‘Wat ik heb meegemaakt, kan ik niet vergeten'

Frank Vandenbroucke schrijft zijn waarheid in een boek

Frank Vandenbroucke schrijft zijn waarheid in een boek

Frank Vandenbroucke. vdb
Foto: © BELGA

VDB is terug. In de boekhandel dan toch. Vandaag verschijnt zijn biografie ‘Ik ben God niet’. ‘Dit is geen biografie’, zegt Frank Vandenbroucke zelf. ‘Het is een bijlage bij mijn leven.’ Hij vond dat het tijd was dat zijn versie van de feiten – ‘de enige waarheid’ – maar eens werd verteld.
‘Er is in de loop der jaren zoveel onzin verschenen in de kranten, in de tijdschriften. Iedereen neemt dat voor waar aan. Iedereen denkt dat hij weet wat er met mij aan de hand was. Het boek is mijn versie, op mijn manier. Om een einde te maken aan alle roddels en geruchten die door sommigen in de loop der jaren over mij de wereld zijn ingestuurd’, schrijft hij in zijn voorwoord.

Hij heeft zijn part gehad. Na zijn indrukwekkende winst in Luik-Bastenaken-Luik in het voorjaar van 1999 was geen superlatief nog sterk genoeg voor VDB. Hij was een godenkind, dat was de enige passende omschrijving voor een man met zijn talent. Die triomf, en nog een paar indrukwekkende ritten in de Vuelta dat najaar – ‘gewonnen om mijn liefde voor Sarah te bewijzen, die ik toen pas had leren kennen’ – waren de enige.

Sindsdien kwam hij nog vaak in het nieuws. Maar nooit meer omdat hij zo goed had gekoerst, op die tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen van 2002 na. Doping, drugs, liefdesperikelen, nog eens doping, depressie, zelfmoordpoging, scheiding, opnieuw zelfmoordpoging. En tussendoor om de zoveel jaar een contract bij weer een nieuwe profploeg en het nieuws dat VDB zich herpakt had en deze keer terug was. Niet dus.

Hij heeft het hart op de tong. Zijn bekentenissen over zijn verslaving aan amfetamines en slaappillen waren er al. De bijbehorende uitleg staat nu in Ik ben God niet.

Gent, vrijdagmorgen. Frank Vandenbroucke (34) ziet er patent uit. Uitgerust, kalm. Fred Mello, staat in schreeuwerig blauw op zijn jasje. Het Italiaanse modehuis weet zijn klanten te kiezen.

VDB zit wat achteruitgezakt in het pluche van het sjieke Gentse Hyatt-hotel en nipt af en toe zuinig van zijn limonade. Een waakhond van de uitgever staat aan de andere kant van kamer. Om de journalisten bij de les te houden en vragen die niét over het boek gaan te counteren.

VDB laat betijen, ook al hebben de journalisten het boek maar pas in handen gekregen en kunnen ze zich bezwaarlijk houden aan de inhoud ervan. 342bladzijden kan niemand in vijf minuten lezen.

Een hele dag geeft hij interview na interview. Gemiddelde duur: 25 minuten. Niet zijn favoriete bezigheid. Maar de plicht roept. Hij heeft een boek geschreven – beter: een redacteur van de uitgeverij heeft zijn verhaal genoteerd – en dat moet gepromoot worden. Het zal welkom zijn, nu zijn ploeg net heeft laten weten dat hij van de loonlijst gaat tot hij opnieuw wil fietsen.

Wat is het probleem deze keer? Bent u ontslagen?
Frank Vandenbroucke (kijkt vertwijfeld naar het waakhondje van de uitgeverij): ‘Euh...’
Waakhond: ‘Enkel vragen over het boek, alstublieft.’
VDB: ‘Kijk, ik zal het in twee woorden zeggen. Ik kom de jongste tijd niet toe aan fietsen. Door alle familieperikelen. Ik mocht mijn dochtertje Margaux niet meer zien. Ik ging daaraan kapot. Maar dat is nu uitgeklaard. De ploegdirectie heeft me gisteravond gezegd dat ze me pas opnieuw betalen als ik fiets.’

En? Gaat u nog fietsen?
‘Dat is alles wat ik erover wil zeggen.’ In het peloton geldt toch dat wie het stilzwijgen doorbreekt, zoals u nu doet met dit boek, het wel kan schudden. ‘Het is wel de bedoeling dat ik nog fiets. Ik ben toch aan het trainen. (lacht) Er is nu een nieuwe overeenkomst met mijn ploeg. En ik zal opnieuw beginnen te koersen.’

Wanneer?
‘Dat kan ik nu nog niet zeggen. Binnenkort.’

Wat was het zwaarste moment uit uw carrière?
‘Het moment dat alles is gekanteld, in 1999. De dag na Verona (het WK waarvoor hij favoriet was, maar viel, zijn polsen brak en toch tot de finish reed) wist ik het allemaal niet meer. Ik was volkomen ontredderd. Toen ben ik moeten vluchten. Mijn ouders wilden Sarah niet aanvaarden. Ik ging vissen om amfetamines te kunnen spuiten. Ik werd gek.’

‘En dan natuurlijk die dag in 2002, toen ze Bernard (Sainz, zijn vertrouwensarts, nvdr.) tegenhielden met zijn koffer vol producten. Ze hebben toen mijn huis in Lebbeke ondersteboven gehaald en dingen gevonden. In een kartonnen doos in de garage. Clenbuterol, aranesp, epo, amfetamines, gebruikte spuiten. Ik weet écht niet meer waar dat vandaan kwam. Dat is een zwart gat in mijn geheugen. Om ervan af te zijn, heb ik tijdens het verhoor aan de politie gezegd dat het voor mijn hond was. Zomaar. Dat zinnetje achtervolgt me nu nog.’

U bent sinds april 2006 bezig met dit boek. Was het moeilijk?
‘Ik moest soms diep gaan. Heb de dingen opnieuw beleefd. Dat was niet altijd makkelijk. Mijn leven is tot nu toe niet van de simpelste geweest. Ik heb veel meegemaakt. De mensen weten wel wat allemaal, maar het juiste verband tussen de dingen weten ze niet. Het was tijd om dat te vertellen.’

U doet dat vrij gedetailleerd. Heeft u een dagboek bijgehouden?
‘Neen, helemaal niet. Dat is niet mijn stijl. Ik heb een goed geheugen. Ik onthou vrij gemakkelijk. Zeker als je de dingen meemaakte die ik heb beleefd. Zoiets vergeet je niet. Enfin, toch niet alles. Het waren turbulente jaren.’

En dat is voltooid verleden tijd? Hoe voelt u zich nu?
‘Goed, dank u. Ik kan opnieuw mijn dochtertje Margaux zien, dat is voor mij enorm belangrijk. (Toen VDB en zijn vrouw Sarah Pinacci vorig jaar in april uit elkaar gingen, nam zij hun dochtertje mee en mocht hij haar niet meer zien. Nu mag hij elke zaterdag op bezoek in de crèche waar Margaux dan is, in de buurt van Milaan.)

U zegt openhartig te zijn. Maar toevallig sla ik bladzijde 226 open, en daar staat: ‘Heb ik ooit epo gebruikt? Jammer genoeg is onze maatschappij nog niet rijp om deze discussie in alle openheid te voeren.’ Ik dacht dat u alles ging zeggen in dit boek. Waarom geeft u dan geen antwoord op die vraag?
‘Als ik dat zou hebben gedaan, zou er over de andere 341 pagina’s in het boek niets meer worden gezegd. Iedereen zou daarop zijn gesprongen, en de rest vergeten hebben. Dat wilde ik niet. Ik heb een verhaal te vertellen. Mijn verhaal.

Werd er gebruikt in het peloton? Dat weet ondertussen iedereen. De bekentenissen zijn er, de maatregelen zijn genomen. Iedereen wordt van dichtbij gevolgd, moet constant laten weten waar ie is. Het gaat nog zover komen dat ze iedereen een chip inplanten om hem te volgen. Er bestaat nog zoiets als privacy. Het zal wel nodig zijn, maar de sfeer bij de renners is wel naar de knoppen.’ Hoezo?
‘Het is niet leuk meer. Iedereen is gespannen. De grapjes die vroeger in het begin van de koers werden gemaakt, het gezapige tempo van de eerste kilometers: dat is er allemaal uit. Alles is professioneler geworden, ten koste van de sfeer.’

Wat doet u tegenwoordig?
(lachend) ‘Trainen, natuurlijk. Ik ben een coureur.’
Corrigeer


Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.