kan samengaan met het verhogen van sportprestaties. Onderzoek de drang of dwang van atleten tot dopinggebruik, zonder de dreiging van represailles. Onderzoek in hoeverre het dopingbeeld bij atleten een afspiegeling is van een vrijwel algemene prestatiedruk in de maatschappij. Laat de wetenschap de mens dienen. De rest zijn discussies op het podium van het Grote Gelijk.

Jean Marie Dedecker14/03/2005

De ondertekenaars: Guy Declerck (chirurg, ex-bondscoach judo), Jean-Marie Dedecker (senator en ex-bondscoach judo), Paul De Geyter (manager renners Tom Boonen, Peter Van Petegem), Stefan Kesenne (professor economie), Armand Lams (ex-directeur-generaal Bloso), Wilfried Meert (organisator Ivo Van Damme Memorial en manager Kim Gevaert), Herman Schueremans (Vlaams parlementslid, ex-sponsor wielerploeg), Josiane Van der Elst (hoofd lab proefbuisbaby's Gent), Robert Van de Walle (ex-olympisch kampioen judo), Yvan Vanmol (ploegarts renners Tom Boonen en Paolo Bettini) en Eddy Vinckier (ex-coach judoka Gella Vandecaveye)
Corrigeer

NIET TE MISSEN

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees