Vakantie

Met koe en co in het stro

Met koe en co in het stro

Foto: vzw Plattelandstoerisme

Zaterdagochtend, kwart over zes. Mikael (9) staat aan ons bed. “Mama, papa, opstaan, we zijn te laat. De boer gaat vertrekken.”

[Dit artikel valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie]

Quote: “Wie een fobie heeft voor koeien, blijft hier beter weg.”
Quote: “De benedenverdieping is volledig aangepast aan mensen met een beperking.”
Quote: “Mikael neemt spontaan een bezem en begint achter de tractor te vegen.”

Als een echo hoor ik Mattias (6) in de andere kamer: “We gaan te laat zijn.”. Ik krijg niet de kans om echt wakker te worden. Ik lig niet in mijn eigen bed, maar in een knusse slaapkamer op de Alfonsinehoeve. Dan herinner ik me pas dat we hier voor een weekend weg zijn, op bezoek bij de boer. Ik kleed me snel aan en zie, als ik beneden kom, mijn kinderen met boer Jean, boerin Hilda en hun zonen Bart en Thijs naar de stallen lopen. Ik ken mijn pappenheimers. Ik kan nog zeker een uur gaan slapen.

De Alfonsinehoeve

We waren vrijdagavond toegekomen. In totaal zes volwassenen en vier kinderen. Hilda stond ons al op te wachten en begon meteen aan een rondleiding door de Alfonsinehoeve. Alfonsine, dat was de stammoeder. Ze had vijf kinderen toen ze haar man verloor. Op weg met paard en kar werd hij aangereden door een van de eerste auto’s hier in de streek. Het was hard labeur, maar ze zorgde voor haar kroost en bestierde ondertussen ook nog eens de boerderij. Een typische vierkantshoeve, zoals er hier in Horpmaal, een deelgemeente van het Limburgse Heers nog een tiental staan. De boerderij dateert uit het begin van de vorige eeuw. Het is een imposant gebouw, waarvan met het oog op het plattelandstoerisme de schuur en stallingen in 2008 grondig werden gerenoveerd. Wie een fobie heeft voor koeien, blijft hier beter weg. Het is duidelijk door heel het huis dat de koe hier een centrale plek heeft gekregen. Er zijn beelden van koeien, schilderijen, muurschilderingen. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen zijn de zetels in alle appartementen zwart en wit gevlekt. De poefen zijn uit kalfsleer gemaakt.

Toerisme op een actieve boerderij

“De renovatie hebben we specifiek gedaan omdat we echt wilden investeren in plattelandstoerisme”, zegt Hilda. “We hebben 50 melkkoeien en dan nog eens een vijftigtal vaarzen en kalveren. Daarnaast nog eens tweehonderd varkens. Maar de melkprijzen zijn laag en ook met de varkens valt er nauwelijks nog wat te verdienen. Onze kinderen zijn gelukkig oud genoeg om mee te helpen, want er is hier veel werk.” Niet alleen in het werk van de boer, maar ook in de opvang van de toeristen kruipt veel tijd. Er zijn drie grote appartementen en een gemeenschappelijke ruimte. “De architect had voorgesteld om vijf appartementen te maken. Maar dat wil zeggen dat er in een weekend telkens een twintigtal gasten zouden rondlopen. Dat zou niet comfortabel geweest zijn. Niet voor ons en niet voor hen.” Dus werden het drie luxueuze appartementen, met elk een eigen salon, een flatscreen TV, een eigen keuken, een eethoek, een badkamer, twee slaapkamers en een ruim terras. Ook de gemeenschappelijke ruimte is erg groot. Ook daar is een keuken, twee eettafels en ook hier weer een grote flatscreen. De benedenverdieping is volledig aangepast aan mensen met een beperking. Er is dus geen enkel obstakel voor iemand in een rolstoel.

Stadsmussen tussen de beesten

Aan de overkant van de straat zijn de stallen van de koeien en de varkens. Maar er staan ook tractors en kleine bulldozers. “Mogen wij daar eens in meerijden, boer Jean?”, vraagt mijn jongste zoon. En dat mag, maar eerst moeten de koeien en varkens gevoederd worden. Ook daar kijken de kinderen met grote ogen naar. Neefje Victor (2) en nichtje Laure (6) zijn er bij komen staan. Ze worden allemaal overweldigd door de geur van de boerenbuiten, door de hoge stallen met het hooi voor in de winter. En door de gocarts die in een hoek geparkeerd staan. Als de dieren gevoederd worden, neemt Mikael spontaan een bezem en begint achter de tractor te vegen. De andere kinderen volgen zijn voorbeeld. Daar moet ik thuis niet mee afkomen. Jean en Hilda zijn lieve, gastvrije mensen. Door de drukte van onze kinderen worden ze gecharmeerd. Maar intussen werken ze wel verder, want de dieren kunnen niet wachten. Het melken zit er voor vandaag al op, maar morgenvroeg beginnen ze er al om zes uur aan. Dat heeft Mikael goed in zijn oren geknoopt en vandaar dat hij bij het krieken van de dag de daaropvolgende ochtend aan ons bed staat te roepen. Ongerust dat hij een deel van de pret zou moeten missen. “Dat melken, hè papa, dat is een koud kunstje”, vertelt hij me later. “De tsjoepkes van de uier ontsmetten met een doekje, zo’n ding, zo’n zuiger erop die vasthangt aan een machine en dan wordt die koe gemolken. Zuiger er weer af, weer ontsmetten en de volgende koeien mogen al binnen. En nu ga ik met de gocart rijden.” En weg zijn ze, op zoek naar de gocarts en de fietsen. Die ze even snel weer laten links liggen als ze zien dat boerenzonen Bart en Stijn naar de varkensstal trekken. “Hoe worden die dan gemolken?”, vraagt Mattias. Vol geduld legt Jean uit dat die eigenlijk dienen om vet te mesten en op te eten. Onze kinderen zijn dan wel stadsmussen, ze weten dat de hesp op hun boterham en de biefstuk op hun bord niet aan de bomen groeien. Toch maakt de confrontatie met hun toekomstige voedsel hen wat stiller. Tot ze een tractor horen aanslaan. Fier als een gieter rijden ze om beurten mee. “Net echt”, denk ik. Maar neen, het is echt. Ik sta erop te kijken en ik geniet mee. Hier, midden in de ‘pit’ van Haspengouw komt een schrale zon af en toe door een laag, grijs wolkendek. Het is fris, maar dat deert voor een keer niet. Ik kijk uit over de zachtglooiende heuvels van dat Haspengouw. Achter de boerderij zie ik nog een holle weg. Dat is dan weer iets uit mijn jeugd. Toen we struikrover speelden. En toen we ook af en toe op een boerderij mochten gaan spelen. Mijn kinderen zijn verzot op televisie en op hun Nintendo. Alleen, dat weekend is er nauwelijks om gevraagd. Wat er buiten gebeurde was veel echter, authentieker, spannender. En gezonder, denk ik, als ik zie hoe ze de reusachtige ontbijtmand aanvallen. Verse broodjes, kaas, hesp. Pas na veel protest hebben ze hun geleende kiel en hun laarzen uitgetrokken. “Allemaal tijdverlies, want straks moeten we toch weer gaan werken”, mompelt Laure.

Corrigeer

POPULAIRE VIDEO'S