Vrijspraak voor ouders die weigeren zoon tegen polio te vaccineren

De correctionele rechtbank van Doornik heeft woensdag een man en een vrouw vrijgesproken die weigerden hun zoon tegen polio in te enten. Het paar vond dat het onvoldoende informatie kreeg over de samenstelling van het vaccin en vreesde dat het bijwerkingen zou hebben.

‘We zijn niet voor of tegen vaccinatie. Ons kind had allergieën die tot twee keer toe rechtvaardigden dat het niet zou worden ingeënt. We hebben de certificaten van de tegenindicaties die daarvan getuigen’, legde de moeder uit. Ze vroeg informatie over de samenstelling van het vaccin, maar kreeg nooit antwoord op haar vragen.

De advocaat van het paar verwees naar de wet van 22 augustus 2002 over de patiëntenrechten. De patiënt moet geïnformeerd worden om zijn toestemming te kunnen geven voor een vaccinatie, aldus meester Vanlangendonck. ‘Vaccinatie is een medische daad. Ze kan niet opgelegd worden’, pleitte de advocaat. De wet van 1996 die de inenting verplicht, deed hij als ‘verouderd’ af. Slechts twee landen leggen het vaccin tegen polio op: Frankrijk en België.

De federale overheidsdienst Gezondheid was met de zaak naar het gerecht gestapt. Volgens het openbaar ministerie moet de wet van 1996 nageleefd worden. De rechtbank vond dat een prejudiciële vraag gesteld moest worden aan het Europees Hof van Justitie.
 

Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees