Gepassioneerde verzamelaars zetten deuren open voor toeristen

Privémusea tonen collecties over WO I tot in slaapkamer

De kijkdozen van het Hill 62 museum zien er op zich al uit als museumstukken. Foto: thv

Ieper -

Naast de grote oorlogsmusea, kom je in de Vlaamse Velden ook privé-musea tegen waar de eigenaars hun hart en ziel hebben ingelegd. De verzamelde collectie staat soms tot in de voormalige slaapkamer.

Naast de grote spelers, proberen ook enkele kleinere privé-initiatieven de oorlogstoerist te lokken met aparte collecties waar de passie van de samensteller duidelijk in doorschemert.

Het Sanctuary Wood Museum op Hill 62 ziet er op het eerste zicht uit als een café met een terrasje om de toeristen van het nabijgelegen Canadian Memorial de kans te geven om iets te drinken. Maar schijn bedriegt. Achter de oer-Vlaamse bar schuilt het oudste privé-museum van de streek, vijf jaar na afloop van de oorlog al boven de doopvont gehouden.

Bezieler overleden

Jacques Schier, de laatste telg van drie generaties gepassioneerde conservators van het museum, stierf recent op 8 juli. Op zijn sterfbed beloofden zijn naaste medewerkers Rita Battiau en haar dochter Cindy De Bruycker dat ze het levenswerk van de familie zouden voortzetten.

In 1923 begonnen de grootouders van Jacques met een openluchtmuseum. Sindsdien is het museum enkel uitgebreid. Een bezoek toont hoe ver sommige mensen kunnen gaan om de Groote Oorlog aan het publiek te tonen. Want Jacques leefde in een klein vertrek achter zijn café en museum. De rest wordt ingenomen door militaria en oorlogsrelicten.

Hoewel er op het einde van het jaar wat verbouwingswerken zullen gebeuren, moet de internationale bezoeker zich in het Sanctuary Wood Museum niet aan hoogtechnologische snufjes verwachten. Het levenswerk van de familie van Jacques start met een aantal kijkdozen waar je aan de hand van prentkaarten en foto's een beeld krijgt van de oorlog.

Modder en koude

De kijkdozen op zich zijn bijna museumstukken. Maar het fotomateriaal katapulteert je terug naar de tijd van oorlog en verderf, van koude en van modder in de loopgraven. De authentieke loopgraven die na de oorlog niet zijn verdwenen, liggen er ook vandaag nog wat modderig bij. De kraters van bominslagen zijn gevuld met water van gepasseerde regenbuien. Het loopgravencomplex is een van de duidelijkste in de streek en maakt het bezoek de moeite waard.

Ook in het centrum van Ieper zelf, aan de Rijselpoort, is een privé-museum gevestigd achter de pub ‘t Klein Rijsel. Wie het Ramparts War Museum nog wil bezoeken, moet snel zijn want op 12 november gaat het dicht. Fabienne Teirlinck houdt daarna op met het levenswerk van haar man, Filip Vanzieleghem, die zes jaar geleden stierf.

De man verhuisde in de jaren negentig naar Ieper om er zijn collectie aan het publiek te tonen. Hij bouwde meer dan drie jaar lang aan het schuilgangencomplex dat nu het museum vormt. De bezoeker krijgt er aan de hand van verschillende taferelen een origine blik op wat Filip op allerlei beurzen en via giften verzamelde. De kostuums en wapens worden bijvoorbeeld in een loopgravenscène gebruikt.

Dergelijke reconstructies krijg je ook te zien in het Hooge Crater Museum bij Bellewaerde. Na 11 november gaat alle materiaal van het Ramparts War Museum naar Engeland. Het werd opgekocht door Glenn Hulls die zo zijn eigen collectie zal uitbreiden tot een van de grootse van het Verenigd Koninkrijk.

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio