opnieuw thema uit de groote oorlog

Thematentoonstelling '14-18 ZAB' over opgeëisten Destelbergen, Beervelde en Heusden

In het gerenoveerde Gemeentelijk Heemkundig Museum van Destelbergen opende vrijdagavond de jaarlijkse kermistentoonstelling. Die sluit ook dit keer aan bij de herdenking van de Groote Oorlog, en vertelt het verhaal van de opgeëisten van Destelbergen, Beervelde en Heusden onder de noemer '14-18 ZAB.' De informatie rond het onderwerp is eerder schaars, maar toch zijn de initiatiefnemers van de heemkundige kring er opnieuw in geslaagd om een boeiend lokaal verhaal te brengen over een vrij onbekend aspect van de Eerste Wereldoorlog.

Louis Gevaert van GeMuDes met de achtergrond over het verhaal van de opgeëisten: 'Oktober 1916, de oorlog was geen ‘Blitzkrieg’, zoals men oorspronkelijk dacht. De Duitse fabrieken hadden werkvolk tekort, te velde waren er handen te kort om spoor- en andere wegen te herstellen, loopgraven te delven en hout uit de bossen te halen. In de bezette gebieden was de werkloosheid groot en stilaan kwam de honger om de hoek loeren, eten werd duurder.'

'De Duitse bezetter dacht door werk met een redelijk loon aan te bieden het bovenstaande op te lossen, doch de fierheid van de bevolking was nog groot en slechts heel weinigen waren bereid om voor de bezetter te werken. Daarom werden andere middelen ingezet, namelijk het opeisen van die vele werklozen. Later werd dit: iedereen die nog bekwaam was om te werken.'

Nachtmerries

De opgeëisten werden via de 'Zivil Arbeiter Bataillon'-organisatie naar kampen gestuurd gelegen in de nabijheid van werkplaatsen. Natuurlijk weigerde zowat iedereen om zomaar te werken, doch in een hard regime en onder meer door mensen uit te hongeren kreeg men uiteindelijk bijna iedereen aan het werk. Het leger had een ordelijke organisatie en wist meestal zo goed als van iedereen waar ze waren, wie er gewond of gestorven was en toch waren er momenten dat men alsnog soldaten kwijt was. Bij de opgeëisten was het een heel ander verhaal:  toen wist men enkel lokaal wie opgeëist was, maar waarvoor en waar men deze mensen inzette, daar was men niet van op de hoogte. Af te toe kwam er wel een officieel bericht van een sterfgeval, maar lang niet van iedereen. Wie levend terug kwam werd met de vinger nagewezen wegens gewerkt met de bezetter. Hoe het zover kwam, wilde men niet weten. Net als de teruggekomen soldaten, zwegen ook de opgeëisten over de meegemaakte gruwel, want men wilde de nachtmerries niet opnieuw beleven.'

Donald Buyze is al jaren met dat onderwerp bezig. De man heeft bijna het tienvoud aan namen van gestorven Belgische opgeëisten genoteerd van het Belgische officiële cijfer van de gestorven opgeëisten. Het aantal is altijd zwaar onderschat geweest. Hij merkt op dat in heel wat gemeenten het aantal gestorven opgeëisten groter is dan het aantal gesneuvelde soldaten.

Aansluitend  bij de tentoonstelling op 15 oktober komt de West-Vlaamse amateur-historicus naar zaal Berghine met een voor onze streek aangepaste spreekbeurt over het onderwerp: De Zivilarbeiter’, de slaven van de Groote Oorlog.

De tentoonstelling 14-18 – ZAB is te bezoeken op de jaarmarkt in Destelbergen volgende week woensdag en ook op de dag van de Plantenbeurs tussen 9 uur en 18 uur. Zaterdagen 22, 29 augustus, 5, 12 en 19 september van 13 uur tot 18 uur, en zondagen 23 en 30 augustus,  6,13 en 20 september eveneens van 13 uur tot 18 uur.  U vindt het GeMuDes aan de rechterzijkant van het gemeentehuis van Destelbergen.

Corrigeer

Auto's in de kijker

Vastgoed

Jobs in de regio