Mama

Onderzoek wijst uit dat kleuters er deugd van hebben moeilijke woorden te horen

‘Praat niet tegen elke kleuter alsof je er zelf nog één bent’

‘Praat niet tegen elke kleuter alsof je er zelf nog één bent’

Helena Taelman. Foto: jl

‘Heb je in je broekje gedaan?’ Of: ‘Heb je pijn in je bolletje?’ Volwassenen hebben vaak de neiging om zelf te praten als een 3-jarige als ze tegen een kleuter spreken. Niet doen, zegt lector taaldidactiek Helena Taelman. ‘Kleuters moeten worden uitgedaagd, je mag best moeilijke woorden gebruiken.’

‘Je moet met kleuters geen kleutertaal spreken. Moeilijke woorden mogen, het kan geen kwaad om hen uit te dagen. Blijf ze maar een stapje voor.’ Dat zegt Helena Taelman, lector taaldidactiek aan de HUB-KaHo Sint-Lieven, na een grote literatuurstudie van voornamelijk Amerikaanse studies. Haar doel? Onderzoeken wat je als kleuterjuf of -meester het best kan doen om de taal van kleuters rijker te maken.

‘In elk geval dus niet je praatstijl aanpassen en net als hen gaan praten. Je moet ze uitdagen. Als je hen een rijk taalaanbod geeft, leren ze bij. Want kleuters kopiëren. Spreek dus ook eens over ‘grootouders’, in plaats van altijd over ‘oma en opa’. Gebruik ook het woord ‘jaloers’ in plaats van enkel te praten over ‘boos’ of ‘verdrietig’.’

GRATIS. Lees hoe je dan wel met je kleuter moet praten in Het Nieuwsblad op Zondag en ontdek onze nieuwe tabletkrant

Corrigeer

Het beste van Enkel voor abonnees