Wielerteams verenigen zich in om technologische innovaties te introduceren

Zo kijkt u straks naar de koers

Zo kijkt u straks naar de koers
Aan-boordcamera’s, conversaties met de volgwagen en ‘real time’ data over sprintende renners: als het van de nieuwe joint venture Velon afhangt, dan wordt kijken naar wielrennen niet minder spectaculair dan kijken naar Formule 1. Al zal het u mogelijk wel wat meer gaan kosten. ‘Geld halen waar we het nu niet vinden. Dat is de bedoeling.’

Na jaren van speculaties, opgeborgen plannen, en gefnuikte ambities kondigden elf teams gisteren aan dat ze zich verenigen in Velon, een zogenaamde joint venture die het wielrennen ‘sportief, commercieel en financieel’ verder wil ontwikkelen. Het initiatief kreeg vorm in de Tour van 2013, met Team Sky als roerganger.

Wat wil Velon concreet doen?

Velon moet tegengewicht bieden aan een oude frustratie binnen de wielersport. De teams vinden dat zij ‘als acteurs van het circus’ te weinig geld krijgen. OPQS-manager Patrick Lefevere hekelt al jaren dat Tourorganisator ASO miljoenen aan tv-gelden binnenhaalt, terwijl hij het moet stellen met een vergoeding van 48.000 euro, een bedrag dat niet opweegt tegen de logistieke kosten en dat al tien jaar onveranderd is.

Velon is er nu op gericht om manieren te vinden waarop teams extra inkomsten kunnen genereren. Velon richt zich daarbij in eerste instantie op technologische innovaties. Zo stond het bijvoorbeeld in voor de aan-boordbeelden vanop de fiets van Marcel Kittel in de voorbije Tour de France.

Bedoeling is om de tv-ervaring van het wielrennen dichter te brengen bij die van Formule 1. Conversaties tussen renner en ploegleiding, fysiologische parameters van renners die in beeld komen... Het zijn innovaties die nu al mondjesmaat aan bod komen en die Velon graag wil commercialiseren. Patrick Lefevere denkt bijvoorbeeld aan een zogenaamde tracking-app die het mogelijk moet maken om te allen tijde de positie van je favoriete renner in de koers te volgen. ‘Er kijken 3,5 miljard mensen naar de Tour’, zegt Lefevere. ‘Stel dat 10 miljoen daarvan vijf euro willen betalen voor zo’n app. Dan heb je vijftig miljoen aan extra inkomsten, te verdelen over elf teams.’

Het oogt alvast veelbelovend:

Corrigeer