Japans premier bezoekt omstreden schrijn in Tokio

De Japanse premier Shinzo Abe heeft donderdag een bezoek gebracht aan het omstreden Yasukuni-schrijn in Tokio. Geen enkele Japanse regeringsleider in functie had dat nog gedaan sinds Junichiro Koizumi in 2006. Bezoekjes door politici aan het schrijn liggen gevoelig in vooral China en Zuid-Korea, die er een symbool in zien van de verheerlijking van het militaristische verleden van Japan.

Tijdens zijn eerste regeerperiode in 2006-2007 onthield Abe zich nog van een bezoek aan Yasukuni. Nu waren de televisiecamera’s massaal aanwezig om het bezoek in beeld te brengen.

In het Yasukuni-schrijn worden de zielen van 2,5 miljoen Japanse oorlogsdoden die het leven lieten in dienst van de keizer van Japan, vereerd. Het schrijn is internationaal omstreden, omdat ook veertien veroordeelde oorlogsmisdadigers, onder meer uit de Tweede Wereldoorlog, er opgenomen zijn. Vooral China en Zuid-Korea schieten telkens in hun wiek als Japanse regeringsfunctionarissen zich ter plaatse begeven.

De relaties van Japan met zijn buurlanden blijven getekend door de herinnering aan de wreedheden van de keizerlijke troepen tijdens de kolonisatie van het Koreaanse schiereiland (1910-1945) en tijdens de gedeeltelijke bezetting van China (1931-1945).

‘Onaanvaardbaar’

Een Chinese functionaris zei donderdag al dat het bezoek van Abe ‘absoluut onaanvaardbaar’ is. De Japanse premier, die een jaar in functie is en rechtsconservatief is met nationalistische neigingen, legde het bezoek uit als een ‘symbolische daad tegen de oorlog’. Hij had niet de bedoeling China en Zuid-Korea voor het hoofd te stoten, luidde het.

Corrigeer

NIEUWS