Fiscus eist 400 miljoen achterstal van Beaulieu-groep rond Roger ‘Boer’ De Clerck

Dallas in Vlaanderen: de familie Beaulieu

Dallas in Vlaanderen: de familie Beaulieu
Met de merknaam Berry Floor sierde de Beaulieu-groep de billen van zesvoudig tourwinnaar Lance Armstrong en met Domo die van Museeuw en Van Petegem. Met hun producten komen de leden van de textieldynastie De Clerck graag in het nieuws, maar veel vaker halen ze de media tegen hun zin.

Roger – Boer – De Clerck (81) uit Wielsbeke ligt aan de basis van een economisch succesverhaal waaraan altijd de kwalijke reuk hing van zakken vol zwart geld. Nu wil de fiscus afrekenen en eist 400 miljoen euro achterstallige belastingen.

Tweehonderd vijftig miljoen Belgische frank. Dat was het losgeld dat Jan en Martine De Clerck in 1992 betaalden voor de vrijlating van hun ontvoerde zoon Anthony, toen elf jaar. Ze hadden er van bij het begin van de ontvoering geen twijfel over laten bestaan: als ze hun zoon konden vrijkopen, zouden ze geen seconde twijfelen. Een normale, uiterst begrijpelijke reactie voor de ouders van een ontvoerd kind. Maar bij de familie De Clerck lijkt het wel een way of life: ,,Duikt er een probleem op, dan kopen we ons wel een weg naar buiten.’’

Jan en Martine De Clerck kochten zich in 1997 ook letterlijk een weg uit de gevangenis, door een borgsom van 2,5 miljoen euro op te hoesten nadat ze waren aangehouden op verdenking van financieel gesjoemel. Een jaar later trokken ze hun portefeuille nog eens pijnlijk wijd open om hun problemen met de fiscus te regelen. Hoe diep ze in de buidel moesten tasten om de boetes, de achterstallige personenbelastingen en vennootschapsbelastingen te betalen, is nooit echt duidelijk geworden. Vele miljoenen euro’s, zoveel is zeker. Er zijn zelfs bronnen die gewagen van een bedrag van 50 miljoen euro.

Het kostte Jan niet alleen veel centen, maar ook veel sympathie bij de rest van zijn familie. ,,Ze hebben hem laten vallen’’, zei Johan Verbist, de advocaat van Jan De Clerck toen het akkoord met de fiscus bekend raakte. Een regeling treffen komt feitelijk neer op schuld bekennen, en schuld bekennen zet meteen de hele verdedigingsstrategie van de rest van de familie op losse schroeven. Met vader Roger De Clerck op kop houdt de hele familie Beaulieu nu al vijftien jaar tegenover het gerecht en de fiscus vol dat ze niets verkeerds hebben gedaan.

De Clerck sr. en zijn zes kinderen hebben dan ook veel te verliezen. Vorig weekend raakte bekend dat de Bijzondere Belastinginspectie 228,5 miljoen euro achterstallige belastingen eist van de tapijtgroep Beaulieu. De rente meegerekend komt de eindfactuur op zo’n 400 miljoen euro. De verschillende Beaulieu-takken hebben bezwaarschriften ingediend, maar de claims hangen wel als zwaarden van Damocles boven verschillende afdelingen. Sommige bedrijven van de groep hebben het bovendien nu al moeilijk.

Werkgelegenheid als excuus

De familie De Clerck heeft niet alleen de fiscus, maar ook het gerecht achter zich aan. Zo’n vijftien jaar geleden begon in Brussel een grootscheeps gerechtelijk onderzoek naar de praktijken van de Beaulieu-groep. Ongeveer vier jaar geleden sloot onderzoeksrechter Bruno Bulthé het dossier af. Kort daarvoor kregen heel wat leden van de familie een brief in de bus met de melding dat ze in verdenking waren gesteld. Onder hen de intussen 81-jarige stamvader Roger De Clerck, die vervolgd wordt wegens schriftvervalsing, bendevorming en inbreuken op de wetgeving voor vennootschapsbelasting.

Als Roger De Clerck ooit voor de raadkamer moet verschijnen – nadat de eindvordering van het parket eindelijk klaar is en de verwachte extra onderzoeksdaden van de verdachten zijn uitgevoerd – zal hij niet aan zijn proefstuk zijn. Hij heeft het allemaal al eens meegemaakt in 1987. Hij werd er toen van verdacht enorme kapitalen uit zijn bedrijven naar het buitenland te hebben versast onder het mom van commissielonen. De onderzoekers traceerden een geldstroom van 1,5 à 2 miljard Belgische frank.

Een proces is er echter nooit gekomen. De raadkamer oordeelde dat de feiten weliswaar bewezen waren maar dat de verdachte opschorting van straf – juridisch jargon voor ‘geen straf’ – kreeg. Een veroordeling zou volgens de rechter erg vervelend zijn voor de sociale positie van De Clerck en voor de werkgelegenheid van zijn personeel. De tycoon ontsnapte ook in beroep.

Het zou niet de laatste keer zijn dat Roger De Clerck of een van zijn kinderen met het argument ,,werkgelegenheid’’ zouden schermen als het gerecht voor de deur stond. Toen Jan De Clerck midden de jaren negentig werd verhoord, gooide hij het argument onmiddellijk op tafel.

Vechtersbaasje

Stamvader Roger De Clerck werd in 1924 geboren als de tweede zoon van een vlasboerengezin uit Wielsbeke. Hij groeide op in boerderij Ter Lembeek. Die afkomst – maar ook zijn aanpak – bezorgden hem later de bijnaam ‘Boer Clerck’. De jonge Roger was niet bepaald een vlijtig scholier. Een doener, dat wel. Zo wordt hij ook omschreven in de biografie die enkele medewerkers van het eerste uur in elkaar boksten ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag.

Roger was blijkbaar niet echt een sympathiek jongetje. Hij wilde altijd zijn zin krijgen. Een karaktertrekje dat hij van zijn moeder had geërfd. Zijn vechtlust – dikwijls op het agressieve af – wekten zowel bewondering als angst. Volgens de biografen zou het wel eens daarom kunnen zijn dat de twee broers van Roger ervoor kozen priester te worden. Roger had besloten dat hij de boerderij zou overnemen. Zijn broers moeten beseft hebben dat ze geen enkele kans meer maakten.

Kort nadat Roger in 1951 getrouwd was met Anne-Marie Hanssens uit Gullegem en hij de boerderij van zijn ouders had overgenomen, stortte de markt van het vlas ineen. Noodgedwongen stapte de jonge boer over op een andere activiteit: hij zou enkele weefgetouwen in zijn stal plaatsen en meubelstof maken. Maar hij was niet van plan lang zelf te weven. Roger De Clerck zag het groter. Hij zou bedrijfsleider worden, thuiswevers voor zich laten werken en veel geld verdienen. Ook politiek bouwde hij een stevige machtsbasis uit, via de CVP. Burgemeester van Wielsbeke is hij nooit geworden. Dat liet hij onder meer aan zijn medestander van het eerste uur: Noël Demeulenaere.

Diezelfde Demeulenaere (66) doet er de jongste jaren alles aan om het blazoen van zijn vriend op te poetsen. Hij haalde in 1999, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Roger De Clerck zelfs voormalig VS-president George Bush en ex-premier Margareth Thatcher naar Wielsbeke voor een feestje. In een interview naar aanleiding van zijn afscheid bij Beaulieu enkele dagen geleden zei hij: ,,Misschien hebben we ooit fouten gemaakt. Maar nooit moedwillig, en zeker niet van dien aard dat het de jarenlange agressiviteit tegenover Beaulieu rechtvaardigt.’’

,,Uitzonderlijk ondernemer’’

Ter Lembeek werd onder impuls van Roger al snel een begrip. Ook in het buitenland, waar ze graag met De Clerck samenwerkten vanwege zijn lage prijzen en goede kwaliteit. Het bedrijf groeide vliegensvlug, begon ook tapijten te weven en gaf zichzelf de naam Beaulieu, een verwijzing naar een beroemde poort van het stadje Ayre-sur-Lys waar de Leie voorbijstroomt.

De groep Beaulieu werd gestuurd vanuit een duidelijk motto: Roger is de baas. Hijzelf eiste van zijn mensen het uiterste. Er moest keihard gewerkt worden. Hij controleerde alles: het beleid en de werkvloer. Als iets niet liep zoals hij wilde, schreeuwde hij de fotolijsten van de muren.

,,Het wordt te vaak vergeten, maar Roger is een uitzonderlijk ondernemer’’, zegt Fa Quix, directeur-generaal bij textielorganisatie Febeltex. ,,Hij combineerde ambitie met visie. Hij zag de mogelijkheden van de markt, speelde er pijlsnel op in en zorgde er zo voor dat zijn bedrijf als een komeet omhoog schoot. Hij is begonnen met twee weefgetouwen in een schuur. Nu is Beaulieu een van de grootste textielgroepen in de wereld. De verschillende takken samen stellen zo’n 20.000 mensen te werk, van wie zo’n 8.000 in België.’’

,,Maar hoewel Beaulieu een grote onderneming werd, bleef er wel de wendbare KMO-spirit. Roger had geen nood aan een zwaar management. Hij controleerde, van de top tot de werkvloer. Roger wil – moet – de baas zijn. Vandaar ook zijn aversie voor overheidsbemoeienis. Dat botst met zijn Sturm und Drang-stijl.’’ Dat de concurrentie De Clerck niet echt een warm hard toedraagt, verbaast Fa Quix niet. ,,Zaken doen is een beetje oorlog voeren. Roger De Clerck heeft de hele sector overhoop gegooid, zonder oog voor diplomatie. Als hij een concurrent pijn kon doen, zou hij niet aarzelen. En hij heeft er veel pijn gedaan.’’

Tegelijk heeft hij de West-Vlaamse concurrenten ook meegezogen. ,,Van alle Europese tapijten wordt nu de helft in België gemaakt. In de jaren zestig was dat amper vijftien procent. Dat is grotendeels de verdienste van Roger De Clerck.’’

,,Slachtoffer van jaloezie en roddels’’

Na de opdeling van de groep in 1989 (zie Voor elk kind een mini-Beaulieu) blijft Beaulieu op slechte voet staan met het gerecht en de fiscus. In 1989 gaat het een eerste keer mis in Groot-Brittannië. Jan De Clerck, zijn broer Dominiek en vijf kaderleden vliegen in Londen een week in de cel. De Britse douane beschuldigde hen ervan hun tapijten in Groot-Brittannië grotendeels ‘in het zwart’ te verkopen. Het zwarte geld zou door koeriers naar België gesmokkeld worden, verstopt tussen de bagage en in kleren.

Na twee jaar sloot de Beaulieugroep een minnelijke schikking met de Britse douane. Er werd zo’n 6,2 miljoen euro betaald, maar zonder schuld te bekennen. Het bedrijf betaalde alleen ,,om een proces en tegelijkertijd veel kosten, reizen en tijdverlies te vermijden’’.

In het al vijftien jaar oude Belgische onderzoek onder leiding van onderzoeksrechter Bruno Bulthé zijn de De Clercks even ,,onschuldig’’ en ,,het slachtoffer van jaloezie en roddels’’. Er wordt ook ,,constructief meegewerkt met het onderzoek.’’ Dit alles nog altijd volgens de biografie.

In gerechtelijke kringen wordt daar wel even anders over gedacht. ,,Op alle mogelijke manieren hebben ze ons tegengewerkt’’, klinkt het daar. Er circuleren al jaren verhalen over pogingen om onderzoeksrechter Bulthé tot mildheid te stemmen of om de onderzoekers te compromitteren. Zonder succes. De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat de Beaulieu-groep jarenlang valse commissielonen heeft uitbetaald aan de Libanese familie Khatchadourian. Eerst via vader Aram, en nadien via diens drie zonen Harout, Nar en Shahe. Die traden officieel op als tussenpersonen voor de verkoop in onder meer het Midden-Oosten en Rusland. Zo presenteerden ze zich ook op allerlei textielbeurzen. Maar de onderzoekers vermoeden dat ze gewoon stromannen waren. Hun commissielonen op de verkochte producten zouden bedoeld zijn om de winst van de Beaulieu-vestigingen af te romen en zouden in de vorm van leningen, investeringen of gewoon in het zwart teruggestroomd zijn naar de familie De Clerck.

Iedereen ontkende. Het onderzoek leek geleidelijk aan ook vast te lopen in die ontkenningen. Tot de onderzoekers plots de zwakste schakel van de ketting ontdekten: Jan De Clerck.

Commissielonen voor fictieve medewerkers

De oudste zoon van Roger was op eigen houtje beginnen experimenteren met zwart geld en valse commissielonen. Hij deed dat via zijn vriend Ronny Verhoeven, bankier bij de Generale Bank in Sint-Niklaas en al sinds midden de jaren tachtig een vertrouwensman van de De Clercks. De man, een geboren entertainer, zal later tijdens zijn bekentenissen smakelijke anekdotes vertellen over hoe hij ’s avonds met zijn auto naar de villa van Roger De Clerck werd geroepen om daar de zakken met zwart geld te laten inladen.

In een eerste fase werd de Libanese familie Khatchadourian nog eens uit de kast gehaald als de zogezegde titularissen van de verschillende zwarte rekeningen van Jan De Clerck. Later, na protest door de Khatchadourians, laat Jan De Clerck zijn trouwe bankier Verhoeven gewoon rekeningen openen op naam van niet-bestaande personen, Schenker en Nicolaidou. Miljoenen euro’s zouden via die rekeningen versluisd zijn. Zakgeld. Of beter ,,kletskes geld’’, zoals De Clerck het zelf noemde.

Toen het gerecht die rekeningen ontdekte, zat De Clerck in de val. Hij kon moeilijk volhouden dat hij echte commissielonen had uitbetaald aan niet-bestaande personen. Als die commissielonen aan Schenker en Nicolaidou vals waren, dan was het erg aannemelijk dat ook die aan de Khatchadourians nep waren. Als Jan De Clerck de Khatchadourians valse commissielonen uitbetaalde, werd het plots erg aannemelijk dat ook de commissielonen door de rest van de Beaulieu-groep niet helemaal koosjer waren.

Op hulp van de Khatchadourians moest De Clerck niet rekenen. Die hadden hem tijdens een geheime vergadering op de luchthaven van Zürich in 1996 al gezegd dat ze van hem een brief verwachtten waarin hij verklaarde dat zij niets met die rekeningen in Sint-Niklaas te maken hadden. Omdat De Clerck niet op hun vraag inging, dienden ze begin 1998 een klacht tegen hem in wegens schriftvervalsing. Ook een poging om Ronny Verhoeven te overtuigen de schuld op zich te nemen, faalde jammerlijk. De bankier bedankte zelfs voor het vriendelijke aanbod van de familie De Clerck om voor hem een peperdure advocaat in te schakelen en te betalen.

Verhoeven had geen zin in enkele jaren cel en begon na zijn arrestatie in september 1997 vlot te bekennen van wie de rekeningen waren en waarvoor ze gebruikt werden. Hij vertelde ook dat hij zo’n 880 miljoen frank voor De Clerck had beheerd.

Kort nadien vlogen ook Jan De Clerck en zijn vrouw Martine achter de tralies. Veertig dagen zouden ze vastzitten. Dan mochten ze naar huis, in ruil voor een borgsom van 2,5 miljoen euro.

Het schaakspel tussen De Clerck, het gerecht en de Libanezen – die ermee dreigen Domo in de problemen te brengen – ging na de vrijlating gewoon door. Tot De Clerck in april 1998 nog maar één mogelijkheid zag om een complete schaakmat te ontlopen: de waarheid vertellen, de torenhoge prijs betalen en met een schone lei beginnen. Domo was gered, maar de breuk met de rest van de familie leek een feit. Hoewel de familie zelf ook dat nog altijd ontkent.

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees