De Zomeracademie: Spreken we binnen honderd jaar nog Gents?

Platgents behoort bijna tot de geschiedenis, maar ons dialect zal niet helemaal verdwijnen. Foto: Eddy Levis

GENT -

Op televisie verdringt het Gents de laatste jaren het Antwerps en het Brabants. Nooit eerder was er zoveel Gentse tongval te horen op het kleine scherm. Maar tegelijk spreken steeds minder mensen Platgents. Vandaag buigt professor Taalkunde Jacques Van Keymeulen zich over de vraag ‘Spreken wij binnen 100 jaar nog Gents?’

Natuurlijk zal het Gentse dialect het nog honderd jaar uithouden - alleen zal dat niet meer het dialect zijn van vandaag. Sinds de jaren zestig wordt er door steeds minder mensen in steeds minder situaties een steeds minder ‘authentiek’ dialect gesproken. Het is niet te verwachten dat nieuwkomers - West-Vlamingen of anderen - het huidige Gents van de slinkende groep dialectsprekers zomaar zullen overnemen.

Het Gents is een ‘taaleiland’; het wijkt op talrijke punten af van de plattelandsdialecten rond de stad. Typisch is dat alle klinkers lang zijn (al worden ze in bepaalde omstandigheden soms verkort): men zegt dus zèète voor ‘zetten’, en zoot en koup voor ‘zot’ en ‘kop’. Typisch is ook de wegval van de eind-n in infinitieven en meervouden: kuupekopen’ en stienestenen’.

Brugse Poort

Die lange klinkers zouden te wijten zijn aan het feit dat de textielarbeiders vroeger bij het spreken boven het lawaai van de machines uit moesten komen. Een verhaal dat een betere kern van waarheid bevat, is dat er in Gent wijkdialecten bestaan - of beter gezegd bestaan hebben. In de negentiende eeuw gingen de arbeiders die vanuit het platteland toestroomden bij elkaar wonen in dezelfde wijken, waardoor ook in de taal wijkverschillen ontstonden.

Het is moeilijk om daarvan nog voorbeelden te verzamelen: er is mij gesignaleerd dat men een inwoner van de ‘Brugse Poort’ kon herkennen aan het feit dat hij breud zei in plaats van bruudbrood’, en kliete in plaats van kluutekloten’. Of dat klopt, weet ik niet, maar wijkverschillen zijn uitgestorven. Wat ook zal uitsterven, is het verschil tussen Platgents en Burgergents, de twee sociolecten binnen het Gentse dialect. In het Burgergents zegt men waasewassen’, zééngezingen’ en stroatjestraatje’; in Platgents waasche, zeengge en staotse.

Het verdoemde Platgents

Ik voorzie dat het Platgents, de oudste taallaag van het Gents, het tegen het Burgergents zal moeten afleggen, mede door de toenemende democratisering van de samenleving.

Wat in elk geval niet zal uitsterven, is de Gentse r, die op z’n Frans wordt uitgesproken. Die r is in het Gents opgedoken in het begin van de twintigste eeuw en blijkt zeer hardnekkig te zijn. Het is het enige Gentse verschijnsel dat ook buiten de stad expandeert. Misschien praat over honderd jaar heel Oost-Vlaanderen zo, maar dan is de r ook niet typisch Gents meer.

Lees hier alle afleveringen van De Zomeracademie van De Gentenaar.

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio