ANALYSE. Het parcours van de Giro doorgelicht

De 98e editie van de Ronde van Italië telt zes aankomsten bergop, zes vlakke etappes, zeven heuveletappes, één ploegentijdrit en één individuele tijdrit (59,2 km). De Giro start op 9 mei met een ploegentijdrit van 18 kilometer met aankomst in Sanremo. Om drie weken later te eindigen in Milaan. Een uitgebalanceerd parcours, dat minder zwaar is dan de bijna onmenselijke edities van de voorbije jaren. In totaal moeten er 3481 kilometer afgelegd worden, gemiddeld 165 kilometer per dag.

Wielrennen op Sportwereld.be

Beestachtige beklimmingen als de Zoncolan, de Stelvio of de Gavia staan dit jaar niet op het programma, maar dat wil niet zeggen dat de 98ste Ronde van Italië een eenvoudige klus wordt. Zes etappes eindigen dit jaar bergop. Daarbij springen de aankomst aan Madonna di Campgilio (Rit 15), de tocht over de Mortirolo (Rit 16), de finale met finish in Cervinia (Rit 19) en de klim over de onverharde Colle delle Finestre (Rit 20) in het oog. Maar onderschat ook de verraderlijke Rit 18 niet waarbij na de Monte Ologno een ijzingwekkende afdaling richting aankomstlijn volgt. En uiteraard is er de gevreesde individuele tijdrit tussen Treviso en Valdobbiadene van maar liefst 60km (rit 14). 

Uitkijken doen we ook naar de openingsploegentijdrit langs de bloemenrivièra en de elfde etappe met finish op het legendarische autocircuit van Imola. De sprinters hebben slechts een handvol kansen op een ritzege. Punchers zoals Philippe Gilbert krijgen ook enkele kolfjes naar hun hand voorgeschoteld. Een uitgebalanceerd parcours dus, met voor ieder wat wils...

Rit 1: Ploegentijdrit: San Lorenzo Al Mare - Sanremo (17,6km) zaterdag 9 mei

De Ronde van Italië editie 2015 begint met een ploegentijdrit van 18 kilometer met start in San Lorenzo al Mare - waar de legendarische helling Cipressa ligt - en aankomst in Sanremo. De chronorit langs de ‘Bloemenriviera’ volgt een speciaal fietspad dat gebouwd is op de route van een oude spoorweg langs de kust. Het zal ongetwijfeld wondermooie beelden opleveren. Vorig jaar won Orica-GreenEdge de openingsploegentijdrit in Belfast.

Rit 2: Vlakke etappe: Albenga - Genova (177km) zondag 10 mei

 De tweede etappe van de Giro, met aankomst in Genoa, zou gesneden koek voor sprinters moeten zijn. Een klimmetje (niet-officiëel)  in het begin van de etappe en eentje (4e cat) op 50 kilometer van de streep. Het enige gevaar voor de renners zijn valpartijen.

Rit 3: Heuveletappe:  Rapallo - Sestri Levante (136km) maandag 11 mei

Rit drie is slechts 136 kilometer lang (de op één na kortste van deze Giro), maar de kans dat een rassprinter zijn handen in de lucht mag steken in Sestri Levante is bijzonder klein. Enkel de laatste 20 kilometer is het immers vlak in deze rit. Voordien is het enkel klimmen en dalen wat de klok slaat. De klim naar Barbagelata (2e cat) zou voor de nodige afscheiding moeten zorgen. De top ligt op 34 kilometer van de streep. Een afdaling gevolgd door een lang stuk vlakke weg doet de rest. Een mooie kans voor een krachtpatser die voor enkele dagen de roze trui wil veroveren. Aankomstplaats Sestri Levante is een wondermooie badplaats aan de Golf van Tigullio. Een bijzonder moment wordt de start in Rapallo, de plaats waar Wouter Weylandt in 2011 zijn fatale val maakte.

Rit 4: Heuveletappe: Chiavari - La Spezia (150km) dinsdag 12 mei

De laatste etappe in Ligurië eindigt in de moderne havenstad La Spezia, waar Alessandro Petacchi geboren is. Petacchi zal echter niet winnen in La Spezia, want de aankomst ligt na een korte afdaling na een klim van derde categorie. Wie met een kleine voorsprong bovenkomt op slotklim Biassa mag dromen van de ritzege. Dit is een niet te onderschatten etappe. Wie niet in topvorm aan de start van de Giro staat, kan hier verrast worden.

Rit 5: Bergetappe: La Spezia - Abetone (152km) woensdag 13 mei

Na vier dagen langs de kust trekt de Giro het Italiaanse binnenland in. De aankomst ligt op de Abetone-bergpas, één van de belangrijkste skiresorts van de Appijnen. Klimmen dus. Abetone (2e cat)  is de eerste finish bergop en dus op papier de eerste echte afspraak voor de klassementsrenners. Maar echt grote verschillen vallen allicht nog niet te verwachten. De Giro is nog lang en de klim naar Abetone is gelijkmatig: 17 kilometer lang, maar de stijgingspercentages gaan nooit hoger dan 10%. De aanloop is makkelijk (gemiddeld 2,8%), het middengedeelte pittig (gemiddeld 7,2%) en de finish niet al te zwaar (gemiddeld 4,7%). 

Rit 6: Sprintetappe: Montecatini Terme - Castiglione Della Pescaia (183km) donderdag 14 mei

De spurters kunnen hun hartje ophalen in toeristenstad Castiglione Della Pescaia. Het peloton vertrekt in de buurt van Firenze voor een relatief hinderloze tocht van 183km naar de Toscaanse kust. Enkel in het midden van de etappe moet er een beetje geklommen worden. De laatste 40 kilometer zijn vlak en dus hebben de spurtersploegen tijd genoeg om een eventuele vroege vlucht nog bij de kraag te vatten. 

Rit 7: Vlakke etappe: Grosseto - Fiuggi (264km) vrijdag 15 mei

Etappe 7 is met zijn 264 kilometer meteen ook de langste etappe van deze Giro. Vanuit Toscane gaat het langs Rome naar Fiuggi, een stadje onder de hoofdstad dat bekend staat om zijn gelijknamig bronwater. Op papier is dit een sprintersetappe, maar om wille van de lengte van de rit en de nijdige, korte klimmetjes in de finale wordt het eerder uitkijken naar renners à la Gilbert of Matthews.

Rit 8: Bergetappe: Fiuggi - Campitello Matese (186km) zaterdag 16 mei

Dit is de lastigste etappe van het eerste deel van de Giro. De renners krijgen geen enkele seconde rust. Eerst moet de Forca d'Acero (2e cat) beklommen worden. Vervolgens gaat het constant bergop en bergaf tot aan de voet van de slotklim naar Campitello Matese (1e cat). De erelijst van ritwinnaars in dit skistadje liegt er niet om: Carlo Chiappano ('69), Bernard Hinault ('82), Alberto Fernandez ('83), Franco Chioccioli ('88), Evgeni Berzin ('94) en Gilberto Simoni ('02). De klim naar Campitello Matese is erg onregelmatig met steile stukken tot 12% omhoog. Vlak voor de finish gaat het nog héél even lichtjes bergaf.
Rit 9: Heuveletappe: Benevento - San Giorgio del Sannio (215km) zondag 17 mei

De laatste etappe voor de rustdag maakt een rondje in het Italiaanse binnenland in de buurt van Napels. De aankomst is vlak, maar onderweg wachten drie stevige hindernissen: Monte Terminio (2e cat), Colle Molella (1e cat, Pozzovivo won hier ooit een etappe) en de Passo Serra (2e cat). De top van de laatste helling ligt op een dikke 10 kilometer van de finish. Je kan hier de Giro niet winnen, maar je kan hem er wel verliezen. 

RUSTDAG maandag 18 mei

Rit 10: Vlakke etappe: Civitanova Marche - Forli (200km) dinsdag 19 mei

Na een welverdiende rustdag mag het peloton rustig op gang trappen met een traditionele sprintersetappe. De Giro is ondertussen verhuist naar de Adriatische kust. De tiende rit voert via bekende badsteden als Rimini naar Forli, onder Ravenna. Dit wordt een massaspurt, zonder twijfel.

Rit 11: Heuveletappe: Forli - Imola (153km) woensdag 20 mei

Dit wordt een bijzondere etappe. En dat heeft alles te maken met de aankomst: het legendarische auto-circuit van Imola. Na een aanloop van zo'n 90 kilometer met daarin twee hellingen van derde categorie mogen de renners nog drie rondjes rijden op de Autodromo Enzo e Dino Ferrari, het beruchte F1-traject waarop Ayrton Senna in 1994 om het leven kwam. Tijdens die lokale ronden van 15,4 kilometer wacht ook telkens de beklimming van de Tre Monti (4e categorie). Benieuwd hoeveel sprinters erin slagen om in het peloton te blijven.

Rit 12: Heuveletappe: Imola - Vincenza (Monte Berico) (190km) donderdag 21 mei

Dit is een echte etappe voor punchers: 130 kilometer biljartvlak, gevolgd door een nijdige finale met drie korte klimmetjes. De finish ligt bovenop de Monte Berico in Vicenza, slechts 800 meter lang maar 10% naar omhoog. Wij denken spontaan aan Philippe Gilbert. Als hij wint mag hij meteen een kaarsje gaan branden in de Basiliek van de heilige Maria aan de finish.

Rit 13: Vlakke etappe: Montecchio Maggiore - Jesolo (147km) vrijdag 22 mei

Alvorens de klassementsrenners enkele dagen aan zet zijn, wacht de op papier makkelijkste etappe van deze Giro. 147 hindernisloze kilometers van Vicenza naar Jesolo, een badplaats vlakbij Venetië. Meer valt er over deze rit niet te vertellen.

Rit 14: Individuele tijdrit: Treviso - Valdobbiadene (59,4km) zaterdag 23 mei

Deze etappe zullen Alberto Contador en Richie Porte met knalrood hebben aangeduid in hun agenda: een individuele tijdrit van bijna 60 kilometer, alsjeblieft! Tussen Treviso en Valdobbiadene - thuisbasis van de Proseco - kan met minuten gegoocheld worden. De eerste 30 kilometer zijn vlak, maar vanaf dan duiken de renners de wijnheuvels in.  In de tweede racehelft moeten twee hellingen en een vallei bedwongen worden. De finish ligt na een korte afdaling. Een tijdrit van zo'n 80 minuten. Wie hier een belangrijke slag kan slaan, vertrekt met een bonus naar het hooggebergte. Mentaal en tactisch een belangrijk voordeel.

Rit 15: Bergetappe: Marostica - Madonna di Campiglio (165km) zondag 24 mei

De renners trekken in etappe 15 naar de Dolomieten. In het noord-oosten van Italië, dicht bij de grens met Zwitserland, gaat het flink bergop. Vlak voor de tweede rustdag mogen de kaarten stilaan allemaal op tafel. Kansen genoeg om het verschil te maken. De beklimming van La Fricca (2e cat) in het begin van de wedstrijd en de loodzware Passo Daone (1e cat) en Madonna di Campglio (1e cat) in de finale. Goed voor 3.900 hoogtemeters. De Passo Daone is een korte (8,4km) , maar bijzonder steile klim (9,2% gemiddeld). De klim naar skistation Madonna di Campglio is een stuk langer (15,5km), maar gelijkmatiger en minder bruut (gemiddeld 5,9%). Al zit het venijn (met stukken tot 12%) wel in de staart. In 1999, bij de vorige passage, kwam Marco Pantani er als eerste boven in de roze leiderstrui. De betreurde Piraat werd een dag later echter uit koers genomen wegens een te hoge hematocrietwaarde (bekijk de video hier).

