Overheid pompt (te) veel geld in openbaar vervoer

BRUSSEL - Voor elke euro die de overheid investeert in wegeninfrastructuur, gaan er vier naar subsidies in het openbaar vervoer. Dat blijkt uit een studie van dr. Evy Crals (UHasselt) en prof. Herman Matthijs (VUB) in opdracht van automobilistenorganisaties Touring en Febiac. Touring en Febiac vragen een andere verdeling van de overheidsmiddelen.
De onderzoekers verzamelden cijfergegevens omtrent de geldstromen die circuleren rond het openbaar en privaat personenvervoer in ons land en kwamen tot de vaststelling dat de openbare vervoersmaatschappijen in 2005 ruim 4 miljard euro overheidssteun kregen. Zo ging er 500 miljoen euro naar de Brusselse MIVB, 750 miljoen euro naar de Vlaamse Vervoersmaatschappij (De Lijn) en 2,7 miljard euro naar de Spoorwegen. Voor de Waalse TEC zijn er geen cijfers.

Die 4 miljard voor openbaar vervoer staat ,,in schril contrast'' met de 1,3 miljard euro die vorig jaar ging naar het onderhoud en investeringen in wegen. Touring en Febiac stellen die financiële verhouding in vraag - onder meer omdat maar 1 op de 10 verplaatsingen met het openbaar vervoer gebeurt - en vragen een ,,efficiëntere verdeling van de middelen''.

Zij wijzen erop dat de auto niet alleen het belangrijkste ,,en meest flexibele'' vervoermiddel blijft, maar dat de auto in 2005 ook ruim 12 miljard euro opbracht aan belastingen. De auto blijft een ,,budgettaire melkkoe'', stelt professor Matthijs. ,,De vraag rijst dan ook of de geldstromen naar beide vervoersectoren (openbaar en privé) wel in een redelijke verhouding staan tot de verkeersstromen die ze te verwerken krijgen'', aldus Luc Bontemps, afgevaardigd bestuurder van Febiac.

Bovendien zijn de middelen voor het openbaar vervoer de laatste jaren ,,enorm toegenomen zonder dat er enig perspectief is op een gezonde financiële toestand van die vervoersmaatschappijen''. Volgens de onderzoekers zijn de vervoersmaatschappijen volledig gepolitiseerd, hebben ze weinig autonomie, zijn hun cijfergegevens vaak ondoorzichtig en is er te weinig controle op de financiering van de maatschappijen.

Touring en Febiac pleiten daarom voor de oprichting van onafhankelijke controleorganen die enerzijds gelast zijn met de opmaak van betrouwbare vervoergegevens en transparante statistieken en die anderzijds moeten kunnen beoordelen of de besteding van de overheidsmiddelen doeltreffend en efficiënt gebeurt.

,,Voor alle duidelijkheid: Wij zijn niet tegen het openbaar vervoer. Dat is broodnodig om bijvoorbeeld de knelpunten aan te pakken, maar het vormt geen volwaardig alternatief voor het private autoverkeer'', aldus Moniek Denhaen van Touring. Bovendien is het ook ,,utopisch'' te denken dat het openbaar vervoer de toekomstige vervoersgroei zal kunnen opvangen.

Naast extra investeringenen in weginfrastructuur formuleren Touring en Febiac op basis van de studie nog een aantal aanbevelingen. Zo moeten het openbaar vervoer en het privaat personenvervoer beter op elkaar worden afgestemd. Dat kan bijvoorbeeld door extra gratis parkings te voorzien aan stations. Ook de flexibilisering van de arbeid kan een bijdrage leveren. ,,Zo kan de filekost verminderd worden door bv. thuiswerken, uiteenhalen van arbeidstijd en productietijd, decentralisatie van openbare administraties en flexibilisering van arbeidstijden'', klinkt het. Een andere studie van de VUB die woensdag aan het licht kwam, stelt de rol van thuiswerken in het bestrijden van de files echter in vraag.
Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees