HRW wil onderzoek naar orgaanhandel Serviërs

BRUSSEL - De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zegt over nieuwe bewijzen te beschikken dat Kosovaarse separatisten in 1999 Servische burgers ontvoerden, doodden en hun organen verkochten. De organisatie wil dat dat de zaak ernstig onderzocht wordt.
Carla Del Ponte, voormalig VN-aanklager bij het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) in Den Haag, had als eerste melding gemaakt van de 'orgaanhandel' in haar boek 'La caccia - io e i criminali di guerra' (De jacht, ik en de oorlogsmisdadigers).

Dat Del Ponte deze voor de Kosovaarse zaak onaangename en inopportune beschuldigingen ophoestte, werd haar niet in dank afgenomen. Zo werd haar onder meer verweten oude koeien uit de sloot te halen en zich te baseren op 'onverifieerbare aantijgingen' (van, dixit Del Ponte, 'geloofwaardige journalisten').

De Zwitserse regering -Del Ponte is een Zwitserse- verbood de voormalige procureur van het ICTY, die momenteel ambassadrice vcan haar land in Argentinië is, haar boek te promoten. Del Ponte maakte het zichzelf extra moeilijk door ook de huidige premier van Kosovo, Hashim Thaci, als ex-guerrillero van het UCK met de orgaanhandel in verband te brengen.

Volgens de gegevens van Del Ponte werden de -100 tot 300- Serviërs naar een woning in het noorden van Albanië gebracht, waar zij werden afgeslacht.

De Albanese premier, Sali Berisha, wuifde maandag de 'bewijslast' van HRW weg en had het over 'een verhaaltje uit een roman van Agatha Christie'. Volgens Berisha is grondig onderzoek niet nodig.

'Er is reeds onderzoek gevoerd door zowel nationale (Albanese, nvdr) als internationale rechercheurs, en die hebben niets gevonden'. Ook het Kosovaarse parlement overweegt een tegenaanval: de volksafvaardiging overweegt Del Ponte te vervolgen wegens 'aantasting van het imago van Kosovo'.

Human Rights Watch stelt, daarentegen, dat het inzage heeft gehad in een rapport uit 2002/2003 van VN-onderzoekers, waarin wel degelijk sprake is van een indirecte bewijslast.

Voorts beschikt de ngo over getuigenissen van zeven Albanees-Kosovaarse guerrillero's die 'details hebben gegeven over hun deelname aan of ooggetuigenis van de overdracht van ontvoerde Serviërs en andere gevangenen'.

Behalve Serviërs viseerde het UCK bij zijn 'bevrijdingsstrijd' eind van de jaren '90 ook andere minderheden en uiteindelijk ook onvoldoende patriottisch geachte volksgenoten.
Corrigeer

NIET TE MISSEN

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees