Eternit overweegt beroep in asbestproces

Eternit overweegt beroep in asbestproces

De broer van slachtoffer Françoise Jonckheere houdt een foto van zijn overleden zus vast aan het justitiepaleis. Foto: belga

KAPELLE-OP-DEN-BOS - NV Eternit gaat mogelijk in hoger beroep tegen het vonnis van de Brusselse rechtbank in het asbestproces. Het bedrijf moet van de rechter 250.000 euro betalen aan de familie van de in 2000 overleden Françoise Jonckheere.

'Uit respect voor de rechtbank en de slachtoffers wenst Eternit het vonnis eerst te bestuderen alvorens een standpunt in te nemen', deelt de cementplatenfabrikant Eternit in een persbericht mee. 'Niettemin bestaat er een reële kans dat Eternit beroep aantekent tegen het vonnis van de rechtbank.'

Eternit merkt wel al op dat de schadevergoeding die de rechtbank heeft toegekend aanzienlijk hoger is dan wat normaal door de Belgische rechtbanken wordt toegekend, én dan de schadevergoedingen die het Asbestfonds aan asbestslachtoffers toekent.

'Bijgevolg ondermijnt deze beslissing de regeling die door het Asbestfonds werd uitgewerkt (...)', gaat het persbericht voort. 'Het biedt ook geen oplossing voor de overgrote meerderheid van asbestslachtoffers die niets met Eternit of de asbestindustrie te maken hebben.'

Het bedrijf betreurt dat er mensen zijn ziek geworden, maar blijft erbij dat het geen fouten heeft gemaakt.

De zaak-Jonckheere

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg heeft de nv Eternit maandagvoormiddag veroordeeld tot een schadevergoeding van 250.000 euro. Die moet het bedrijf betalen aan de familie van de in 2000 overleden Françoise Jonckheere. De vrouw uit Kapelle-op-den-Bos overleed net als haar echtgenoot aan longvlieskanker, veroorzaakt door asbest.

De echtgenoot van Françoise Jockheere werkte zijn gehele leven voor Eternit in Kapelle-op-den-Bos, waar het gezin ook woonde, en overleed in 1987 aan longvlieskanker. Toen Françoise in 2000 dezelfde ziekte kreeg, besloot ze Eternit te dagvaarden. Enkele maanden later overleed ze maar haar vijf zonen zetten het geding verder. Intussen zijn twee van hen ook bezweken aan dezelfde vorm van kanker, in 2003 en 2009.

De verdediging van Eternit betwistte nooit dat de ziekte van Françoise Jonckheere veroorzaakt was door haar blootstelling aan asbest maar voerde aan dat het bedrijf geen enkele fout te verwijten viel. Volgens Eternit waren de gevaren van asbest immers lang niet zo duidelijk.

Die argumentatie is nu door de rechtbank volledig van tafel geveegd. Naar het oordeel van de rechter was minstens sinds 1967 genoegzaam bekend dat asbest onder meer longvlieskanker kon veroorzaken. Ook Eternit wist dat of moest dat weten maar legde dat gevaar naast zich neer, aldus de rechter.

Meer zelfs, het probeerde de gevaren toe te dekken, zo staat in het vonnis te lezen: 'Het is voldoende bewezen dat Eternit een eigen aandeel heeft gehad in de foutieve wijze waarop gepoogd werd om het gevaar van asbest te minimaliseren en te verdoezelen en om de wetgevende initiatieven ter bescherming van de volksgezondheid te bestrijden.'

Eternit had daarnaast ook gepleit dat de vordering van Françoise Jonckheere verjaard was omdat de vrouw al in 1952 in Kapelle-op-den-Bos kwam wonen en ze vanaf dat moment werd blootgesteld aan asbest. Ook daarin heeft Eternit ongelijk gekregen. Volgens de rechter begon de verjaring pas te lopen vanaf het moment dat de blootstelling een einde nam, namelijk toen Françoise Jonckheere in 1991 naar Namen verhuisde.

Bovendien werd de verjaring ook nog eens geschorst tot op het moment dat vaststond dat ze longvlieskanker had ontwikkeld, in 2000. De rechtbank kende de familie Jonckheere een schadevergoeding van 250.000 euro toe en hield daarbij rekening met het feit dat grondrechten zoals het recht op leven en het recht op familiaal leven geschonden waren en met 'het ongelooflijk cynisme waarmee, uit winstbejag, wetenschappelijke kennis werd opzijgeschoven', zoals het vonnis luidt.

Eternit heeft nu een maand om tegen het vonnis in beroep te gaan.

Asbestfonds

De familie van Françoise Jonckheere noemt de uitslag in dit proces een uitgelezen kans om de regeling rond het Asbestfonds aan te passen. Asbestslachtoffers die een beroep willen doen op het fonds, moeten immers afzien van gerechtelijke stappen, en dat vindt de familie Jonckheere niet kunnen. Ook de advocaat van de familie Jonckheere, meester Jan Fermon, schaart zich achter die eis: 'een onafhankelijke rechter heeft hier een duidelijk oordeel geveld over de wijze waarop een industrie uit winstbejag duizenden levens heeft vernietigd. Ik hoop dat dit het begin is van een periode waarin de vervuiler echt betaalt en niet langer de kosten voor de ramp die hij veroorzaakt op de gemeenschap afwentelt.'

België kende voorlopig nog maar weinig asbestprocessen. De voornaamste reden daarvoor is de lange incubatietijd van asbest, die langer dan 40 jaar kan zijn. Die periode leidt vaak tot verjaring, waardoor een proces opstarten onmogelijk is. Nu de familie Jonckheere een overwinning behaalde in het proces tegen Eternit NV, is het mogelijk dat vele andere slachtoffers van asbest ook naar de rechtbank zullen trekken. 

Corrigeer

MEER NIEUWS