RUSTDAG maandag 25 mei

Rit 16: Bergetappe: Pinzolo - Aprica (174km) dinsdag 26 mei

De renners hebben een rustdag in de benen, maar die zal snel vergeten zijn vanaf het moment dat ze opnieuw op de fiets stappen in Pinzolo. Het menu van rit 16 bestaat uit vijf gangen. Twee hellingen van tweede categorie en eentje van derde categorie als voor- en tussengerechten om na 130km tot de gevreesde hoofdschotel te komen: de Mortirolo. Deze Lombardische bergpas is één van de zwaarste en meest legendarische beklimmingen uit de wielersport. 12 kilometer lang en een ware verschrikking: 10,9% gemiddeld naar omhoog, met stukken tot 18% (!). Lucho Herrera noemde de Mortirolo de 'Koninginneklim van Europa' en Lance Armstrong noemde hem de moeilijkste klim die hij ooit had gereden. Dan weet je het wel. Na de afdaling van de Mortirolo volgt een tweede keer de beklimming naar Aprica, waar ook de finish ligt. De slothelling (3e cat) begint erg steil (15%), maar gaat nadien nog nauwelijks bergop (1,5%-3%). Enkele ex-winnaars in Aprica: Pantani ('94), Gotti ('96), Heras ('99), Basso ('06) en Scarponi ('10).  Volgens Alberto Contador is dit dé sleuteletappe van de Giro.

Rit 17: Vlakke etappe: Tirano - Lugano (134km) woensdag 27 mei

De wedstrijdorganisatie heeft aan het welzijn van de renners gedacht. Een dag na de Mortirolo staat de kortste rit in lijn (134km) op het programma. Een helling van derde categorie in het begin en twee kleine bultjes in het slot. Een relatief makkelijke etappe dus. Met een finish aan het Zwitserse meer van Lugano. 

Rit 18: Heuveletappe: Melide - Verbania (170km) donderdag 28 mei

Een verraderlijke etappe rond het Lago Maggiore. Slechts één klim onderweg, maar die is niet van de poes: de Monte Ologno (1e cat). Op dik tien kilometer moeten 931 hoogtemeters bedwongen worden. Klimmen aan gemiddeld 9% dus. Na een korte afdaling gaat het opnieuw even omhoog waarna een lange, ijzingwekkende afdaling van meer dan 20 kilometer richting Verbania wacht. 

Rit 19: Bergetappe Gravellona Toce - Cervinia (236km) vrijdag 29 mei

De voorlaatste bergetappe van deze Giro schotelt de renners in de laatste 80 kilometer drie hellingen van eerste categorie voor: de klim naar Saint-Barthélémy, de Col Saint-Pantaléon en de slotklim richting Cervinia. Drie beklimmingen die langer zijn dan 16 kilometer en met stijgingspercentages die tot 12% à 13% gaan. De Giro passeert weer door Zwitserland en de panoramabeelden van de beroemde Matterhorn zullen regelmatig op uw televisie verschijnen. Ook in 2012 was Cervinia aankomstplaats van een rit in de Giro. Toen won Movistar-renner Andrey Amador voor medevluchters Jan Barta en Alessandro De Marchi.

Rit 20: Bergetappe: Saint-Vincent - Sestriere (199km) zaterdag 30 mei

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Ook in de Giro. Want de laatste bergetappe voert het peloton naar het dak van deze Giro: de Colle delle Finestre. 2.178m hoog en dus een flink stuk lager dan de besneeuwde bergtoppen van de Stelvio (2.757m) en de Gavia (2.621m) van vorig jaar. De Colle delle Finestre is een venijnig ding: 18,5km lang, waarvan de laatste 8km over onverharde wegen. De stijgingspercentages duiken nooit onder de 9%. Nadien volgt nog de korte klim naar het Alpendorpje Sestriere. Het was in Sestriere dat Lance Armstrong in 1999 de basis legde voor zijn allereerste Tourzege. 

Rit 21: Vlakke etappe: Torino - Milano (185km) zondag 31 mei

Na drie dolle weken is er eindelijk de slotetappe tussen Turijn en Milaan. Deze twee steden werden niet toevallig gekozen. Turijn is dit jaar de Europese sporthoofdstad terwijl in Milaan dit jaar de Wereldtentoonstelling plaats vindt. Milaan was al 84 keer aankomststad van de Giro. Wanneer het peloton in de Italiaanse modestad arriveert moeten er nog 7 ronden van 5,4 kilometer afgelegd worden. De finish ligt op de Corso Sempione, de Champs-Elysées van Milaan.

Corrigeer


Het Nieuwsblad biedt meer dan 1.000 reeksen in 12 sporten aan. Zoek hierboven de uitslagen van uw favoriete club of surf naar onze uitslagenpagina.