Labo-rapport bewijst: Armstrong hoogst verdacht maar niet positief

Armstrong testte dus niet positief, maar maakte ook weer geen goede indruk. Foto: ig

De UCI heeft in de Ronde van Zwitserland van 2001 geen positieve test van Lance Armstrong ongedaan gemaakt. Dat blijkt uit het labo-rapport dat Het Nieuwsblad kon inkijken. De plas staat omschreven als ‘hoogst verdacht', maar was officieel ­negatief.

Het staat letterlijk in het befaamde USADA-rapport, het document dat het ­jarenlange dopinggebruik van Lance Armstrong bloot­legde: wielerbond UCI maakte in 2001 een positieve test van Lance Armstrong ongedaan. Spijtoptanten Tyler Hamilton en Floyd Landis getuigden daarover. Armstrong zou hen dat jaar tijdens de Ronde van Zwitserland toevertrouwd hebben ‘dat hij en Johan Bruyneel naar Aigle waren gevlogen en een financieel akkoord hadden bereikt om de positieve test verborgen te houden.'

Sindsdien leven anti-dopingagentschap WADA en wielerbond UCI op voet van oorlog. Op een WADA-conferentie in Lausanne op 22 en 23 maart jongstleden kwam het tot een dispuut tussen Philippe ­Verbiest, de Belgische ­advocaat van de UCI en Travis Tygart, de man die het rapport tegen Armstrong opstelde.

Om een einde te maken aan de discussie stuurde voorzitter Pat McQuaid een brief naar het WADA, met daarbij ingesloten de officiële labo-documenten over de bewuste plas in 2001. Het zijn die documenten die deze krant kon inkijken.

Wat blijkt: op 19 juni 2001 liet Lance Armstrong ei zo na een positieve test optekenen. Na de proloog, om 17.30 uur, diende hij zich met dokter Luis Garcia Del Moral aan voor de dopingcontrole. Een half uur later ­leverde Armstrong zijn plas af en ging het staal naar het ­Zwitserse anti-dopinglabo in Lausanne. Daar werd de plas van Armstrong twee dagen ­later onderzocht op epo.

‘Hoogst verdacht'

Die urinetest op epo was op dat moment relatief nieuw en gaat uit van het ‘percentage ‘basische bandjes'. Peter Van Eenoo van het Gentse anti- dopinglabo legt uit: ‘Een epotest is als een inktdruppel', zegt hij. ‘Hoe donkerder de druppel, hoe meer inkt die ­bevat. Een analyseresultaat van een epotest wordt ­opgedeeld in drie zones: een basische zone, een zure zone en een endogene zone. Hoe meer ‘druppelvorming' in de basische zone, hoe sterker de aanwijzing voor recombinant epo of ‘epo uit de spuit'. Vanaf tachtig procent in de basische zone wordt een test als positief beschouwd.'

De test van Armstrong zat daar net onder. Hij liet een ­score optekenen van 75,1 ­procent. Vandaar de officiële conclusie van het labo in ­Lausanne: negatief. Een andere renner die ­dezelfde dag werd gecontroleerd liet een score optekenen van 79,4 procent en ook zijn staal werd als negatief beschouwd.

Martian Saugy, directeur van het labo in Lausanne, voegde een asterisk toe aan het resultaat van Armstrong. Daarbij staat: ‘hoogst verdacht op de aanwezigheid van recombinant epo'. Ook dat was een gangbare praktijk: testresultaten tussen de 70,2 procent en 80 procent kregen standaard de kwalificatie ‘hoogst verdacht'.

De conclusie van de brief aan het WADA is dat de UCI nooit een positieve test ongedaan heeft gemaakt. Dat Armstrong zulks toch beweerde in ­gesprekken met ploegmaats Hamilton en Landis heeft ­volgens McQuaid te maken met het leugenachtige karakter van de Amerikaan. ‘Armstrong is een overtuigende leugenaar', aldus McQuaid. ‘Het is dus niet moeilijk om je voor te stellen dat Armstrong aan Landis en Hamilton iets verteld heeft wat niet waar was, maar waarmee hij zelf wel zijn voordeel kon doen. Als Hamilton en Landis geloofden dat Armstrong ­dingen kon regelen, zouden ze zonder argwaan doorgaan met doping, wat in zijn voordeel zou zijn geweest.' McQuaid ­besluit met: ‘Dat alles is speculatie. Maar wat geen speculatie is, is dat Armstrong nooit positief heeft getest op een UCI-test. Inclusief in de Ronde van Zwitserland in 2001.'

Corrigeer

DE DIGITALE WIELERGIDS

Klik hier

nb-logo


Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.