Armoede-organisaties boos om ‘denigrerende’ uitspraken van nieuwe OCMW-voorzitter

‘Marijn Devalck zou beter eens de échte armen bezoeken’

Marijn Devalck (Open VLD) is vanaf 1 januari OCMW- voorzitter in Brakel. Foto: edp

BRAKEL - ‘De tijd van het profitariaat is voorbij.’ Dat zegt acteur Marijn Devalck (Open VLD), de nieuwe OCMW-voorzitter van Brakel, die het ook heeft over ‘marginalen’. Armoede-organisaties vinden die uitspraak ‘denigrerend en beangstigend’. Devalck zelf is zich van geen kwaad bewust.

Marijn Devalck, alias Balthazar Boma uit FC De Kampioenen, heeft nog eens zijn gedacht gezegd. Bij zijn aanstelling als OCMW-voorzitter van Brakel, eergisteren, had de Open VLD-politicus het over ‘het einde van het profitariaat’. Een uitspraak die in het verkeerde keelgat schoot bij heel wat welzijnswerkers.

‘Mijnheer Devalck weet duidelijk niet waarover hij spreekt’, zegt Peter Heirman (Netwerk tegen Armoede). ‘Ik nodig hem uit om eens langs te gaan bij wie écht in armoede leeft. De realiteit is dat er nu vier keer meer werklozen zijn dan vacatures, en dat er voor laaggeschoolde werklozen amper werk is. Maar daar lijkt Devalck zich niet van bewust.’

Nochtans liet Devalck zich ontvallen dat hij ‘zich wel bewust is van de marginalen in onze maatschappij’. Maar ook dat deed de haren rijzen. ‘Marginalen is een denigrerend woord. Zo druk je een misprijzende stempel op OCMW-cliënten’, vindt Bert D’hondt van Welzijnszorg.

Dat verhoogt de drempel om hulp te vragen, meent hij. ‘En die ís al zo hoog, vooral voor de zogenaamde nieuwe armen. Middenklassegezinnen met schulden, of zelfstandigen die plots failliet gaan. Die stappen al niet snel naar het OCMW, en zeker niet als ze als marginalen gezien worden.’

Sinterklaas en zwarte piet

Devalck zelf begrijpt de hele heisa echter niet. ‘Wat is er mis met het woord marginalen? Het kind moet toch een naam hebben? Voor alle duidelijkheid: ik kijk echt niet neer op mensen in de rand van de maatschappij. Integendeel, ik beweeg me tussen marginalen. Mijn hele leven al ben ik zeer sociaal voelend.’

‘Maar’, zegt Devalck, ‘ik zag de voorbije jaren ook een profitariaat ontstaan. Van vriendjespolitiek en nepotisme. Vroeger leek een OCMW-voorzitter wel Sinterklaas, deelde hij overal cadeautjes uit. Nu moet je zwarte piet zijn. Er is nu eenmaal minder geld door de crisis. En dus kun je mensen die geen recht hebben op hulp niet langer belonen.’

Devalck wordt volledig gesteund door Herman De Croo, uittredend burgemeester in Brakel. ‘Als er één man is die ze dit niet mogen verwijten, is het Marijn’, vindt die. ‘Ik ken weinig mensen die zo genereus zijn als hij. Hij is peter van allerlei sociale projecten, alleen loopt hij er niet mee te koop. Maar hij moet toch niet lichtzinnig doen over de realiteit? Er is nu eenmaal sociale fraude, er zijn nu eenmaal profiteurs. Sommige mensen zitten een hele dag op café, en komen dan naar het OCMW. Die mag je toch vragen stellen?’

Bij de welzijnsorganisaties zijn ze echter niet overtuigd. ‘In het politieke discours, zowel bij links als rechts, hoor je steeds vaker hetzelfde’, vindt Peter Heirman. ‘Arm zijn, dat heb je aan jezelf te wijten. Armoede wordt bekeken door de bril van de middenklasse. Dat is een probleem.’

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio