LETTERLIJK. Toespraak ter gelegenheid van Nationale Feestdag

De jongste maanden werd België opgeschrikt door meerdere tragische daden van geweld die alle bewoners van ons land fel hebben geroerd en geschokt. De Koningin en ikzelf staan erop de zwaar getroffen families nogmaals onze warme sympathie te betuigen.
De autoriteiten die met die pijnlijke feiten werden geconfronteerd hebben ieder binnen de eigen verantwoordelijkheid, snel en adequaat gereageerd om de veiligheid te doen toenemen en gerechtigheid te laten gelden.

Deze afschuwelijke gebeurtenissen stellen aan ieder van ons diepgaande vragen over onze samenleving. Ik meen dat het onontbeerlijk is dat we de basiswaarden van het gezin, van de zorgzame solidariteit, van het respect voor de andere en van de verdraagzaamheid terug op de voorgrond plaatsen. Het zijn trouwens die waarden die duidelijk werden uitgedragen bij elke mars tegen geweld.

De waardige manier waarop de getroffen families met hun harde beproeving omgaan maakte indruk en deed respect en bewondering ontstaan.

Op onze Nationale Feestdag zou ik U willen spreken over een opdracht die van essentieel belang is voor onze Europese samenleving. Het gaat over het scheppen van duurzame banen dankzij innovatie.

De wetenschappelijke vooruitgang, onder meer in de informatie- en communicatietechnologie, maar ook op het vlak van de energie en de biotechnologie, versnelt buitengewoon. Die vooruitgang is een bron van innovatie voor de economische activiteit, ook in de zogenaamde traditionele sectoren.

Europa moet ten volle inspelen op die revolutie, want zij is bepalend voor de werkgelegenheid van morgen. Met dat doel voor ogen heeft de Europese Unie, in het jaar 2000, de strategie van Lissabon ontworpen. Die strategie beoogt van ons continent, in 2010, de meest gevorderde kenniseconomie van de wereld te maken. In dat verband zou ik, wat België betreft, drie implicaties willen onderstrepen. Vooreerst het onderzoek, daarna de opleiding van wetenschappers, en tot slot de talenkennis.

Vandaag, vormt het onderzoek, samen met innovatie, de basis voor de ontwikkeling van de ondernemingen en van de tewerkstelling van morgen. De Europese Unie heeft haar leden ten doel gesteld 3 procent van hun bruto binnenlands product aan te wenden voor onderzoek en innovatie. Met ongeveer 2 procent heeft ons land nog heel wat inspanningen te leveren. Niettemin hebben de Gewesten, de Gemeenschappen, de Federale regering en de privé sector reeds belangrijke initiatieven genomen.

Op Federaal vlak, bijvoorbeeld, zijn er fiscale maatregelen getroffen ten bate van de vorsers, en wordt een actieplan toegepast om de federale wetenschappelijke instellingen te versterken. Van hun kant hebben de Gewesten en de Gemeenschappen de budgettaire middelen bestemd voor onderzoek en innovatie verhoogd en prioriteiten vastgelegd.

De jongste maanden heb ik meerdere centra bezocht waar toponderzoek op internationaal niveau wordt gevoerd. Ik denk onder meer aan het Interuniversitair micro-elektronica centrum IMEC te Leuven, en aan het centrum voor nanotechnologie van de KUL. Ik denk ook aan de Biopole van de ULB te Charleroi, aan het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol, en aan het Instituut voor Cellulaire Pathologie Christian de Duve op de UCL. Onderzoek op hoog niveau verdient in toenemende mate ondersteuning.

Ons tweede aandachtspunt betreft de vorming van wetenschappers. Ter gelegenheid van mijn talrijke contacten met vorsers, met verantwoordelijken van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en van het Francqui Fonds, hebben zij mijn aandacht gevestigd op een belangrijke evolutie. Het gaat om de stagnatie en in sommige gevallen om de zorgwekkende vermindering van het aantal studenten die een wetenschappelijke carrière of die van ingenieur ambiëren, hoewel de vraag naar deze gediplomeerden steeds groter wordt.

Ik wens dan ook alle jongeren, die daarvoor aanleg hebben, aan te moedigen om wetenschappelijke studies aan te vangen. Ik meen trouwens dat men jongeren nog meer attent moet maken op de boeiende mogelijkheden die hun op dat vlak worden geboden, en hoe ze op die wijze actief kunnen bijdragen tot nut van de hele samenleving.

In die zin werden er reeds gelukkige initiatieven genomen. Zo verheug ik me erover dat de Descartes-prijs van de Europese Commissie werd toegekend aan het programma ,,Over leven'', van de VRT-Canvas. Die prijs stelt zich ten doel de wetenschap te populariseren. Hij zet wetenschapsmensen ertoe aan op efficiënte wijze met het grote publiek te communiceren, en stimuleert de jongeren om een wetenschappelijke carrière na te streven.

Ook in diezelfde geest wordt deze zomer in het Paleis van Brussel een tentoonstelling gehouden, die ik gisteren heb geopend. Ze werd georganiseerd door de Federale wetenschappelijke instellingen en door Technopolis om een breder publiek met de wetenschappen vertrouwd te maken. Met datzelfde doel voor ogen heeft de Stichting Koningin Paola een prijs gecreëerd voor de onderwijskrachten die ook op dat vlak een dynamisch en aantrekkelijk onderricht uitbouwen.

Tot slot, nog enkele woorden over de talenkennis. Deze keer wens ik te benadrukken hoezeer talenkennis onmisbaar is om efficiënt deel te nemen aan de wetenschappelijke en technologische evolutie en om een duurzame baan te bekomen. Het heeft me getroffen dat voor veel vacatures geen passende kandidaten opdagen bij gebrek aan talenkennis. We leven in een wereld die almaar globaliseert, wat vanzelfsprekend een degelijke talenkennis vereist.

Op vroege leeftijd andere talen aanleren werd soms afgeremd uit vrees de moedertaal te schaden. Tijdens mijn bezoek aan de VUB had ik dan ook bijzonder veel belangstelling voor de resultaten van een interdisciplinair onderzoek, uitgevoerd door linguïsten en neurologen van de VUB en de ULB. Het heeft aangetoond dat tweetalige kinderen minder hersenactiviteit nodig hebben om dezelfde taak uit te voeren dan eentalige kinderen. Dat onderzoek wordt voortgezet, en bezorgt een wetenschappelijke basis aan hen die voor meertaligheid pleiten.

Een interessante manier om talen aan te leren is het zogeheten onderdompelingsonderwijs dat in de meeste Europese landen in mindere of hogere mate wordt toegepast.

Ziedaar, Dames en Heren, enkele overwegingen die ik met U wou delen om de economische en sociale uitdagingen van morgen beter te kunnen aangaan.

Het is vandaag 175 jaar geleden dat mijn voorouder, Leopold I, de grondwettelijke eed aflegde. Op deze verjaardag wensen de Koningin en ikzelf, en gans onze familie, U allen een gelukkige Nationale Feestdag.
Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees