Het Gentse mobiliteitsplan: 'Revolutionair? Neen. Gewaagd, dat wel.'

Het Gentse mobiliteitsplan: 'Revolutionair? Neen. Gewaagd, dat wel.'

Foto: fvv/archief

Gent -

Schepen Filip Watteeuw windt er geen doekjes om. De grens is bereikt. Zeventienduizend auto’s zijn er bijgekomen op tien jaar in Gent. Nóg meer auto’s kan Gent niet aan. En ons blijven vastrijden, is geen optie. Het is tijd voor een ommezwaai en het nieuwe mobiliteitsplan moet die brengen. De leefbaarheid, de luchtkwaliteit en de veiligheid van onze stad staan onder zware druk. De Gentenaar-redacteurs Karel Van Keymeulen en Bert Staes analyseren de sterktes en zwaktes van het plan.

Het nieuwe mobiliteitsplan geeft voetgangers, fietsers en openbaar vervoer nog meer voorrang in de binnenstad van Gent. De auto wordt weer wat meer geweerd. Al blijft die binnenstad bereikbaar, automobilisten zullen wel eens goed moeten nadenken hoe ze de stad binnenrijden. Vergeet alle routes die u in uw hoofd hebt geprent. Ze verdwijnen allemaal.

De grote lijnen stonden al in het bestuursakkoord, maar dit mobiliteitsplan is toch verrassend verregaand. Wie alle ingrepen op een rijtje zet, weet dat de impact op het verkeer enorm is. Na het eerste plan van 1997 is dit ongetwijfeld weer een historisch moment.

En het is nodig ook. Dat voelt elke fietser, automobilist en voetganger in Gent. De stad groeide de jongste jaren fors en prognoses voorspellen tegen 2020 nog eens tienduizend extra Gentenaars. Het aantal auto’s blijft maar toenemen en de vele mensen die van buiten de stad komen om in Gent te werken, te studeren, te winkelen of te ontspannen, verhogen de druk aanzienlijk.

Revolutie

Is dit plan revolutionair? Neen. Gewoon omdat we al een heel eind achterlopen op andere steden in Europa. Is dit plan gewaagd? Ja. Het gaat resoluut in tegen de belangrijkste manier waarop de Gentenaars zich verplaatsen: met de auto. Het vraagt een serieuze aanpassing van inwoners, handelaars en werknemers. We maken met zijn allen in deze stad meer dan 650.000 verplaatsingen. Per dag. Iets meer dan de helft daarvan (54 procent) gebeurt met de wagen, slechts een derde met de fiets (22 procent) of te voet (14 procent).

Het zal stormen in 2016, wanneer het plan wordt ingevoerd. Maar schepen Watteeuw kiest ervoor om het stap voor stap voor te bereiden. In tegenstelling tot Sas van Rouveroij gooit hij wél eerst zijn plan op tafel, vooraleer hij gaat praten met de Gentenaars. Watteeuw gaat voor niets minder dan een keerpunt. Zullen tegen 2030 even veel mensen met de fiets rijden in Gent als in de Nederlandse stad Groningen, waar 47 procent de fiets gebruikt? Zullen er tegen 2025 meer fietsers dan auto’s rondrijden, zoals het mobiliteitsplan ambieert?

Zwakke plek: de stadsring

Als je ziet welk succes de voetgangerszone in de Gentse binnenstad is geworden, dan kun je een verdubbeling ervan alleen maar toejuichen. Het zal echt flaneren worden in de binnenstad. Fietsers en voetgangers worden er koning, nog meer dan vandaag. Maar dat knippen. Dat wordt nog een dobber. Voor veel Gentenaren en nog meer voor mensen van buiten de stad zal het zoeken worden in een stad die in lobben is verdeeld. Oude gewoontes slijten toch zo moeizaam.

Een zekere logica zit zeker in het plan: veertig procent van de auto’s in Gent is doorgaand verkeer. Die buiten houden, kan de stad alleen maar toegankelijker en aantrekkelijker maken. En het klopt dat de R4 voor velen een nog te ontdekken route is rond Gent. Vraag is of voldoende chauffeurs hem op tijd ontdekken.

De zwakke plek van het plan lijkt echter de stadsring R40 te worden. Dit mobiliteitsplan zal op volle snelheid veel extra autoverkeer naar de ring duwen. En die R40 is vandaag al vaak héél druk bezet. Er staan nu al elke dag files aan de Heuvelpoort en de Dampoort. Grondige verbeteringen aan die ring zullen nodig zijn om het verkeer vlot te laten doorstromen. En daarvoor hangt Gent voor een groot stuk af van Vlaanderen, nog een tere plek in het mobiliteitsplan. Ook de afwezigheid van ingrepen in zwaarbelaste woonkernen – zoals Ledeberg en Sint-Amandsberg – zijn een gemiste kans.

Grootste achilleshiel: openbaar vervoer

En dan blijft nog de grootste achilleshiel over: de alternatieven. De auto uit de stad halen, vraagt goed bereikbaar en stipt openbaar vervoer. Niet iedereen fietst immers. De tram moet sneller, want die haalt in de stad gemiddeld amper 16,4 km per uur. De bus moet handiger, want die staat nu in de file.

De trein moet stoppen in de Muide, in de haven en aan The Loop. Anders kun je nooit mensen overtuigen om hun auto aan de rand van de stad achter te laten. Snel bijkomende, veilige en goede park-and-rides plaatsen, is ook een must. En hier neemt Watteeuw een risico. Want grote investeringen in openbaar vervoer zijn onzeker. De nieuwe tramlijnen 7 en 3 zullen bijvoorbeeld niet rijden vóór 2019 en 2021. Maar het mobiliteitsplan wordt wel al in 2016 ingevoerd.

Al bij al is dit plan wel een consequente doortrekking van het vooropgestelde beleid van het stadsbestuur. Een beleid waar bijna de helft van de Gentenaars twee jaar geleden resoluut voor gekozen heeft in het stemhokje. Waar die Gentenaars al twee jaar op zitten te wachten.

De ‘fundamentele keuzes’, zoals het klinkt in het plan, worden gemaakt en in één beweging doorgevoerd. Maar ze zullen schrikken, de Gentenaars. En neuten. Verdwalen met de auto in uw eigen stad, stel u voor. We hebben nog anderhalf jaar om eraan te wennen en misschien toch die oude fiets te laten oplappen. Want één ding is zonneklaar: Filip Watteeuw zal niet gauw toegeven.

Dit stuk verscheen eerder in de gedrukte krant van De Gentenaar

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio