Joyce Neyt (21) haalt als eerste vrouw met spraakgebrek diploma logopedie aan universiteit

Stotteraarster wordt logopediste

Joyce Neyt: ‘Stotteren gaat niet alleen over spraak, het zit vooral ook tussen de oren.’ Foto: Frederiek Vande Velde

Gent -

Van haar vierde tot haar veertiende jaar stotterde Joyce Neyt hevig. Spreekbeurten geven of naar de bakker gaan, het deed haar zelfvertrouwen geen deugd. Tot ze gespecialiseerde hulp vond in het centrum van Gert Reunes aan Ter Platen. Sinds kort geeft ze er zelf les, als logopediste. ‘Ik ben een krak in mijzelf uitdagen.’

‘Toen ik kind was, stuurde mijn mama mij elke zondag naar de bakker. Voor mij was dat zoveel meer dan naar de winkel fietsen en brood kopen. Elke week opnieuw was er die angst om te spreken. Mijn moeder wilde dan nog altijd bruin brood. Brrruin brrrood. Die twee br’s waren supermoeilijk. Heel vaak heb ik gewoon een briefje afgegeven, uit schrik om te blijven haperen. Ik neem mijn moeder niets kwalijk, zij wist niet dat het zo lastig was.’

Toen ze vier jaar was, ontdekten de ouders van Joyce Neyt dat er iets ernstigs aan de hand was met hun dochter. ‘Bij de helft van de woorden die ik uitsprak, bleef ik haperen. Dat is een zeer hoog percentage. Mijn ouders zochten hulp, maar werden van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk kwam ik in het revalidatiecentrum van Zelzate terecht. Er was in die tijd nog niet veel over stotteren gekend, gespecialiseerde therapie bestond nog niet. Jammer, want stotteren gaat niet alleen over spraak. Het zit vooral tussen de oren.’

Handje voor de mond

‘Dat ik als vierjarige blijkbaar al goed wist dat ik een probleem had, las ik in mijn dossier toen ik stage liep in het revalidatiecentrum in Zelzate. Blijkbaar hield ik voortdurend mijn handje voor mijn mond als ik sprak.’

In Zelzate zakte haar haperingspercentage van 50 naar 10 procent. Maar op haar tiende hield ze het voor bekeken. ‘Twee keer per week werd ik op school afgehaald met een busje om naar het centrum te gaan. Tijdens de lessen, op de speelplaats... elke dag kwamen ze mij uit de groep halen om mee te gaan met dat busje. Het werd het schaambusje. Op een dag zei ik tegen mijn moeder, ik stop ermee, ik stap niet meer in dat busje.’

Sinds kort krijgt ze zelf stotterende kinderen van vier voor zich. Joyce studeerde af aan de Gentse universiteit als logopediste. Ze is de eerste vrouw met een spraakgebrek in België die daarin slaagt. Van dat haperende meisje met de hand voor de mond is geen spoor meer. Stralend doet ze haar verhaal. Ze spreekt snel, de woorden rollen uit haar mond en blijven slechts heel af en toe steken op een moeilijke St. Stotteren, het is een lastig woord voor stotteraars.

Moeilijk vrienden maken

‘De grootste problemen had ik in het eerste en tweede middelbaar’, vertelt ze. ‘In de puberteit ontdek je nieuwe dingen en stel je jezelf meer in vraag. Bij mij was dat niet anders. Mijn angsten namen toe. Als ik een spreekbeurt moest houden, was ik er al dagen op voorhand mee bezig. Ik oefende en oefende. Thuis ging alles perfect, maar eenmaal voor de klas was het een ramp. Verschillende nachten lag ik te wenen. Kwaad op mezelf omdat het mij niet lukte.’

‘Veel stotteraars hebben het moeilijk om vrienden te maken. Ik heb gelukkig altijd vriendinnetjes gehad. Maar ik had wel steeds het gevoel dat ik me meer moest bewijzen. Ik kon moeilijk geloven dat mensen mij leuk zouden vinden om wie ik was. Dat ze voorbij het stotteren konden kijken.’

Op haar veertiende zocht ze zelf hulp. ‘Ik wilde weer naar de logopedie. Mijn ouders begonnen te zoeken naar iemand die gespecialiseerde hulp bood. Want zo’n probleem los je niet op in een uurtje tussendoor.’

De hulp werd gevonden in Gent, in het centrum van Gert Reunes aan Ter Platen.

Elke zaterdagochtend ging Joyce met de bus van Zelzate, waar ze toen nog woonde, naar Gent. ‘Ik stond om zeven uur op, uitgaan met vriendinnen op vrijdag was er niet meer bij. Maar in het centrum ging een wereld voor mij open. Jarenlang had ik met het gevoel geleefd dat ik de enige was met dit probleem. En opeens leerde ik mensen kennen die exact hetzelfde voelden.’

‘In het centrum leerde ik eerst met klanken praten. Daarna zeer traag en met intonaties. Na een tijdje kreeg ik het gevoel dat ik alles kon zeggen wat ik wilde. Ik kon naar de bakker gaan en - bijna schreeuwend - zeggen: Drie bruine broden alstublieft. En doe er nog maar een croissantje bij!’ (lacht uitbundig).

Na haar begeleiding bleef ze in contact met andere stotteraars door de Belangengroep voor Stotterende Mensen, ook van Gert Reunes. Zij komen om de veertien dagen samen op vrijdagavond, om te oefenen en voor het sociale contact.

‘Een op de honderd mensen stottert en slechts een op de vijf stotteraars is een vrouw. Op straat kom je die mensen niet veel tegen, in de groep wel. Wij helpen elkaar ook. Als iemand leert telefoneren, doet hij dat de eerste keer naar iemand van de groep. Wij weten hoe het voelt... bang zijn voor een telefoontje, of voor de speech op je trouwdag.’

Iets terugdoen

Het centrum gaf haar zoveel, dat ze iets wilde terugdoen. ‘Wat ik meegemaakt had was zo formidabel fantastisch dat ik me afvroeg Waarom kan ik andere mensen niet diezelfde ervaring geven? Velen hebben het mij afgeraden. Jij moet zeker niets doen met je spraak, hoorde ik mijn hele leven. Maar ik dacht Foert, ik wil iets doen wat ik graag doe en schreef me in aan de universiteit in de richting logopedie.’

‘Die eerste jaren was ik blij dat ik een nummer was aan de universiteit’, zegt ze. ‘Je kan er lang doorgaan voor je door de mand valt, bijna niemand wist dat ik stotterde. Tot een professor op een bepaald moment in de les opwierp: Iemand die een spraakgebrek heeft, die kan toch geen logopedist worden? Of zit er hier zo iemand misschien? Voor een volle aula stak ik mijn hand op. Ikke. Ik ben er zelf altijd van overtuigd geweest dat het oké was voor mij om logopedist te worden. Je mag niet twijfelen, want als je dat wel doet ben je kwetsbaar. Er is nood aan logopedisten en ik ben er goed in. Het is dus zeker oké.’

Joyce studeerde af met grote onderscheiding en is nog maar pas aan de slag als logopediste in het centrum van Gert Reunes, waar ze zelf helemaal openbloeide. Ze start met ongelooflijk veel goesting en zelfvertrouwen. ‘Ik ben blij dat ik de wachtlijsten wat korter kan maken. En dat ik mensen van hun probleem kan afhelpen. Ja, ik kan dat beter dan iemand anders. Want ik weet hoe het écht voelt om bang te zijn bij de bakker.’

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio