Hip, trendy en eeuwenoud: dahlia’s

Hip, trendy en eeuwenoud: dahlia’s

Dahlia’s: mevrouw Napoleon was er al dol op. Foto: shutterstock

Ze zaten een aantal jaren in de vergeethoek maar zijn nu volop terug, de dahlia’s. Terecht overigens, want hun zuiderse verschijning fleurt elke tuin en terras op van midden zomer tot diep in het najaar. Met hun uiterst gevarieerde kleurenpalet zijn het niet de meest ‘timide’ planten in de tuin. Vandaar dat ze waarschijnlijk ook niet altijd even populair zijn.

De dahlia werd tegelijk met Amerika ‘ontdekt’. Aanvankelijk werd de plant geteeld voor zijn eetbare knollen, die bereid werden zoals aardappelen. De tuincarrière van de dahlia is in hoge mate te danken aan Napoleons vrouw, Joséphine de Beauharnais, die dol was op de opvallende bloemen. De dahliacollectie in haar tuin bij het kasteel van Malmaison kon zeker met haar beroemde rozencollectie wedijveren. Toen de knollen ook voor het gewone volk betaalbaar werden, verhuisde de bloem van de kasteeltuinen naar de boeren- en volkstuintjes. Als er één bloem de titel ‘working class hero’ verdient, is het de dahlia. Dat verklaart ook waarom de bloem nog niet zo lang geleden symbool stond voor een slechte of ‘onontwikkelde’ smaak en zo goed als taboe was in de meer ‘geciviliseerde’ tuinen.

Duizenden verschillende soorten

Wereldwijd bestaan er naar schatting een paar tienduizend verschillende dahlia’s en elk jaar komen er nieuwe variëteiten bij. Omdat het moeilijk is zoveel soorten in te delen, wordt een onderscheid gemaakt tussen laagblijvende en hoge dahlia’s. De lagere soorten, die geen steun nodig hebben, hebben meestal kleinere bloemen en zijn heel geschikt om in een terraspot te planten. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt volgens de bloemvorm. Meestal worden ze ingedeeld in ongeveer dertien groepen.

Van de serre naar een zonnige plek

Dahlia’s zijn niet de gemakkelijkste klanten in de tuin. U kunt de knollen vanaf maart in een serre of garage in een pot planten en ze in april op een beschutte plaats buitenzetten zodat ze kunnen voorschieten.

Ze mogen dan half mei (na de ijsheiligen) de grond in en zullen doorgaans al in juli beginnen te bloeien. Stopt u ze half mei direct in de grond, dan komt de bloei iets later.

Een alternatief is om ze al eind april of begin mei te planten, maar dan wel zo’n 20 cm diep (in plaats van 5 cm zoals meestal wordt aangeraden). Op die manier duurt het wat langer voor de scheuten uit de grond komen en is de kans op vorstschade geweken. Bovendien staan de planten steviger dan wanneer ze ondiep worden geplant.

Zo onderhoudt u ze

Dahlia’s houden van een goedbemeste grond. Meng daarom eerst flink wat stalmest of compost door de grond. Ze staan het liefste in de volle zon op een niet te natte plaats. Tijdens droogteperiodes moeten ze echter bijna dagelijks water krijgen. Zet de hogere soorten minstens een halve meter uit elkaar en de kleinere minstens 20 à 30 cm.

De lagere types (zoals de Mignon- en Top-Mixdahlia’s, de meeste anemoonbloemige en de lage halskraagdahlia’s) kunnen ook perfect in een pot of een kuip op het terras worden gekweekt. Zeker de hogere dahlia’s kunnen een steuntje gebruiken. Dat gaat makkelijk met metalen plantensteunen die in elkaar haken en die in bijna elk tuincentrum te koop zijn. Een goedkoop alternatief zijn enkele bamboestokken met een stevig touw errond.

Haal geregeld de uitgebloeide bloemen weg om de vorming van nieuwe knoppen te stimuleren. Na de eerste nachtvorst – meestal in november – en nadat het loof helemaal zwart geworden is, haalt u de knolletjes voorzichtig uit de grond. Schud de grond er zoveel mogelijk af en knip het loof af tot op zo’n 15 à 20 cm. Laat ze daarna een paar dagen drogen op een vorstvrije plaats. Leg de bollen dan in bakjes met wat zand en overwinter ze in een koele en droge ruimte. De kelder is hiervoor heel geschikt.

Corrigeer

Meest Gelezen

POPULAIRE VIDEO'S