Ondanks nieuwe rondzendbrief worden korte straffen niet helemaal uitgevoerd

Wie enkelband draagt, zit slechts derde van straf uit

Wie enkelband draagt, zit slechts derde van straf uit

Hoelang draagt iemand met een straf van negen maanden een enkelband? Hooguit drie maanden. Bovendien vermindert de omkadering van die korte straffen sterk in de nieuwe procedure.

‘Wie vandaag veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf tussen de zes maanden en drie jaar, zal die effectief moeten uitzitten', verklaarde Justitieminister Annemie Turtelboom (Open VLD) vorige week. Door een vernieuwde procedure rond enkelbanden wil ze de strafuitvoering, een van de drie prioriteiten van haar ­justitiebeleid, zo veel mogelijk opvoeren. Een nieuwe rondzendbrief moet een einde maken aan de onduidelijkheid over de verdeling van de enkelbanden: voortaan komt iedereen met een straf tussen de zes maanden en drie jaar onder elektronisch toezicht te staan.

Wat in de officiële communicatie over die nieuwe uitvoering echter lijkt te zijn vergeten, is dat veroordeelden die een (korte) straf met enkelband krijgen daar slechts een deel van moeten uitzitten.

Bij het merendeel van de ‘echte' gevangenisstraffen boven de drie jaar komt de gedetineerde na een derde van zijn straf in aanmerking voor een voorwaardelijke vrijlating.

Bij enkelbanden gaat die strafvermindering vanzelf. Concreet wordt een straf tussen de zeven en acht maanden omgezet tot een van twee maanden. Straffen tussen ­negen maanden en een jaar ­leiden tot drie maanden enkelband, waarna de veroordeelde automatisch vrij komt.

In theorie ligt de werkelijke duur van een enkelband voor straffen tussen één en zeven maanden zelfs nog lager dan een derde, maar Turtelboom liet al verstaan dat veroordeelden die kortste straffen via thuisdetentie met spraak­herkenning zullen uitzitten.

‘De wanverhouding tussen een uitspraak van een rechter en de straf zelf blijft dus bestaan', concludeert SP.A-kamerlid Renaat Landuyt. ‘Rechters zullen daar rekening mee houden en zo hoog mogelijke straffen uitspreken.'

CD&V-Kamerlid Sonja Becq vindt de reductie wel ‘logisch'. ‘Een vervroegde invrijheidstelling geldt voor alle straffen, dus waarom zou dat niet kunnen bij elektronisch toezicht? Turtelboom probeert rond enkelbanden duidelijkheid te scheppen, en dat is ­positief. Maar de vraag is wat dit effectief zal veranderen.'

De CD&V-politica heeft ook kritiek op de uitholling van de rol die justitie-assistenten hebben bij elektronisch ­toezicht.

Ook vanuit academische hoek wordt in die zin sceptisch ­gereageerd op de nieuwe rondzendbrief. ‘Vroeger deed de justitie-assistent een sociaal onderzoek voor de installatie van de band en hielp hij de veroordeelde met bepaalde zaken', zegt Delphine Vanhaelemeesch, criminologe en doctoraatsstudente aan de Universiteit Gent. ‘Controle en begeleiding gingen daardoor hand in hand. Nu moet de veroordeelde het meeste zelf regelen.'

Corrigeer

MEER NIEUWS