Jongeren vergelijken jointje roken met pintje drinken

Het is toch maar cannabis

Het is toch maar cannabis

Foto: belga

,,De juf geschiedenis vroeg ons: als ik tegen morgen een zakje weed wil, wie kan mij dat bezorgen? Iedereen in de klas stak zijn vinger op.’’ Aan de schoolpoort in Bornem kijken ze niet op van de nieuwe drugscijfers waaruit blijkt dat bijna de helft van de zestienjarigen ooit al cannabis heeft gebruikt. Een aantal scholen ontkent dat niet en voert een heus drugspreventiebeleid.
De vijfdejaars van het Onze-Lieve-Vrouw Presentatie in Bornem verlaten een voor een de school en troepen samen op het kerkplein om na te praten over de examens. Ze roken sigaretten. Weed hebben ze vandaag niet bij. Het is dan ook examentijd. ,,Hoewel, het enige wiskunde-examen dat ik dit jaar tot een goed einde heb gebracht, was toen ik op voorhand had gesmoord’’, zegt Simon.

Ze kijken niet op van de cijfers die drugscentrum De Sleutel deze week vrij gaf. Van de 16- en 17-jarigen heeft 45 procent ooit al eens aan een jointje getrokken. Eenvijfde van de jongeren noemt zichzelf een regelmatig gebruiker. De zeventien leerlingen, uit verschillende sociale klassen, op het kerkpleintje hebben allemaal al eens een joint gerookt. De helft van hen doet het minstens een keer per week. ,,Ja, maar wij zoeken elkaar een beetje op, hé. Joints zijn sociale drugs die je meestal in groep gebruikt. Dat schept een band. Er zitten in onze klas meer leerlingen die het nog niet gedaan hebben dan wel.’’

,,Ik heb nog op een school gezeten waar het veel erger was. Daar stonden ze gewoon te smoren in de wc’s. Wij houden ons aan de regels en doen het alleen buiten de schoolpoort. We houden de school en cannabis strikt gescheiden.’’

Hoe vroeger, hoe beter

De indrukken van de leerlingen kloppen als je de cijfers van de school bekijkt. ,,Uit een uitgebreide enquête van de VAD bleek dat 25 procent van onze leerlingen al eens gebruikt had’’, zegt leraar Freddy Hertog, verantwoordelijk voor het drugspreventiebeleid. ,,Maar ik formuleer het liever positief: 75 procent had nog nooit gebruikt. Dat was beter dan de rest van Vlaanderen. In andere scholen had gemiddeld 68 procent nog nooit gebruikt.’’

Wat is het geheim van de school? ,,Het is belangrijk om heel vroeg met preventie te beginnen’’, zegt Hertog. Dat vindt ook Luc Rombaut. Hij doet aan drugspreventie en heeft als ,,ervaringsdeskundige’’ het boek Een ongewoon gesprek met sla uitgebracht, waarin hij zijn eigen drugservaringen beschrijft.

,,Hoe jonger je eraan begint, hoe groter de kans op een latere verslaving.’’ De vijfdejaars van Bornem die af en toe een joint roken, zijn er gemiddeld anderhalf jaar geleden mee begonnen. ,,Ik was veertien toen ik al een paar keer het aanbod had gekregen om aan een joint te trekken. Maar ik heb altijd geweigerd, ik vond mij een beetje te jong. Tot ik op een dag samen zat met mijn neef. Ik vertrouwde hem compleet en toen heb ik het eens geprobeerd. Nu smoor ik er gemiddeld eentje per dag. Maar ik deel die wel met twee of drie vriendinnen, dus zoveel is dat niet.’’

Simon is er vroeger aan begonnen. ,,Ik was twaalf. Het was de eerste dag van het eerste middelbaar, op een andere school. Ik stond aan het station en raakte aan de praat met een meisje. Zij had een vriend die een aantal jaar ouder was. Van hem ik de eerste keer een joint gekregen.’’ Hoewel Simon zichzelf niet verslaafd voelt, lijkt de theorie van Rombaut wel te kloppen, want hij rookt veruit het meest. ,,Gemiddeld drie per dag’’, zegt hij. ,,Gisteren waren het er wel zes. Ik was mij een beetje aan het vervelen...’’

Opvallend genoeg maken de vijfdejaars zich een beetje zorgen om de derdejaars. ,,Het is opvallend hoeveel veertienjarigen ermee bezig zijn’’, zegt Anna. ,,Die vinden het gewoon graaf en stoer om een beetje mee te doen met de rest.’’ Anna slaat de nagel op de kop. ,,Veel jonge gasten beginnen eraan onder sociale druk’’, zegt Rombaut. ,,Daarom is het heel belangrijk om van jongs af te werken aan sociale vaardigheden: opkomen voor je eigen mening, respect voor jezelf, assertiviteit,...’’ In Bornem werken ze daaraan. ,,Al jaren geven wij aan de jongste leerlingen leefsleutels waarin we die vaardigheden aanleren. Het komt er op aan een schoolklimaat te creëren waarin leerlingen het cool vinden om neen te zeggen.’’

Cannabiscultuur

Van al dat praten over weed, heeft Simon zin gekregen in een joint. Niemand heeft iets bij en het is een beetje ver naar huis, waar hij zijn eigen cannabisplantje heeft staan. Maar hij kent wel iemand. Hij leent een brommertje en vijf minuten later staat hij er terug, met een zakje. ,,Er wordt niet gedeald op school’’, zegt Anna. ,,Maar het is heel goed geweten bij wie je kan kopen. Het is echt niet moeilijk om aan drugs te geraken.’’ ,,Iedereen kan aan weed geraken’’, zegt Simon, terwijl hij zijn jointje rolt. ,,Laatst kregen we les over de geschiedenis van kruiden en specerijen. Toen vroeg de juf geschiedenis: als ik hier morgen een zakje weed op mijn bureau wil, wie kan mij dat bezorgen? Iedereen stak zijn vinger op...’’

,,Het is gewoon een deel van onze cultuur’’, zegt Anna. ,,Volwassen mensen drinken een pintje als ze uitgaan, wij roken een jointje. Cannabis is trouwens een betere drug dan alcohol. Het is veel socialer, want je rookt in groep. Je wordt er ook niet agressief van, je gaat er alleen maar beter door filosoferen met je vrienden. En je hebt achteraf geen kater.’’

,,Cannabis roken maakt inderdaad deel uit van een nieuw soort cultuur’’, zegt Rombaut. ,,Het probleem is dat jongeren geen ‘voorbeelden’ hebben. Ze hebben alleen hun vrienden aan wie ze zich kunnen spiegelen. Met alcohol is iedereen opgegroeid. Jong en oud weet dat er iets fout zit als je ’s morgens een glas alcohol nodig hebt om de dag door te komen. Maar sommige jongeren vinden het normaal om ’s morgens een joint te roken. Dat is het niet. Dat wijst op een onderliggend probleem. Maar ik zou niet onmiddellijk panikeren als een jongere samen met vrienden op vrijdagavond eens een joint rookt...’’

Verstandige keuzes

Simon is van plan om er mee te kappen na de examens. ,,Hoewel, makkelijk zal het niet zijn. Ik slaap slecht en heb er eentje nodig om in slaap te vallen.’’ Ook Ben geeft toe dat hij af en toe zijn joint nodig heeft. ,,Ik heb wat concentratieproblemen. Ik studeer beter als ik er eentje gerookt heb.’’ Dat is onzin, volgens Rombaut. ,,Je studeert niet beter met cannabis. We moeten de jongeren duidelijk maken dat er gezonde alternatieven zijn waarmee je je goed kan voelen: sport, yoga...’’ Dat is ook het beleid dat de Onze-Lieve-Vrouw Presentatie in Bornem probeert te voeren. ,,We zorgen dat er tussen de middag genoeg dingen te doen zijn op school: sport, allerhande activiteiten,... Zo vervelen de gasten zich niet en blijven ze weg van de straat. Maar we leren hen dat er buiten de school alternatieven zijn waaruit ze kunnen kiezen. We gebruiken het wijsvingertje niet, dat heeft geen zin. We leren hen veeleer de mogelijkheden aan om verstandige keuzes te maken.’’

Simon steekt zijn joint op. ,,Dat zou ik nooit durven vlak voor de schoolpoort’’, zegt Anna. Anderen zijn er gerust in. ,,Die leerkrachten kennen daar toch niks van. Soms fietsen ze hier gewoon voorbij als wij een joint roken en ze merken het niet eens. Allez, je ruikt dat toch...’’

Weg naam van zus

Hertog beseft dat hij en de andere leerkrachten inderdaad niet genoeg ervaring hebben. Daarom lieten ze Luc Rombaut, de ,,ervaringsdeskundige’’ met de leerlingen praten. ,,Dat was cool’’, vinden de leerlingen. ,,Die weet tenminste waarover hij praat. Hij geeft toe dat het leuk kan zijn om een joint te roken. Maar hij heeft ons ook gewezen op de nadelen op lange termijn. En die zijn er zeker’’, geeft Anna toe.

En dan komen de verhalen boven. ,,Sommige vrienden die ik al ken sinds de kleuterklas, zie ik heel erg veranderen. Ze doen het ook niet meer goed op school. Maar ja, die smoren dan ook te veel.’’ Of. ,,Een vriend van mij heeft een cannabisvergiftiging gehad. Hij had veel te veel gesmoord.’’ Of. ,,Een keer dacht ik dat ik supergoed aan het blokken was en heel helder was. Maar toen wou ik mijn zus roepen en ik wist haar naam niet meer.’’

Anna beseft heel goed dat ze er niet mee mag overdrijven. ,,Als ik voel dat ik eens te veel gesmoord heb, stop ik er enkele weken mee. Ik zal ook nooit hard drugs nemen. Dat hebben de lessen op school mij wel duidelijk gemaakt. Er is een heel groot verschil. Dit is maar cannabis, het is niet echt een drug.’’ Niemand van de jongeren op het kerkpleintje heeft al hard drugs genomen. ,,Ik ben tegen medicatie’’, zegt Simon resoluut. ,,Ik slik zelfs geen aspirines, laat staan dat ik bollen zou pakken.’’

Al drie keer opgepakt

Simon verbergt haastig zijn jointje. In de verte rijdt een combi voorbij. ,,Ik ben al drie keer opgepakt’’, bekent hij. ,,De flikken zijn hier heel streng. Ooit hebben ze een razzia gehouden in het skatepark. Iedereen moest zijn zakken leeghalen. Wij konden ons nog vlug verstoppen’’, vertelt hij. ,,Het is stom dat cannabis nog altijd niet legaal is. Hoewel, de fun zou er misschien een beetje af zijn.’’ Daar is Anna het niet mee eens. ,,Ik hoor van vriendinnen die opgepakt zijn, dat ze verplicht werden om mensen te verklikken. Dat wil ik toch niet meemaken. Dat de flikken zich eens bezig houden met echte drugs. Ik vind het cannabisbeleid echt hypocriet. Trouwens, sigaretten roken mag wel en joints niet. Sigaretten zijn nochtans veel erger.’’

Van de zeventien zijn er veertien sigaretten aan het roken. ,,Ik wou dat ik nooit met sigaretten was begonnen’’, zegt Anna. ,,Daaraan ben ik echt verslaafd. Ik kom nauwelijks rond met een pakje op drie dagen. Ik word lastig zonder sigaretten. Als ik twee weken geen weed heb, is dat geen probleem. Weet je, er zijn zoveel leerkrachten die roken. Je moet eens in de lerarenkamer gaan, dat stinkt daar nogal. Echt een goed voorbeeld is dat niet. Toch hebben al heel veel leerlingen straf gekregen omdat ze een sigaret rookten. Erg consequent is dat niet. Een vriendin van mij is betrapt buiten de schoolpoort en meteen werden haar ouders verwittigd.’’

De jongeren vinden dat de leerkrachten zich niet horen te moeien met het leven buiten de schoolpoorten. Het is hun leven. ,,Hoewel’’, zegt er eentje, ,,die leerkrachten hebben ook hun verantwoordelijkheid. Ze weten niet goed hoe ze ermee moeten omgaan. Net als vele van onze ouders.’’

Thuis verteld

De helft heeft het verteld thuis. Luc Rombaut is aangenaam verrast door dat cijfer. ,,Het is heel belangrijk dat ouders op de hoogte zijn. Maar dan is het nog de vraag hoe ze erop reageren. Het slechtste wat je als ouder kan doen, is het verbieden en met straf dreigen. Dat heeft het omgekeerde effect. Je moet je tieners zo ver krijgen dat ze erover praten, zodat ze het vertellen als het fout dreigt te lopen. Je kan sommige jongeren moeilijk tegen houden als ze willen experimenteren. Je moet hen duidelijk maken dat er een verschil is tussen gebruik en misbruik. Ook dat heeft te maken met sociale vaardigheden die je van kleins af kan aanleren. Het is beter als een jongere beseft dat hij te veel tv heeft gekeken dan dat je als ouder de afstandsbediening moet afnemen en verstoppen.’’ Anna is blij dat haar ouders op de hoogte zijn. ,,Tof vinden ze het niet. Maar ik weet dat ik bij hen terecht kan, mocht ik ooit verslaafd raken.’’ Emma smoort zelfs gewoon in de tuin, samen met haar vriendinnen. ,,Mijn vader komt dan bij ons zitten, zijn sigaretje roken. Echt opgetogen is hij er niet mee. Maar zo houdt hij ons wel in de gaten.’’
Corrigeer

MEER NIEUWS