Portret van de renner die op zijn 30ste zijn levensdoel heeft bereikt

Philippe Gilbert, de jager die een regenboog wou vangen

Philippe Gilbert, de jager die een regenboog  wou vangen

Hét WK-moment van 2012: Gilbert pakt op de Cauberg uit met zijn splijtende demarrage. Foto: Reuters

‘Het is een droom die werkelijkheid wordt', hoor je te zeggen als je voor het eerst de regenboogtrui aantrekt. In het geval van Philippe Gilbert is het ook echt waar. Zijn hele carrière, zijn hele leven zelfs, staat in het teken van één doel: de beste renner ter wereld zijn.

Eigenlijk lag het leven van Philippe Gilbert al vast voor hij geboren werd. Vóór hij zelfs nog maar in de buik van zijn moeder begon te trappen met de beentjes. We spoelen terug naar 1980, het jaar van de Apocalyps in La Doyenne. De dag van de sneeuw, de vrieskou, de monstersolo van Bernard Hinault. De dag waarop er amper vijftien renners Luik haalden, en de rest stierf op het slagveld van Bastogne. Zoals Kim Andersen, die stijf bevroren aan de kant van de weg zat. Onbeweeglijk. Bijna dood, klinkt het in het verhaal. Maar Andersen had het geluk dat er net dan twee fervente supporters passeerden: Jeannot en Anita, uit Remouchamps. Door weer en wind op weg om renners te zien. ‘We zijn gestopt, pakten Andersen mee in de auto, gaven hem thuis een warm bad en wat eten, en reden daarna met hem naar het rennershotel in Luik', vertelt Jeannot. ‘Zo ging dat in die tijd.'

Jeannot en Anita waren zot van de koers. Eenvoudige mensen, allebei arbeiders in de wapenfabriek FN in Herstal. Met een gewoon huis aan de voet van La Redoute. Daar waar Luik-Bastenaken-Luik elke laatste zondag van april passeerde. ‘In de verte hoorden we het: Rodaniaaaa! Rodaniaaaa!' herinnert Philippe zich. ‘Zo kweek je liefde voor de koers. Als klein mannetje zag ik ze passeren bij ons thuis en spurtte dan met de fiets naar La Redoute. Later, toen ik een jaar of 14 was, probeerde ik die profs ook te volgen op verkenning. Ik herinner me nog hoe ik omhoog reed in het spoor van Laurent Jalabert. Zúlke benen; dat maakte echt indruk op mij. En? Wil je later ook renner worden?, vroeg hij mij. Tuurlijk wilde ik dat.'

Als Gilbert verhalen vertelt over zijn jeugd, gaan ze altijd over koers. Niet over kampen bouwen, niet over de Teenage Mutant Ninja Turtles, niet over zijn studies aan de tuinbouwschool. Neen, koers. Niet onlogisch, als je ouders de fiets met de paplepel ingeven. Als je grootvader koerste, je oom, en ook je broers Christian en Jérôme. Phil voetbalde wel nog even, bij de miniemen van Royal Sougné-Remouchamps, rechtsvoor. Geen pottenstamper naar het schijnt. Maar voetbal was gewoon een spelletje voor Philippe. Coureur worden, dat was de levensdroom.

De Referentie

Correctie. De levensdroom was eigenlijk: ‘de allerbeste coureur ter wereld worden'. De idolen van puber Phil heetten Michele Bartoli en Paolo Bettini. Niet Frank Vandenbroucke, neen. Hoewel die Luik-Bastenaken-Luik won in 1999, toen Gilbert 16 was. Maar VDB was kwetsbaar. Een man van ups en downs. Terwijl Phil het meer had voor mannen die het hele seizoen domineerden. ‘Ik heb altijd opgekeken naar coureurs die het peloton overheersten. Die in bijna elke eendagskoers de te kloppen man waren. Bartoli, dat was de koning van de klassiekers destijds. De Referentie. Ik wou altijd zo'n coureur worden.'

Dat doel bereikte Gilbert al. Vorig jaar, in het ‘Wonderjaar' 2011. Even diep ademhalen: Gold Race, Waalse Pijl, Luik, Belgisch kampioen, rit en geel in Tour, Clasica San Sebastian, enzoverder. Als je dat allemaal op één seizoen kan, ben je de nieuwe Referentie. Michael Boogerd zei in een column zelfs het volgende: ‘Als renner stond ik af en toe te kijken hoe Bartoli en Bettini ons fietsles gaven. Maar de demonstraties van Gilbert lijken nog van een ander niveau. Hij degradeert niet alleen de concurrenten, hij zet ze ook voor paal. Dat is best bizar om zien.'

In se had Gilbert zijn levensdoel vorig jaar al bereikt. Hij was de beste coureur ter wereld. Misschien wel de beste coureur van het voorbije decennium. Gilbert – niet gespaard van enige eergierigheid – ging dat zelf checken. Hij stuurde een mailtje naar de website www.cqranking.com, die een officieuze wereldranglijst bijhoudt. Daarop prijkte hij anno 2011 eenzaam op kop met een monsterscore van 3180 CQ-punten. ‘Is het de hoogste score die ooit werd gehaald?' vroeg Gilbert zich af. Ja, was het antwoord. Sinds de oprichting van de website, in 2005, had nooit iemand zo prominent de wielersport gedomineerd.

Gilbert werd ook officieel gehuldigd voor zijn boerenjaar. Hij won de UCI World Tour en kreeg er een trofee voor. Maar als de Ardennees aan één ding de pest heeft, zijn het wel trofeeën. Die staan op de schouw, of in een vitrinekast. Waar enkel hij, Patricia en Alan ze kunnen zien. Heb je niets aan, vindt Phil. De wereld moet kunnen zien wie de beste is. ‘Ik vind het enorm jammer dat die trui van de vroegere Wereldbeker, met verticale regenboogstrepen, afgeschaft is', zei hij vorig jaar. ‘Zo kon je de beste renner van het peloton visueel onderscheiden. Eigenlijk was het de mooiste trui van allemaal.'

Don Quichote

Er schuilde een beetje frustratie in die uitspraak. Want in zijn binnenste weet Gilbert ook dat er maar één trui echt schittert in het peloton. De horizontale regenboog, die van de wereldkampioen. Zolang hij die niet kon dragen, had hij altijd het gevoel dat zijn carrière onvolmaakt was. In 2009, nog voor het allemaal echt begon, zei hij al het volgende: ‘Als ik zeges zomaar kon uitkiezen, win ik ooit een etappe in de Tour, draag ik minstens één dag het geel, win ik Luik-Bastenaken-Luik en Milaan-Sanremo. Maar op een dag wil ik die wereldtitel. Dan zal ik echt fier zijn op mijn carrière.'

Twee jaar geleden, in het Australische Geelong, was hij er voor het eerst echt dichtbij. De zelfzekerheid die Gilbert toen uitstraalde op de persconferentie vooraf, de allure waarmee hij in de wedstrijd koerste: het liet er geen twijfel over bestaan. Phil was de beste, en dat wist hij zelf maar al te goed. Maar net dat deed hem de das om. Hij ging Leukemans halen op het voorlaatste klimmetje, streed als een Don Quichot kilometers tegen de wind en sneuvelde uiteindelijk roemloos in de laatste kilometers. Die dag werd Gilbert geveld door zijn eigen ambities.

‘Tijdens de koers heb ik vaak aan Geelong gedacht', zei hij gisteren. ‘Ik wist: zo'n kans krijg je geen tien keer in je leven.' Dus jaagde de Ardennees zijn droom niet overhaast na, maar dacht hij aan de jacht in de bossen van Remouchamps. Les één daar: kom nooit te vroeg uit je schuilplaats, anders jaag je je prooi weg. Enkel wie genoeg geduld heeft, vangt waar hij altijd al van droomde. Het geldt ook voor een regenboog.

Corrigeer


Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.