Duchâtelet likt zijn wonden na solo slim-beleid

Duchâtelet likt zijn wonden na solo slim-beleid

Foto: BELGA

Twee jaar nadat hij de aandelen van Standard overkocht, verlaat Roland Duchâtelet Sclessin langs de achterpoort.

Op 23 juni 2011 raakte het nieuws bekend dat Roland Duchâtelet Standard overkocht voor een bedrag van 41 miljoen euro. En toen al was hij gecontesteerd bij de supporters, die zelf een deel van de aandelen wilden kopen van de vorige hoofdaandeelhoudster Margarita Louis-Dreyfus. ‘Het is een beetje triest, want onze stem werd niet gehoord’, zeiden de initiatiefnemers toen.

Duchâtelet had met Sint-Truiden nochtans al een club waar hij de touwtjes strak in handen had. Hij maakte van Stayen een multifunctioneel stadion waar menig eersteklasser jaloers op is. Maar het ging de voorzitter niet snel genoeg. Als baas van STVV klonk zijn stem niet luid genoeg bij de Pro League waardoor zijn natte droom - een BeNeLiga - in het water leek te vallen. Als sterke man bij Standard zou ongetwijfeld meer aanzien genieten. Sint-Truiden werd prompt gedegradeerd tot sattelietclub waar overbodige Rouches hun transferwaarde mochten opkrikken.

Ook binnen de club wilde Duchâtelet van geen tegenspraak weten. Mensen die door de vroegere voorzitter Luciano D’Onofrio werden gehaald, schopte hij één voor één buiten om er ja-knikkers te posteren. Ook met sommigen van zijn eigen mensen begon er sleet op de relatie te zitten. Jean-François de Sart werd namelijk gehaald om een nieuwe sportieve lijn uit te zetten en die wilde als ex-beloftencoach van de Rode Duivels inzetten op jonge en goedkope talenten, genre Michy Batshuayi, Paul-José Mpoku en Imoh Ezekiel. Duchâtelet zag liever commercieel interessante spelers als de Japanners Eiji Kawashima, Yuji Ono en Kensuke Nagai komen, die sportief geen meerwaarde bieden. Toegegeven, de Sart haalde met Luis Seijas, Astrit Ajdarevic en Maor Buzaglo ook ‘miscasts’ binnen, maar Duchâtelet moest zijn eerste Mpoku nog aantrekken.

Ontslag Rednic was zijn doodvonnis

Met de Roemeen Mircea Rednic leek de voorzitter aanvankelijk nog zijn vel te redden. Rednic was een ex-speler van de club, iets waar de Rouches nooit ongevoelig voor geweest zijn, én hij lijmde de brokken die Ron Jans - ook gehaald op voorspraak van de voorzitter - had gemaakt. Rednic haalde de Rouches van de kelder van het klassement naar de titelstrijd, maar voor dat laatste kwam de kern kwaliteit te kort. Een ticket voor de Europa League was het hoogste dat de Roemeen kon halen. Dat zag Duchâtelet evenwel anders. Hij wees Rednic de deur, officieel omdat diens landgenoten Georges Tucudean en Adrian Cristea - zij kwamen op voorspraak van de Roemeen - geen meerwaarde brachten.

Met dat ontslag tekende Duchâtelet meteen ook zijn doodvonnis. De supporters, die Rednic op handen droegen na de 7-0-overwinning tegen AA Gent, zouden niet rusten voor hun voorzitter zou opstappen. Ze bespaarden kosten noch moeite: stadionmuren werden met graffiti beklad, de persconferentie van de nieuwe trainer Guy Luzon werd verstoord en enkele slaagden er zelfs in zijn bureau binnen te dringen. Zelfs voor een man van vele oorlogen als Duchâtelet is het duidelijk teveel geworden.

Corrigeer