Van een parking een buurttuin maken: deze bende is er in geslaagd in het Rabot

Lachende gezichten in de buurttuin in de dichtbevolkte Rabotwijk. Foto: fvv

Gent - Er duiken in Gent steeds meer projecten van tijdelijke invulling op. Van het braakliggende stuk grond dat in een tuin verandert, tot het voormalige fabrieksgebouw dat buurt en kunstenaars verenigt. 't Stad is van ons! De Gentenaar zoekt opvallende buurtprojecten op. Vandaag: het Boerenhof op 't Rabot.

Steeds meer gaten duiken op in de muren die de huizen in de Schommel- en Kwakkelstraat scheiden van de nieuwe tuin. Soms is het gat met een hek of deurtje afgewerkt; soms is het gewoon een gat gebleven. Bij Tomas Luypaert is dat zo. Hij komt met zijn zoontje Nand door de opening gekropen. Nand wil spelen. Tussen de bloemen en de worteltjes. En misschien even springen op de trampoline van buurvrouw Jill, die de muur tussen haar tuintje en de nieuwe tuin zelfs helemaal gesloopt heeft en het allemaal best vindt.

De bewoners kunnen soms nog niet geloven hoe de site, en hun leven, is veranderd. De laarzen aan de achterdeur, de voeten in het gras. Terwijl ze drie jaar geleden nog uitkeken op een troosteloze rij garageboxen. Tweeënnegentig stuks. Een projectontwikkelaar wilde er nieuwe zetten. Hij kreeg geen bouwvergunning. De stad kocht het terrein zelf en de buurt haalde opgelucht adem. Begon te dromen van groen en ademruimte. Tot het nieuws kwam dat de stad een parkeerplaats wilde maken. Tachtig plaatsen. Naast een smalle strook voor tuinuitbreiding aan de kant van de Kwakkelstraat.

Parkeerdruk

In de dichtstbevolkte wijk van Gent komt zoiets hard aan. Bewoner Werner Schurmans: ‘Het Rabot is een van de armste wijken van de stad. Huizen en tuinen zijn klein. In plaats van de voorgeschreven tien vierkante meter groen per inwoner, halen we in dit deel van de wijk amper één vierkante meter. Als zo’n opportuniteit zich voordoet, kun je die toch niet weer dicht betonneren?’

Maar de stad was formeel: ‘De parking komt er’. Schurmans: ‘Ze zeiden dat de buurt om een parking had gevraagd. We zijn het dan maar zelf gaan vragen. Van de kleine negentig gezinnen waren er drie die een parking wilden.’

Fernand, een baardige zestiger, is ook buitengekomen. ‘Toen we protesteerden, zeiden ze dat wij de buurt niet vertegenwoordigen. Ik heb gezegd: en jullie zeker niet!’

Een onafhankelijke parkeertelling bevestigde wat de bewoners al vermoedden: dat het echt meevalt met de parkeerdruk in de buurt. Uiteindelijk was de stad bereid om de geplande tachtig plaatsen naar vijftig terug te schroeven. Omdat ze dat nog te veel vonden, vochten de buurtbewoners de vergunningsaanvraag juridisch aan. Ze haalden hun slag thuis. De stad diende een aangepaste aanvraag in, opnieuw voor vijftig plaatsen, en de bewoners besloten opnieuw te procederen. Een procedure die nog altijd loopt.

Intussen kreeg de stad wél oren naar de verzuchtingen van de buurt. Dit voorjaar kwam een plan met nog slechts vierentwintig parkeerplaatsen op tafel. In afwachting van een definitief ontwerp kregen de bewoners in het voorjaar ook een deel van het terrein in tijdelijk gebruik. De euforie was groot en hoewel niemand echt groene vingers heeft – ‘die hebben we hier nooit nodig gehad’ – verrezen er in geen tijd een bloemenweide, groentetuin, grasperkjes en zelf geknutseld buitenmeubilair. En dan moest het beste nieuws nog komen. Toen de bevoegde schepenen eind juni de plek bezochten, kregen de bewoners te horen dat de parkeerplaats, op twee tot vier plaatsen voor autodelen na, volledig wordt geschrapt. Tomas: ‘Zie je: als je druk blijft zetten, kun je dingen doen bewegen.’

Babyfoon doorgeven

Er is veel veranderd in de buurt. We merken het terwijl we staan te praten. Steeds meer mensen komen door hun gat gekropen. Iedereen wil erbij zijn, vertellen hoezeer de plek voor een ommekeer heeft gezorgd. De drang naar groen en sociaal contact, ingebakken in de mens, kunnen ze eindelijk beleven. Er is samen voetbal gekeken, er wordt al eens een babyfoon in bewaring gegeven. Fernand vertelt hoezeer hij geniet, ’s avonds in zijn tuinstoel. ‘Zodra het weer het toelaat, zit ik buiten.’ Jill komt soms niet meer aan haar huishouden toe. ‘Ik woon hier tien jaar, ik kende niemand. Nu ken ik iedereen.’ Tomas: ‘Of toch iedereen met een gat.’ (lacht)

De grote droom van de bewoners is dat de tijdelijke invulling permanent wordt en dat ze het beheer voor langere tijd in handen krijgen. Ook bewoners van de niet omliggende straten zijn trouwens welkom en kunnen binnenkort een volkstuintje krijgen. Tomas: ‘Onze boodschap aan de stad is: laat het aan ons over, we maken er iets van.’ Fernand knikt, terwijl Nand, moegespeeld, het gat weer opzoekt.

Morgen: de Standaert-site in Ledeberg

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio