Velaers: Vlaanderen kan minderhedenverdrag niet blijven negeren

BRUSSEL - Kan Vlaanderen zich blijven onttrekken aan het gedachtegoed van de mensenrechtelijke bescherming van de minderheden dat internationaal almaar meer aanhang verwerft?

Kan Vlaanderen zich blijven onttrekken aan de mensenrechtelijke bescherming van minderheden op zijn grondgebied, en zo niet, hoe moet het dan verder met de bescherming van de homogeniteit van zijn taalgebied? Dat was de vraag die professor Jan Velaers (Universiteit Antwerpen) stelde op het colloquium ‘Taaleisen, juridisch getoetst’ in de KU Leuven.

Hij verwees daarmee naar de discussie over het internationaal Kaderverdrag over de bescherming van de minderheden. Dat is gericht op een ‘positieve erkenning’ van etnische, taalkundige, religieuze en culturele minderheden op het grondgebied van staten en ook van deelstaten.

België heeft dat Verdrag na veel communautaire heisa, ondertekend, ten tijde van de regering-Verhofstadt, in ruil voor de steun van de toenmalige Franstalige oppositiepartij CDH voor de communautaire Lambermontakkoorden.

Het verdrag werd wel ondertekend, maar niet geratificeerd. België zou eerst een definitie van minderheid opstellen. En het is daarin nog niet geslaagd. Van Vlaamse zijde wil men daar niet van weten. De ondertekening van het Verdrag wordt geëist door de Franstalige partijen die daarmee extra faciliteiten willen afdwingen voor de Franstaligen die in Vlaanderen komen wonen en zich niet willen aanpassen aan (de taal van) de streek.

De ondertekening zou, volgens de toenmalige regeringsbeslissing, ook geen afbreuk mogen doen aan de grondwettelijke bepalingen en aan de taalwetgeving, ofschoon die laatste er ten dele haaks op staat.

Velaers relativeerde de kracht van het verdrag. Het schept geen rechtstreekse verplichtingen, maar stuwt in de richting van de aanvaarding van bepaalde rechten. Maar het verdrag bepaalt niet wie een minderheid is. Dat de Duitstaligen in België een minderheid zijn, staat buiten kijf. De Franstaligen in België zijn zeker geen minderheid aangezien ze compenserende politieke rechten hebben gekregen. Dat zou ook kunnen gezegd worden van deNederlandstaligen in Brussel, hoewel. De Franstaligen in Vlaanderen en de Vlamingen in Wallonië zouden eventueel kunnen worden beschouwd als minderheden. Een van de vragen daarbij is hoelang ze er al wonen.

Ze kunnen dan eventueel recht krijgen op de ontplooiing van culturele organisaties, lokale radio’s, onderwijs in eigen taal. Maar doorgaans onder veel voorwaarden.

In de praktijk zou het er kunnen op neerkomen dat de faciliteitenrechten omgezet worden in minderhedenrechten. Professor Velaers stelde ook voor de deelstaten verantwoordelijk te maken voor de eventuele uitbreiding ervan.

De Franstalige partijen zullen hoe dan ook de taalgrens moeten aanvaarden, zei Velaers. Hij suggereerde een pact waarin de Franstalige partijen de taalgrens en de volledige bevoegdheid van de Vlaamse overheid over haar taalgebied aanvaarden en beloven geen uitbreiding van het tweetalig gebied rond Brussel meer te eisen.

Christian Van Eyken van de Union des Francophones (UF), de enige Franstalige gekozene in het Vlaams Parlement, repliceerde daarop voorzichtig dat hij persoonlijk bereid was wel in die richting te denken. Of andere Franstalige partijen daarin mee willen gaan, wist hij niet. Dat was voor Eric Van Rompuy (CD&V) en Fons Borginon (Open VLD) voldoende om zeer sceptisch te zijn over dit aanbod.

Velaers: ‘Ofwel ratificeert men het verdrag en dan mag men verwachten dat de Franstalige partijen ophouden te streven naar een wijziging van de taalgrens, ofwel blijft Vlaanderen vasthouden aan de homogeniteit van zijn grondgebied en dan mag het verwachten dat de internationale druk daarop zal toenemen en dat de interne druk op de taalgrens zal blijven bestaan’.

Hij zei dat een wederzijdse wijziging van de standpunten de basis zou kunnen zijn voor een nieuw compromis onder de Belgen.

Voor het kaderverdrag werkelijkheid wordt, moeten nog een hele reeks andere knelpunten uitgeklaard worden. Onder meer : wie waakt over de naleving daarvan? En: kan dat niet leiden tot conflicten met het grondwettelijk hof? Neen, als we het grondwettelijk hof daarover laten waken, liet Velaers verstaan.

De studiedag leerde verder dat de taaleisen die Vlaanderen stelt doorgaans wel in overeenstemming zijn met de Belgische regels maar soms wel in een spanningsveld zitten met antidiscriminatieregels en met het groeiend internationaal recht, zoals ook het aspect minderhedenbescherming aantoont.

De documenten van de studiedag verschenen als boek:

André Alen en Stefan Sottiaux: Taaleisen juridisch getoetst, Kluwer, 190blz.

www.law.kuleuven.be/icr

 

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees