Stefan Schumacher: 'Ik heb doping niet uitgevonden'

Als eerste over de meet in de Amstel Gold Race van 2007: ‘Mijn grootste overwinning in mijn carrière.’ Foto: blg

Acht jaar geleden won Stefan Schumacher de Amstel Gold Race. Een nieuwe Duitse ster was geboren, tot hij één jaar later positief testte op doping. ­Schumacher doorliep nadien het typische traject: ontkenning, depressie, biecht en uiteindelijk ook loutering. Zondag rijdt hij als renner bij het Poolse CCC voor het eerst weer de Amstel. ‘Van superster naar persona non grata: in het wielrennen heb ik alles meegemaakt.’

Wielrennen op Sportwereld.be

Stefan Schumacher poseert op de Cauberg, in het oranje shirt van het Poolse CCC-Polkowice. Hij zit precies daar waar hij in 2007 de Amstel Gold Race won. Het is op dat moment dat het leven van Schumacher een rollercoaster wordt. Eerst gaat het razendsnel omhoog: het daaropvolgende seizoen wint hij twee tijdritten in de Tour, tekent hij een dik contract bij de Quick Step-ploeg van Patrick Lefevere en pakt hij brons op het WK. Tot hij een telefoontje krijgt van een Duitse journalist: bij hertesten van urinestalen van het WK is dopingproduct CERA aangetroffen. Wat heeft hij daarop te zeggen?’

Schumacher: ‘Toen ik het hoorde... Positief. Dat was een schok. Ik kende het spel, wist dat ik gepakt kon worden. Ik had me vooraf ingebeeld hoe dat zou zijn. Maar de realiteit was zo veel erger. Hoe mensen naar mij keken en hoe ik mezelf voelde. Dat stond haaks op elkaar. Ik voelde me een zondebok. Dat ik zelf mijn keuzes had gemaakt, besefte ik op dat moment nog niet.’

De Duitse pers smulde van het verhaal Schumacher. Heette hij eerst nog liefdevol Wieler-Schumi dan werd zijn bijnaam nu de Grafdelver van het Wielrennen. ‘Zo noemden ze me inderdaad. Het was allemaal heel grotesk: paparazzi voor mijn huis, verstopt achter de bomen bij mijn ouders. Boodschappen doen was onmogelijk voor me. Ik stond schaakmat, voelde me vergif – radioactief voor mijn vrouw, voor mijn familie. Dat besef: zij zijn treurig omdat ik hier ben. Ik was een tijdlang depressief. Het eerste jaar was ik gewoon out, van geen enkele waarde meer.’

Schumacher zou pas in 2013 bekennen, in een groot interview met Der Spiegel. ‘Obelix in de Toverpot’, zo luidt de titel. Schumacher geeft toe dat hij doorheen zijn carrière onder meer epo, cortisone en groeihormoon gebruikte.

‘Er is met die biecht veel van mijn schouders gevallen’, zegt hij. ‘Ik was blij dat ik mijn verhaal kon doen. Toen meende ik het ook: het is goed dat ik ben betrapt, die periode maakt integraal deel uit van mijn leven.’

‘Natuurlijk ben ik opgegroeid in een systeem. Ik heb doping niet uitgevonden. Anderen deden het ook en werden niet gepakt. 2002 was gewoon geen goeie periode om prof te worden.’

Lees het volledige artikel in de (digitale) krant van 17 april

Corrigeer